‘Meertaligheid is een bouwsteen van mijn wezen. Hoe kun je schrijven als je delen van jezelf weglaat?’
door Cora de Vos
Nisrine Mbarki Ben Ayad (Tilburg, 1977) debuteerde in 2022 met de dichtbundel Oeverloos, die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. Najaar 2025 verscheen haar eerste roman, Kookpunt. Ook schreef ze theaterteksten, verhalen en columns en is ze al jaren achter de schermen actief in de literaire wereld: als literair vertaler, als programmamaker voor literaire festivals en in de rol van adviseur en lid van commissies, redacties en jury’s. Op 1 februari van dit jaar werd zij in de Amstelkerk in Amsterdam geïnaugureerd als Dichter der Nederlanden.
foto © Bart Grietens
Nog van harte gefeliciteerd met de benoeming tot Dichter der Nederlanden. Hoe hebt u de inauguratie ervaren? En bent u al gewend aan de spotlights?
Dank je wel! Het was een hele fijne en warme inauguratie met optredens van dierbare kunstenaars, met familie, vrienden en collega’s. Het was een soort warm bad waarin ik me bevond. Ik heb trouwens geen probleem met de spotlights maar sta er niet graag in.
Wat ziet u als de belangrijkste taak voor de Dichter der Nederlanden? En hoe ziet u uw plaats in het poëtische landschap van Nederland?
Ik denk dat dat voor iedere Dichter der Nederlanden anders is. Voor mij is het een eervolle taak, ik zie poëzie als mijn medium om met de lezers en de mensen te communiceren wat voor mij urgent en relevant is, maar ik leg mezelf geen taak op want dan wordt het een functie.
Het is moeilijk om zelf mijn plaats in het poëtische landschap te benoemen en ik weet ook niet of dat aan mij is. Ik weet alleen dat ik daar een onderdeel van ben maar ik ben niet zo bezig met wat mijn plaats is in bepaalde omgevingen. Ik concentreer me liever op het schrijven.
U bent in Tilburg geboren, maar verhuisde als kleuter naar Agadir waar u in een groter familieverband werd opgevoed door uw grootouders en vooral door uw grootmoeder. Wat heeft de periode in Agadir betekend voor uw taalontwikkeling en in het bijzonder voor uw poëzie?
Elk deel van mijn leven is relevant geweest voor de vrouw en schrijver die ik nu ben.
Maar de periode bij mijn grootmoeder was heel bijzonder omdat het een essentiële periode van mijn jeugd was en in die jaren zijn veel zaadjes gezaaid. Een deel van die zaadjes waren de talen maar er zijn nog veel meer zaadjes die nog steeds tot bloei komen en mij blijven verrassen.
In mijn gedichten verbind ik het verleden met het heden en de toekomst, dat is onontkoombaar omdat ik probeer te begrijpen hoe we als mensen denken en waar we nu staan en dan moet je naar de geschiedenis kijken en die bestuderen om te weten waarvan we een product zijn.
Grootmoeders en moeders spelen een belangrijke rol in uw werk. Zou men uw poëzie naast meertalig ook intergenerationeel kunnen noemen?
Poëzie is wat mij betreft de puurste vorm van taal die ik kan bezigen. Natuurlijk kun je van alles projecteren op poëzie, dat is niet aan mij. Ik hou van de puurheid van dit fantastische medium omdat het mij in staat stelt af te rekenen met alles wat ruis is, verplicht om zo echt mogelijk te zijn, de wereld te zien zoals die is; én vooral dwingt het me in een staat van helderheid te komen. Het is een ultieme vorm van ‘zijn’.
Maar poëzie kan ook een vorm van overdracht zijn, zo hebben gedichten honderden jaren overleefd doordat ze generatie op generatie zijn gezongen, voorgedragen, gedanst. Voor mij is het een vorm van gebed, zou je bijna kunnen zeggen.
Ik projecteer niet graag de menselijke emoties of gevoelens op concepten of objecten, ook al kunnen die daaruit voortkomen. Ik zou die twee liever gescheiden houden, anders wordt kunst – en dus ook de kunstenaar en in dit geval de dichter – geïnstrumentaliseerd voor andere doelen en daar waak ik voor.
In Beginselverklaring, het eerste gedicht als Dichter der Nederlanden (NRC 6 februari 2026) gebruikt u, net als in uw gedichtenbundel, woorden in een voor de lezer onbekende taal en onbekend schrift. Dat kan grensverleggend werken maar ook vervreemdend zijn. De lezer moet moeite doen om deze onbekende woorden op te zoeken. Waarom kiest u voor deze aanpak?
Als dichter gebruik ik al mijn talen als ik schrijf, ik leg mezelf geen grenzen op want dan kan ik niet meer schrijven. Ik ben een meertalig mens, dat is inherent aan wie ik ben, ook als dichter.
Meertaligheid is geen aanpak of middel of stijl. Het is een bouwsteen van mijn wezen. Hoe kun je schrijven als je delen van jezelf weglaat? Voor mij is dat niet mogelijk.
