LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Katelijne Brouwer

11 jun 2026

‘Taal geven aan onmogelijke verlangens, grote dromen, aan het verdriet van een steen.’

door Petra Talsma

 

Dichter Katelijne Brouwer (1966) hield zich na de middelbare school vijf jaar full time met theater bezig. Zij volgde onder andere het eerste jaar op de Toneelacademie in Maastricht en een jaar bewegingstheater bij Rob van Reijn. In 2016 studeerde zij af aan de Schrijversvakschool. Brouwer debuteerde met het korte verhaal Eveline in Op Ruwe Planken (2013). Daarna volgden publicaties bij onder andere De Optimist , Pretpark Poëzie, Het Liegend Konijn en in diverse verzamelbundels. Haar debuutbundel De maagden moeten bloeden verscheen in 2018 bij Uitgeverij de Harmonie. laat mijn egel met rust is haar tweede bundel (de Harmonie, 2025). Brouwer is één van de dichters voor het tijdschrift Dichter. van Plint.

foto © Jan ter Heide

 

Werd je van huis uit gevoed met muziek, theater, literatuur en beeldende kunst?
Ja, van moederskant waren er nogal wat beeldend kunstenaars in de familie. Mijn overgrootmoeder en mijn grootmoeder waren beeldend kunstenaar. Mijn moeder studeerde Nederlands maar heeft haar hele leven getekend. Later heeft ze alsnog de lerarenopleiding tekenen gedaan. Zij heeft leren etsen in dezelfde werkplaats waar ik jaren later ook ben gaan etsen. Met deze familie, riep ik altijd, zou ik pas gaan tekenen als al die enorme talenten dood zouden zijn. Toen ik er na hun dood eindelijk mee begon, werd ik er ontzettend blij van en dat is nog steeds zo.

Was het theater je eerste liefde? Kun je je eerste kennismaking met theater nog herinneren?
Ik weet het niet meer. Kleuren, woorden, klanken, maar de volgorde waarin? Voorgelezen worden, denk ik. Mijn broertje was dyslectisch. Ik was juist een lezer. Mijn moeder en ik lazen hem voor, ook de ondertitels van de televisie. Mijn eerste artistieke liefde van ‘zelf doen’ was de piano. Ik vond het heerlijk om piano te spelen en muziek mee te lezen als er een plaat werd gedraaid. De partituur, de noten: dat er behalve het gewone alfabet zoiets geweldigs als notenbalken bestond! Mijn moeder nam ons mee naar kindervoorstellingen van het Werktheater en naar de hippie clowns van het Festival of Fools. Met een vriend las ik hardop toneelteksten. Hij de mannen- en ik de vrouwenrollen. Zo lazen we Shakespeare, Hugo Claus en zelfs Goethes Faust.

Na de middelbare school werd je toegelaten tot de toneelschool Maastricht, geen geringe prestatie.
Op de middelbare school ontdekte ik mezelf op schooltoneel. Ik had een goede tekstbehandeling (door al die jaren voorlezen) en onmiskenbaar talent. Ik had, en heb, zowel een introverte, beschouwende kant als een baldadige, speelse, uitbundige kant. Samen spelen, improviseren, elkaar uitdagen, ik bleek er goed in. De selectieweek voor de Toneelacademie Maastricht beleefde ik met twinkelende ogen. Maar tijdens het eerste jaar bleef van dat plezier weinig over. Er was geen balans meer tussen die twee kanten in mij, ik overschreeuwde mezelf of ik verdween. Mijn ontwapenende naturel was weg. ‘Hak je hoofd eraf’ zeiden de leraren op de Toneelacademie want ik dacht veel te veel na. Dus ging ik van het klassieke teksttoneel naar de andere kant, mime en pantomime. Maar na vijf jaar audities, dromen, zwoegen, en me toch vaak een zak verdrietige aardappels voelen, ben ik omgeschoold tot yogajuf waarbij al die beweeglessen enorm van pas kwamen. Nog later werd ik secretaresse. Ik had toneel afgezworen, maar ging al snel weer in een koor zingen. Veel later vroeg mijn zoon ‘een verhaal’ voor zijn verjaardag. Op zijn partijtje speelde ik met de poppenkastpoppen van mijn moeder. Voorstellingen met poppen zonder kast volgden. Ik nam opnieuw piano- en zangles en ik ging zingen in bejaardenhuizen.

En ergens onderweg is het schrijven erbij gekomen?
Als kind schreef ik met mijn oma die in Frankrijk woonde. Ook haar moeder, mijn overgrootmoeder stuurde ik kaarten en briefjes. Als volwassene, in de jaren dat ik ziek was, in een rolstoel zat en opnieuw moest leren lopen, schreef ik boekrecensies en columns. En vanaf dat ik moeder was geworden en weer theater ging maken schreef ik mijn eigen teksten.

