door Hans Franse
Mijn dochter heet Marieken. Ze werd geboren in de tijd dat ik deze laatmiddeleeuwse tekst bestudeerde. Maar tezelfdertijd was ik, met al mijn door mijn ouders meegegeven liefde voor Vlaanderen, nogal gecharmeerd van een chanson van Jacques Brel, ’Marieke’, waarin een aantal Nederlandse zinnen voorkomen die over de liefde in Vlaanderen vertellen ‘… entre les tours de Bruges et Gand…’.
Maar misschien heb ik toch ook wel stiekem dat lied over Brugge en Gent en de liefde in dat fascinerende gebied met al die torens en klokken meegenomen bij de naamgeving van mijn dochtertje.
‘..Zonder liefde warme liefde
Lacht de duivel de zwarte duivel
Zonder liefde warme liefde
Brandt mijn hart mijn oude hart
Zonder liefde warme liefde
Sterft de zomer de droeve zomer
En schuurt het zand over mijn land
Mijn platte land mijn Vlaanderland…’
De tekst is even poëtisch als de door Ernst van Altena vertaalde chansons over Mon plat pays. Brel, een Francofone Vlaming uit het Brusselse Schaerbeek, zong ze zelf in het Nederlands. Elke keer als ik die CD draai, en dat is heel vaak, ben ik ontroerd als ik hoor hoe mooi onze taal kan zijn. Het is dan ook een prachtige vertaling. Van Altena was een groot vertaler, hooguit geëvenaard door Dolf Verspoor. Ergens heb ik gelezen dat Brel aan het zingen van ‘Marieke’ de voorwaarde verbond dat de Nederlandse zinnen’ in de oorspronkelijke taal’ gezongen moesten worden. Ik geloofde er niets van. Wie zou nu de moeite nemen om te oefenen op ‘…en schuurt het zand over mijn land…’.
We vierden dat jaar met zijn vieren de vakantie op Cape Breton Island in Canada. Het is een goddelijk mooi eiland dat ten westen ligt van New Foundland en veel prachtig natuurschoon toont in een combinatie van zee en landschap. Er is in het nationaal park een prachtige weg, de Cabot Trail die een van de mooiste is die ik ken. Het was het eiland waarop de Franse kolonisten in de 17e en 18e eeuw hun hoofdstad stichtten: Louisbourg, slim, aan de mond van de St. Laurensrivier, op de plek waar de golfstroom andere koudere en warme stromen ontmoet en de visrijkdom overweldigend was. Het wekte jaloezie op bij de Schotse bewoners die minder visrijke plekken hadden. Ze belegerden in de 18e eeuw de stad, namen hem in en verwoestten deze zo grondig dat alleen de fundamenten gespaard werden. Om de geschiedenis te corrigeren heeft Canada bij het honderdjarig bestaan van de natie in 1967 een groot deel van de stad aan de hand van de historische ontwerpen herbouwd. Mensen lopen er nu rond in 18e-eeuwse kostuums, je eet er 18e-eeuwse recepten (primitieve recepten met veel groenten en vis). Je ontmoet Molière.
We waren bij mijn enige zus, ze was 17 jaar ouder dan ik, trouwde een ‘bevrijder’ en vertrok naar dit toen (1945) nog zeer primitieve eiland, waar in sommige plaatsen nog een 18e eeuws, zeer primitief Frans werd gesproken. In de jaren zeventig begon de cultuur zich te ontwikkelen mede door de invloed van de Universiteit; daarvòòr was het de squaredance begeleid door de fiddle en vreselijk schelle doedelzakken.
We zagen in de hoofdstad van het eiland, Sydney, een lelijke stad met een bijna ijsvrije haven, dat er een musical opgevoerd zou worden in het theater van de Cape Breton University: ’Jacques Brel is Alive and Well and Living in Paris’, een Broadwaymusical uit 1968, gebaseerd op chansons van Brel. Ik had er veel over gelezen. We gingen er vol verwachting heen, de kinderen kenden mijn voorliefde voor deze chansonnier. We werden niet teleurgesteld: het was een swingend schouwspel. De acteurs, veelal studenten van de Universiteit, kwamen dansend en springend het theater binnen. Sommige chansons werden meerstemmig uitgevoerd. Vooral een mannenkwartet maakte indruk. Kennelijk waren ze getraind in close harmony, want het was op sommige punten perfect met lichtelijk schurende akkoorden.
En toen, ineens, werd door dit kwartet ‘Marieke’ gezongen. Mijn dochter ging recht op zitten. En ja hoor, in een duidelijk herkenbaar en goed verstaanbaar Nederlands werden de Nederlandse teksten gezongen na een joyeus begin ‘Ay Marieke, Marieke, le ciel flamand, couleurs de tours de Bruges et Gand’ en toen het grote moment
Zonder liefde warme liefde
Waait de wind de stomme wind
Zonder liefde warme liefde
Weent de zee de grijze zee
Zonder liefde warme liefde
Lijdt het licht het donk’re licht
En schuurt het zand over mijn land
Mijn platte land mijn Vlaanderland
Ik moet zeggen dat het me ontroerde, zo ver weg, ergens aan het einde van de wereld, mijn eigen taal te horen zingen. Het leek alsof ze voor onze Marieken zongen.
Uiteraard zijn we na afloop naar de zangers toegegaan. Het bleek dat ze de tekst fonetisch hadden geleerd, het was inderdaad een voorwaarde geweest dat men in de oorspronkelijke taal zong, maar ze hadden geen idee wat ze eigenlijk zongen. Een van de vier opperde dat hij wel eens gehoord had dat het ‘flemish’ was. Maar ze vonden het heerlijk dat ze voor een echte Marieke stonden, al werd haar naam dan ook als Marieken geschreven.
foto’s © Hans Franse
–






