Niets is meer dan niets
door Marc Bruynseraede
–

–
Dichten is denken. Of twijfelen aan datgene wat je altijd gedacht hebt. In die zin is twijfelen aan het denken niet een ondermijnend maar een verruimend begrip, want het doet je ànders kijken naar datgene wat je voordien overdacht. Het maakt plaats voor nieuwe gedachten. De gedichten van Erick Kila, die hij zopas in Het geruis van wind en betekenis liet verschijnen zijn een dwingende aanzet tot denken, ànders denken. Ze vragen om een inspanning van de lezer, want ze zijn ijl van natuur, maar de beloning hiervoor is onvervreemdbare schoonheid. Dichter bij de essentie komen.
Hier geen plaats voor woordenkramerij of woordendiarree, zoals bij sommige oeverloos taterende, hedendaagse dichters, die maar niet kunnen ophouden vol van zichzelf te zijn en te leuteren over onbelangrijkheden. Ze lijken wel weggelopen uit de negentiende eeuw, toen breedsprakigheid de oratorische boventoon voerde.
Bij Erick Kila heerst stilte, schaarste van raak gekozen woorden. Hij zegt het met het motto, bij de aanvang van zijn bundel: ‘waarom het stil is na / weinig woorden / weinig is altijd genoeg’. Hier is een dichter aan het woord die met schaarste en gebrek aan, als modus vivendi, is opgegroeid. Een dichter die alles wil achterlaten, om tot de kern van de zaak door te dringen. Het doet me denken aan het motto op een Berkemeyer drinkglas uit de 17e eeuw. In dat glas stond het spreekwoord gegraveerd: ‘Genoech is meer als veel – 1642’.
De spaarzaamheid van woorden vertoont gelijkenissen met de resolute bondigheid van Jozef Eyckmans (1907-1996), met wie Erick Kila door de nachtelijke straten van Den Haag zwierf. Van Eyckmans erfde Erick Kila de karigheid in taal, de onafhankelijkheid van woorden in de taal, in de opbouw van poëzie. Een dichter moet het niet hebben van grammaticale regels of van langdradigheid. Meteen terzake: tot de kern van de zaak doordringen. Zo, en niet anders.
Bij Kila krijgen we in deze bundel – qua vormgeving en structuur – geen of nauwelijks cycli van gedichten, met uitzondering van drie gedichten, die, in hun nietsvermoedende onschuld, titels dragen als ‘Compositie 1’, ‘Compositie 2’ en ‘Compositie 3’. De inhoud van deze drie gedichten slaat op herinneringen, beladen met een parfum van weemoed. Soms roepen gedichten iets op dat de indruk geeft zich los te willen maken van betekenis, om alleen maar ‘woord’ of ‘klank’ te zijn. Betekenis is hier niet wat iets wil zeggen, maar wat de samenhang van woorden oplevert. Een teruggaan naar de oervorm van taal en betekenis. De composities zijn stillevens uit het verleden, met de fotografische precisie van de Antwerpse schilder van stillevens Willem Dolfijn, badend in het ondefinieerbare schemerlicht van Kila’s poëtica.
–
het is stil rond de boerderij
alleen gekraak van dorre vogels
gekerm van godsdienst en
leegte
op de hand van het landschap rust
schaduw
ergens wordt toekomst besloten
met stalen voertuigen die
schuiven naar een onnoemelijke verwachting
vergeet, schakel de gevoeligste delen
van het geweten in
raak vrij van gewoonten en burgervrees
‘Gekerm van godsdienst en leegte’ verwijst naar het ‘horror vacui’, de angst voor de leegte, voor de mens die bevreesd is voor onzekerheid, die niet kan leven met twijfel en onbeantwoorde vragen. Het toekomstbeeld dat verderop in het gedicht wordt geschetst is ook al niet om vrolijk van te worden. Daarom beveelt de dichter aan om het geweten te raadplegen en ‘raak vrij van gewoonten en burgervrees’. Laat achter het kleinburgerlijke.
In lichthartiger momenten geeft de precisie van waarneming en aftekening aan Kila’s gedichten aquarelachtige, impressionistische tinten.
Het gedicht ‘Ezels op het strand van Scheveninge’, geïnspireerd door een schilderij van Louis Soonius (1883-1956) is daar een goed voorbeeld van. Er wordt een tafereel afgeschilderd variërend van onschuldige kinderpret tot schelpgeruis en de ‘eenzaamheid van het voltooide’, terwijl de eindbestemming van de ezelrit (‘bestemming was er niet echt’) ‘ging langs de adem van de zee’. De adem van de zee is hier de onpeilbare, woordeloze dimensie achter het beeld, achter de taal. Neem alles weg en houd alleen de zee over.