Pas jaren daarna begon je aan de Schrijversvakschool. Geen jonkie meer, was het niet lastig om je open te stellen voor commentaar op je teksten?
Nee. Als speler had ik geleerd om ‘op het bankje te zitten en te luisteren’ om te improviseren, verschillende stemmen te laten spreken en te doen alsof. Op de Schrijversvakschool vond ik mijn spelplezier terug. Het was een enorm geschenk om vijf jaar met gelijkgestemden te leren schrijven, een snelkookpan. Iedere week iets inleveren en veelstemmige kritiek krijgen, dat zorgde bij mij voor groei. Goede redactie is zo waardevol. Niet om het klakkeloos aan te nemen, maar om bewust keuzes te kunnen maken. Wat ik schrijf moet voor mij niet alleen ‘hoofd’ zijn, ook hart en buik. Ik leerde er ook: Er moet iets van afhangen. Het moet mij kunnen schelen. Als het mij niet kan schelen waarom zou een ander het dan lezen?

Er wordt nog wel eens met een soort dedain naar gekeken. Schrijven leer je niet op een school. Wat was jouw ervaring?
Gelul. Schrijven is een ambacht, een beroep, net als vioolspelen, ballet dansen, toneelspelen, tenminste als je het professioneel wilt doen. Op de Schrijversvakschool kreeg ik van heel verschillende schrijvers les. We lazen veel, kregen de mooiste poëzie, korte verhalen en essays aangereikt.

Waar begint een tekst bij jou?
Een idee, een beeld of een gevoel, vaak een paar woorden of een zin die ik ergens opvang. Iets waar ik mee wakker word of een regel uit de krant. Of het schrijft zichzelf, of er suddert iets en dan ijsberen en de maat dansen tot het goed is.

wanneer lopen vallen wordt

als de opstapper is zoekgeraakt en de kettingkast loopt aan
dan kan je niet gewoon doen alsof er nergens iets hapert
dan kan je niet meer verder gaan, ergens tussen heup en zadel
is een lichaamsdeel verloren een been dat er niet bij wil horen
als lopen vallen wordt en fietsen niet meer gaat
ijk dan de ongelijke leggers tot je weer op je benen staat

o geef mij mijn voeten terug!

eerst ben ik gemeten, voor de diepte van de zitting
de hoogte van de voeten en tot waar mijn rug steun nodig had
de rolstoel die het beste zat, die mij het beste paste, was niet
de ExcelGlidePro, niet de MultiMotion, maar de Karma
de Karma van Os, mijn levenswiel, mijn imperfecte cirkel
blauw met witte spikkels en een stokkenbak met klittenband

ik kan steigeren in jou en veilig stoepen op, rond ga ik, rond
als gebedsmolens draai ik mijn hoepels, rond ga ik, rond
wielrenhandschoenen van oude sokken en een zeem voor grip
door de wind, door de regen, met blaren op mijn handen
van het zwiepen aan de hoepels, van eens schonkig stappen
in een lijn, draai ik nu rond, leve de uitvinder van het wiel
ohm zing ik rond, ohm mani padme hum

wij zelfbewegers groeten elkaar als Harley Davidsonrijders
steken een hand, een befietshandschoende hand in de lucht
en dan terug aan de hoepels met onze stille benen op de steunen
en de lamme krukken in de stokkenbak

ik groet u lamme, stomme, dove, blinde!
ik val niet ik dans!

Plantage Poëzie Prijs 2023

Dieren spelen in je werk vaak een belangrijke rol.
Jaaaah. Dieren kan je ook ‘lezen,’ een kwestie van stil zijn en goed kijken, contact maken zonder woorden. Dieren zijn gewoon. Hun leven lijkt minder complex dan dat van mensen. De taal maskeert niets. En daar dan uiteindelijk woorden voor vinden, het is paradoxaal, maar dat is wat ik doe. Taal geven aan onmogelijke verlangens, grote dromen, aan het verdriet van een steen. Met taal verbind ik, Katelijne, me met de wereld om me heen. Zoiets.

 

lieve tuin

als je dit leest komt de lente er weer aan
wees niet boos tuintjelief, dat ik in je aarde heb
gewroet voor krokussen en narcissen, ik hoorde je wel
grommen afgelopen herfst: laat me met rust
laat mijn egel met rust en laat mijn bladeren liggen
de meeste heb ik laten liggen, rek je uit, tuin
word wakker, bot uit, ontspruit, kiem en groei

je bent een paradijs voor vogels, ook deze winter kwam
een jonge gaai snoepen van de vetbollen die voor
de kleine vogels zijn, hij is te groot voor hun voer
die slungel met wild klapperende vleugels, hij is
te zwaar en valt bijna als hij eet, net een teddybeer
pluizig en onhandig

lieve tuin, als je door de eerste sneeuwklokjes kijkt
zie je het roodborstje en de mezen, je egel is net wakker
hoor je hem knorren? voel je het groeien in je, tuin?
hoor je de vogels? zie je de zon? voel je de warmte
op je aarde? het kiemt en kiemt, het groeit en groeit
word wakker tuin, word nou wakker
liefs, knuffel en een schep mest

