LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Bloemlezing – de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2026.

6 mei 2026

Bitterheid in sterke dichtregels

door Tom Veys



‘De 44 is een bloemlezing met de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2026. Iedere bloemlezing heeft een getal nodig.’ Behoud de Begeerte koos voor 44: het geboortejaar van Herman de Coninck. Het voorwoord heeft als titel ‘Tegen het uitdoven van het licht’. ‘Twee versregels stelden zich kandidaat als titel van deze bloemlezing: ‘woest/keelruig dat zich vertaalt en verdicht’ uit kamers van Sandrine Verstraete en ‘Tegen het uitdoven van het licht’, een aan Dylan Thomas ontleende versregel uit de dichtbundel Nachtatlas van Peter Verhelst.’ In de inleiding staat ‘Wat dat licht precies is, laat zich echter niet zo makkelijk benoemen.’

Het licht is eerder schaars in deze bundel of het wordt sterk gedempt door een sinister levensgevoel. Dystopische gedichten voeren dus de boventoon in de 44. De jury selecteerde sterke dichters, dit staat vast. Op het vlak van de toonzetting koos de jury vrijwel altijd voor gedichten die het donkere accentueren. Is dit een logisch gevolg van een samenleving met veel oorlogsgeweld, een maatschappelijke malaise? Misschien ontsnapt hier een kans om ook een luchtig gedicht een vrijplaats te geven. Het sombere levensgevoel wordt wellicht duidelijk en sterk weergegeven in het gedicht ‘De zinkenden’ uit de bundel Want straks komen de wolven van Liesbeth D’Hoker: ‘de zinkenden dobberen / tussen de altijd gezonkenen, / op de deining van het volle leven / drijft wat week is onbeschut, / bloot en vreemd, zelden / meester van de eigen vrees’.

De 44 bespeelt meerdere registers. Lotte Dodion heeft bijvoorbeeld aandacht voor het maatschappelijke in haar bundel Verzachtende omstandigheden. Hardheid vindt bij haar de nodige woorden of is het angst? Misschien is het beiden. ‘Europa. Open ogen. Mond vol mensenrechten. Eindeloos. / academisch kwartiertje. We leren het nooit. Saydnaya. // Habibi. Roep maar. Blinddoek. Mond vol laatste adem. Sprakeloos / je stem verliezen. Tien tot vijftien minuten. Saydnaya.’ Uit ‘Gazal tegen het vergeten’. Een ander fenomeen is de natuur die in de poëzie een eigen stem krijgt, zoals in Kratermond (Sara Eelen) en Ik, mycelium (Liesbeth Lagemaat). Niet alleen het ecologische bewustzijn vernieuwt de taal, dat doen ook de digitale wereld in Het netwerk moet gebouwd worden van Maxime Garcia Diaz, en de ervaring van een interculturele achtergrond: ‘mensen zeggen / hij snapt niet taal / hij schrijft niet taal / dat kan niet taal’ (Benzokarim, Ons gaan allemaal).’

Ik neem hier bewust een aantal elementen uit de inleiding van de bundel over, omdat de verwoording hier goed en passend is. Het kan bij uitbreiding een goede inleiding zijn voor de poëzielezer in het algemeen. Ik merk verder op dat gevoelige taal belangrijk is en blijft, die ontdekken we in ‘Tegen het breken’ van Hanneke van Eijken uit de bundel Hazenklop. Een sterk gedicht waar nuance de poëzie ontmoet.

Tegen het breken

In een dorp waar vuur nasmeult
speelt een kind met een stuk karton
een huis na, kamer na kamer

in een havenstad fluit een dochter tegen de zee
ze slaat spijkers in hout totdat er een machine ontstaat in haar hoofd
die dromen klopt, haar ouders terug
een bos om in te klimmen, een plek om te lezen
naar school mogen gaan

onder een inktzwarte hemel bouwt een vader een dak van takken
om de nacht te dragen
elders slaat iemand de woorden uit je mond
of breekt wetten als kwarteleieren in het voorjaar
voorzichtig en onherroepelijk

hier ligt taal in onze handen
die zich tot nest vlechten kan

een schil tegen het donker dat opdoemt
als we wegkijken
tegen wat langs deurposten omhoogkruipt

Een ander beeld dat zowel openheid als mysterie aangeeft, vinden we in het titelloze gedicht van Paul Demets uit de bundel Moederkoren. Lyrische rijkdom vindt hier verschillende betekenislagen, dit gedicht kan meerdere mensen aanspreken.

Stilgevallen in de tuin zoekt de moeder het kind
de moeder. De was volgt dezelfde lijn
als de zomer. Een jurk wordt onder handen genomen

en verandert van vorm in een jurk die traag
in het gras valt en samengedrukt
kleurt als een moedervlek.

Ze richt haar aandacht, kleedt zich uit
voor de spiegelkast, ziet het weefsel.
Haar lippen vormen een vraag.

Ze trekt de jurk aan die te drogen
heeft gehangen. De tijd vlekt, haar huid
heeft haar bloeiwijze. Het kind biedt haar
de aanraking waarnaar ze hunkert.
Het knoopt haar jurk dicht om die zelf te dragen.