Het eerste vers roept de verwachting op van de kindertijd, met ‘omdat ezeltjes op je wachten’, maar de titel van het gedicht luidt wel degelijk ‘Ezels op het strand bij Scheveningen’. Een duistere gedachte – los van het schilderij in kwestie – doemt bij me op, om, in de ezels, mensen te herkennen, op het strand bij Scheveningen. Ze dragen lasten en sjokkelen voort, gebukt onder het lot. Het ezelachtige tafereel staat, in al zijn onschuld, symbool voor de noodzaak van het onnuttige én de schoonheid ervan: ‘bestemming was er niet echt’. Zoals de anarchistisch-beeldende kunstenaar Tone Pauwels het zei met het motto : ‘Inutilis necessarium’.
Het gedicht is te mooi om het niet in zijn geheel aan te halen:
–
omdat de ezeltjes op je wachten
en de zomer is als schelpgeruis
–
boven zee de eenzaamheid van het voltooide
aan de kant vergrijsde badpaleizen
–
ooit kleine stappen naar het harde zand
iedereen was mee
–
bestemming was er niet echt
de ezelrit ging langs de adem van de zee
Door de veelkleurige caleidoscoop van herinneringen, die abstractie maakt van voor de hand liggende betekenissen, krijgt de lezer een beeld van de wereld van Erick Kila, waarin de vraag rijst : wat is echt ? wat is illusie ? Een snuifje melancholie is nooit ver uit de buurt.
Soms neemt hij afstand van bepaalde (beangstigende) gedachten, door er de spot mee te drijven. Want het schrijven is vrij en bevrijdend. Dat inspireert hem in deze bundel tot een ‘Lofzang op de tevredenheid’, die allesbehalve geruststellend kan genoemd worden. Eerder getuigt deze lofzang van luciede spot met de heersende zelfgenoegzaamheid. ‘Ach’, zegt de dichter, ‘de zon schijnt nog en kreupele vogels / pikken naar waarheden’.
Een ander gedicht, dat blijk geeft van de ongenadige kijk op de realiteit, is het ‘’. De dichter schrijft: ‘tikjes dragen haar de toekomst in’. Het roept bij mij het beeld op van het lied van Jacques Brel, zingend over de oudjes die zitten te wachten op de dood, naast de pendule. Die tikt van links naar rechts, van ja naar neen. Die zegt : ‘Ik wacht op jou’ :’qui dit oui / qui dit non / qui dit: je t’attends’ Bij Kila roept de pendule een ‘kermende schim achter het getik: ‘denk aan me, denk aan me’ .Je tijd verstrijkt. Je hoeft, om de dood te ontlopen, niet naar Ispahan te reizen, zoals de Perzische edelman in het gedicht van P.N. van Eyck. De dood is alom tegenwoordig en onvermijdelijk. In en achter de pendule. Erick Kila legt ze vast in dit gedicht, dat een oproep brengt: klare wijn schenken met het leven. Want de dood wacht op jou.
Op andere momenten neemt de ironische nuchterheid het over, om vast te leggen wat daarboven hangt, in een wolkje metafysica. In een cursief tekstje licht hij toe : ‘leg de woorden desnoods in / een hoek van de waanzin / in het gemurmel van de beschaving / niemand die het merkt’.
Altijd zijn Kilas’ gedichten geschreven in een elegante, goedgeklede taal met onverwachte wendingen en eigenzinnige associaties. De hand van de germanist/journalist is hier duidelijk voelbaar.
Op zijn expeditie/safari naar de zin der dingen komt hij beurtelings de angstaanjagende schreeuwuil tegen en dan weer de Markies van Carabas, uit het sprookje van De Gelaarsde Kat. Ach, het leven: ofwel belanden we in de uitzichtloosheid of de leegte van het niets, ofwel maken we onszelf wijs dat het niets ook iets is, dat we ons maar hoeven in te beelden dat we machtig, rijk en gelukkig zijn. De Markies van Carabas is nooit ver af.
–
angst voor het gewone
dat je eet, slaapt, aan je rug krabt
dat de medemens door je leven scharrelt
als een mier
zonder erg zit je erin
nooit meer zoeken
nooit meer danken aan
de Markies van Carabas
In het gedicht ‘Eromheen’ zegt Kila: ‘ergens, diep in het andere, / ligt misschien een verhaal / onbewerkt / de eenvoud van het fragment / uitsneden van verwachting / eromheen het geruis van wind / en betekenis’.
Met deze nieuwe bundel is Erick Kila – in de ijlte van betekenis – dichter dan ooit tevoren gekomen bij de zuiverheid van poëtische taal.
____
Erick Kila (2026). Het geruis van wind en betekenis. Uitgeverij Amforeas, 54 blz. € 15.00. ISBN 9789403888040