je hovenier

uit laat mijn egel met rust, Uitgeverij de Harmonie, 2025

Zou je ooit weer als actrice terugkeren naar het theater?
Nee joh, als twintiger kon ik niet bij mijn talent en ik ben ontzettend blij dat mijn ‘spelplezier’ uiteindelijk in tekenen en schrijven zijn weg heeft gevonden. Wat ik heb geleerd door al die jaren spel-, stem- en zanglessen gebruik ik. Hoe vertel ik mijn verhaal? Hoe breng ik mijn boodschap over het voetlicht? Wel heb ik het nodig om mijn gedichten voor te dragen voor publiek. In de grote Openbare Bibliotheek Amsterdam was er onlangs in het kader van de week van de poëzie een zwerm dichters uitgenodigd, waaronder ik, om de bezoekers een gedicht aan te bieden. Ik droeg mijn lieve tuin voor aan wie het wilde horen. Daar kwamen mooie reacties en gesprekken uit voort:
Dat ik oproep tot rebellie.
Dat je mag zijn wie je bent.
Dat je van je af mag duwen.
Je neemt me helemaal mee.
Ja, de lente komt er weer aan.
Ik geef hoop. Ik geef licht.
En dat krijg ik ook terug als ik voordraag..

Dus ja, ik draag graag voor. Maar anders dan toen ik actrice wilde zijn, gaat het me nu om het verhaal, de boodschap en vooral om verbinding. Als een gedicht eenmaal gedrukt is dan is het niet meer van mij alleen. Iedereen leest er iets anders in. Als ik mijn eigen gedichten voordraag dan leg ik daar mijn bedoeling in. Maar hoe het wordt ontvangen is aan de luisteraar, aan de lezer.

Naast het schrijven teken je en maak je grafisch werk. Zoals je moeder ook tekende in Artis zo doe jij dat dus ook weer. Is dat een gevoel van thuiskomen?
Ja. Het is ontzettend jammer dat ze nooit heeft gezien dat ik al die dingen die zij zo graag deed nu ook doe en dat we er nooit over hebben kunnen praten. Wat was ik graag nog eens met haar naar de grafiekwerkplaats gegaan waar zij lang geleden leerde etsen. Als ik met mijn handen onder de inkt zit, is ze vreemd dichtbij. Ook in Artis, waar ik heel vaak met haar ben geweest, heb ik het gevoel dat ik iets voortleef. De vloek van die razend artistieke familie is er niet meer. Ze zijn bij me, maar ze bazen niet meer over me.

Je bent nu 60. Je hebt een uitgever. Je publiceert op verschillende platforms. Heb je het gevoel dat je nu je vorm hebt gevonden? Heb je het gevoel dat je het goeie podium hebt gevonden?
In de poëzie wel. Maar ook ik heb een mislukte roman in een la liggen. Het zou fijn zijn als die zijn vorm nog gaat vinden. Het blijft zoeken. Schrijven is schrijven, niet sturen, niet jezelf censureren. En wat ik in Maastricht niet durfde, leerde ik uiteindelijk van Arie van den Berg (docent Schrijversvakschool). Hij zei: ‘Katelijne, plons! Niet blijven dralen aan de rand van het zwembad. Katelijne, plons!’

 

dit gedicht zou er niet moeten zijn, niet hoeven zijn
niet mogen zijn, dit is geen gedicht voor kinderen
dit is een gedicht voor kleine meisjes die van een gedicht
zouden moeten leren dat hun nee, nee is, hun stop, stop is
dat vaders, ooms, broers, neven ze zouden moeten beschermen
want van kleine meisjes blijf je af, van kleine jongens ook
trouwens en van grote meisjes en jongens, als een meisje
nee zegt is het nee, altijd, stop betekent stop

me too betekent: ik ook, ook ik leerde dat mijn nee niets
waard was, dat ik niets waard was, dat ik speelgoed was
een doorgeefmeisje, rape is Engels voor verkrachting, als je
niet weet wat je moet zeggen, zeg dan: ik ook, dat betekent
me too, ook ik heb dingen meegemaakt die je als meisje
niet mag meemaken, ik heb het overleefd, ik ben er nog
ik mag er zijn


Voor het tijdschrift Dichter. van Plint schreef ik dit gedicht over Tarana Burke, de vrouw die begon ‘me too’ te zeggen, ik ook. (Dichter. nr 22 op de schouders van reuzinnen). Ook zij was slachtoffer van seksueel geweld.

 

 

     Andere berichten

Interview Saskia De Vriese

'Authenticiteit blijft voor mij het belangrijkste.' door Alja Spaan   Saskia De Vriese is begeleidster van personen met een...

Samuel Vriezen

Elke vorm legt haar eigen logica op aan het werken. door Monique Wilmer-Leegwater - Samuel Vriezen (1973) is componist, dichter, essayist...

Interview Lotte Dodion

Interview Lotte Dodion

'Voor mij is poëzie idealiter een combinatie van hoofd, hart en buik' door Monique Wilmer-Leegwater   Lotte Dodion (1987) is dichter,...