Veel gedichten in de 44 vragen een tweede lezing, dit is goed. Proza en poëzie ontmoeten elkaar soms in lange gedichten, zoals ‘De sjamaan’ van Joep Stapel. De stilistische reikwijdte spreekt hier de lezer aan. Af en toe worden grote gedachtesprongen gemaakt, niet bij elke dichter natuurlijk. Een gedicht kan daarenboven gebaseerd zijn op een hermetische gedachtestroom.

De ervaren poëzielezer zal zich zeker een weg kunnen banen in de 44, maar een beginnende poëzielezer zal – vermoed ik – meer moeite hebben met enkele gedichten. Hier komen we op de hamvraag of poëzie toegankelijk moet zijn? Ik laat deze vraag graag open. Katelijne Brouwer zorgt alvast voor wat evenwicht met een toegankelijk ‘Vakantie in Frankrijk’ uit de bundel Laat mijn egel met rust. In dit gedicht wordt één beeld knap uitgewerkt. Meerdere beelden mogen natuurlijk een plaats vinden in een gedicht. Dit wil ik niet vermijden. Hoe verder je in de verzamelbundel leest, hoe meer lagen je kan ontdekken. Hester Knibbe heeft het wellicht bij het langste eind. ‘Alom worden / kuilen gegraven, vuren gestookt vanwege // de resten. En als altijd / het bouwen van nesten, de sierlijke // balts: het ei moet gelegd.’ (uit de bundel Barcode van stilte)

Opvallend is dat de jury op één of andere manier het moederschap graag centraal plaatst. Dit kan door de thematiek, evenals door een letterlijke vermelding in een gedicht, zoals bij Jolanda Kooijmans uit de bundel Addertje: ‘zonder pardon tilt Moedermeer Addertje op / en zet haar in de kroonluchter / als een koningin op een troon’. Of zoals in een titel van gedicht ‘Lied van de moeder, als kind’ van Liesbeth Lagemaat. Ik verwijs ook duidelijk naar het gedicht van Paul Demets eerder in de bespreking. Als variant op het moederthema kan je trouwens ‘Allegro’s voor het vaderschap’ ontdekken van Tom Van de Voorde uit zijn bundel De elementen. Het familiale element komt eveneens voor in ‘Tegen het breken’ van Hanneke van Eijken.

Soms stel ik me de vraag hoe ik als lezer kan omgaan met het onheilspellende? Steve Marreyt zegt het heel duidelijk in zijn gedicht: ‘Stuur mij de laatste activistische meme als mijn Dagozepam is uitgewerkt, de werkers met brandende toortsen op de kade staan, het kind van al zijn kwalen is genezen (…)’ (uit de bundel Onwelvaart). Het bittere levensgevoel vindt een thuis in veel geselecteerde gedichten. Misschien voelen veel hedendaagse dichters het cynisme van de wereld aan of wou de jury dit beklemtonen? Naast enkele lichtpunten komen vooral ‘klei’ en ‘moeras’ aan bod. Zoals Eva Meijer het poëtisch zegt: ‘Ik zoek een ander woord voor moe. Modder. Moeras. / Gruis. Eerder bruin dan grijs. Bruingrijs. Eerder laag dan // hoog. (…)’ in ‘Variatie 31’.

Bij de ‘Verantwoording’ achteraan staat: ‘De jury van de Herman de Coninckprijs 2026 selecteerde voor deze bloemlezing 44 gedichten uit 44 dichtbundels. Elk van deze bundels is verschenen in het jaar 2025. Met deze selectie willen we de lezer nieuwsgierig maken naar poëzie in het algemeen en naar de oorspronkelijke dichtbundels in het bijzonder.’ Dit is een mooie doelstelling. De Herman de Coninckprijs is bovendien een mooie samenwerking. De prijs wordt gerealiseerd door Behoud de Begeerte, in samenwerking met Poëziecentrum vzw en met de steun van Literatuur Vlaanderen, Klara, De Morgen en Boeken & Letteren stad Antwerpen.

De bundel kost zo 5 euro, een lage instapprijs om goede Nederlandstalige dichters te leren kennen. Het postergedicht bij de bundel mag er ook zeker zijn. Beeld ontmoet hier woord. Nog even voor de volledigheid. ‘Op 21 maart 2026 werd Sandrine Verstraetes dichtbundel kamers bekroond met de Herman de Coninckprijs.’ De geselecteerde dichters hebben dus zeker een sterke bagage. Soms ga ik echter op zoek naar wat mysterie of lichtvoetigheid. In de 44 krijg je parels van dichtregels waarin bitterheid veel kansen krijgt. De vraag is hoe we met een dystopisch wereldbeeld kunnen omgaan? Die vraag krijgt in de verzamelbundel een uitvoerig en lyrisch antwoord bij veel dichters.

____

Bloemlezing (2026). de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2026. Behoud de Begeerte en PoëzieCentrum, 65 blz. € 5,00. ISBN 9789056554736

     Andere berichten

Fernando Pessoa – Faust

Fernando Pessoa – Faust

Een metafysische Faust door Hettie Marzak - - De figuur van Doctor Faust weet nog altijd mensen te fascineren. Het verhaal is welbekend:...