Grensverleggend en vervreemdend zijn visies of opinies over de manier waarop ik schrijf. De meeste mensen op aarde zijn meertalig, eentaligheid is een uitzondering. En de lezer acht ik zeer hoog en intelligent, de lezers zijn altijd slimmer dan ik ben, is mijn uitgangspunt.
–
1
–
zij
–
op een novemberochtend
kijk ik in de ogen d’une face feminine dat het mijne is geworden
–
heb je jezelf ooit van bovenaf gezien
de patronen die je achterlaat terwijl je voortbeweegt op aarde
dress toujours like je naar een veldhospitaal gaat
–
la parole heeft een prijs
dans toutes mes langues
. اللي ما فهمكش خسرك
–
het gezicht in de spiegel zal een geschiedenis schrijven
bruin en vrouwelijk
–
–
2
–
we
–
elk woord heeft naast een prijs een schaduw
in die schaduw herkennen we elkaar
–
zelfverklaarde overwinnaars tekenen in rechte lijnen de geschiedenis op
we are the results van het Europese schier-continent
we zijn generaties flinterdun rookvlees
–
drones en draken doen het veldwerk
legers ontginnen grillig mensen
de geschiedenis is voedzaam en warm
in de snelkookpan van de beschaving
Andalusië is nog altijd taai
–
en schaamte . is de schitterende vrouw van . de duivel
–
–
3
–
jij en ik
–
we bogen voor gewelven in rotsen en vergaten
deinsden op zoute golven en herinnerden ons
–
we adjusted our feathers lightly above the ocean
we ontstaken ooit vuur en lieten zeeschuim trillen
in ons gehemelte werd het universum gelezen
–
jij de jongen die ik als kind in mijn dromen zag
vertelt over de hibiscusheggen uit onze jeugd
we trokken tegelijk de stampers uit de bloemen zogen de nectar eruit
ieder aan zijn kant van de heg
zonder elkaar ooit te zien
–
–
4
–
wij
–
the tones of my ancestors تنبض في دمي
ouders keren naar hun geboortegrond en lachen als kinderen
while I attend board meetings
om uiteindelijk waardig mijn taken neer te leggen
het woord kleeft bijt kwijlt claimt en eist
–
ik leef tussen landtongen
het zorgvuldige weefsel van zes talen
zout van water dat droogde op onze huid
de zachte bladeren van de hibiscus waar we in elkaar verdwenen
–
cette face zal een geschiedenis schrijven
het wintergezicht dat we geworden zijn
Als ik een fragment uit dit gedicht mag citeren: ‘ik leef tussen landtongen/het zorgvuldige weefsel van zes talen/zout van water dat droogde op onze huid/de zachte bladeren van de hibiscus waar we in elkaar verdwenen/’: welke van deze zes talen zou het meest zorgvuldig geweven zijn?
Alle talen zijn zorgvuldig geweven, hoe groot of hoe klein het lexicon ook mag zijn. Maar natuurlijk zijn sommige duizenden jaren ouder en geraffineerder en complexer dan andere talen maar dat is geen reden om ze minder zorgvuldig te noemen, zegt de linguïst in mij. Voor mij zijn al mijn talen gelijk ongeacht de historische relatie en connotaties die ze hebben voor mij als mens. Ik heb verschillende relaties met al mijn talen maar dat maakt ze niet ongelijk, ze hebben dezelfde waarde maar een andere betekenis.
Uw voorganger Babs Gons heeft een lans gebroken voor spoken word. Waarvoor gaat u een lans breken?
Ik weet niet of je echt een lans moet breken, ik geloof niet in dat soort dingen. Ik schrijf wat ik schrijf op mijn manier en dat zal vooral consequenties hebben. Maar inherent aan mijn schrijven zijn de zaken die u hiervoor al noemde, namelijk meertaligheid en een verbinding van heden met verleden en daarmee een mate van engagement op mijn manier.
Misschien weten we meer aan het einde van mijn termijn.
U bent een aantal maanden in residentie aan de Jan van Eijck-academie in Maastricht. Wat voor onderzoek gaat u doen en zullen we het resultaat van uw werkzaamheden ook terugvinden in uw gedichten als Dichter der Nederlanden?
Tijdens mijn residentie onderzoek ik vooral de grens van wat poëzie is en welke vorm poëzie kan aannemen. Dat is ook letterlijk de fysieke vorm die het aanneemt, dus dat kan ook materialiteit impliceren. Ik ben nu een grote meertalige installatie aan het maken om poëzie zichtbaar en tastbaar te maken ook voor de mensen die niet per se poëzie lezen. Dit gaat ook een onderdeel zijn van mijn werk als Dichter der Nederlanden.
Tot slot een vooruitblik: hoe zou u na afloop van uw periode als Dichter der Nederlanden herinnerd willen worden in de rij Dichters des Vaderlands/der Nederlanden?
Als de dichter die de grenzen van het papier heeft opengebroken en de Nederlandse poëzie voor eens en voor altijd meertalig heeft gemaakt.
–




