LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Voor mijn moeder

4 okt 2026

door Jan Loogman

 

 

We zitten in huiskamer 2. Vijf vrouwen zitten aan de ovaalvormige tafel, de een is zonder hulp in een stoel gaan zitten, de ander kwam er met een rollator, nog weer anderen zijn in hun rolstoel aangeschoven door een van de in het groen gestoken medewerkers van het zorgcentrum. Er is koffie, thee, er zijn koekjes. Ook ik zit aan de tafel en voor mij heb ik mijn meegebrachte boeken gelegd. ‘Wat een stapel boeken,’ zegt een van hen soms of iemand vertelt dat ze ook veel boeken heeft. Die mededeling kan op ongeloof stuiten: ‘Zegt zij dat ze veel boeken heeft? Waar heeft ze die dan?’

Maar vandaag reageert niemand op mijn boeken. Ik wacht tot ieder een kopje koffie of thee heeft, melk en suiker, een koekje erbij. Soms is iemand al aan een tweede kopje toe en wacht ik nog wat langer. Dat heb ik hier geleerd: wachten. Totdat ik kan beginnen. Vandaag is het eerste wat ik voorlees een gedicht van Maud Vanhauwaert.

Jammer dat mijn moeder mijn moeder al is, lees ik hardop. De vrouwen geven geen sjoege. Het kan zijn dat zij mijn stem niet horen. Of ze verstaan mij wel, maar niet de betekenis van de woorden. Of – en daar hoop ik op – ze begrijpen die en zwijgen omdat ze er het hunne van denken.

Jammer dat mijn moeder mijn moeder al is
anders had ik haar vandaag tot mijn moeder benoemd,

voltooi ik de zin en nu glimlachen sommige vrouwen. Proeven zij net als ik dankbaarheid en trots in deze regels?

ik zou naar huis toe rijden, voor haar gaan staan
haar handen vastnemen en plechtig deze verklaring afleggen

jij bent mijn moeder

 

In deze regel weerklinkt Joop Admiraals U bent mijn moeder waarin het volwassen kind spreekt met de oude, dementerende moeder. Een recensent schreef dat voor veel toeschouwers Admiraals voorstelling ontroerend was omdat voor hen U bent mijn moeder intussen U was mijn moeder geworden was. Het verdriet dat bij de gewaarwording van die verandering hoort, het verdriet om het verdwijnen van de vrouw die de moeder was, terwijl ze daar toch tegenover je lijkt te zitten (en misschien zit ze daar ook wel) – dit verdriet proef ik niet in Maud Vanhauwaerts Jij bent mijn moeder.

De woorden zouden niet klinken voegt Vanhauwaert toe, als een allang voldongen feit // maar als iets dat al zo lang op het puntje van mijn tong lag / en ik nu pas durfde zeggen

Klinken de woorden zo voor deze vrouwen rondom de ovale tafel? Aan welke moeder denken zij? De moeder die zij als kind hebben meegemaakt en die zij ergens in hun leven zijn kwijtgeraakt? Of denken zij aan zichzelf? Zijn zij de moeder die hier de onderscheiding krijgt toebedeeld: jij bent mijn moeder?

Ik lees het gedicht nog eens en vraag wat zij ervan vinden. Ik ken de antwoorden. ‘Kort maar krachtig,’ zegt de een. ‘Fascinerend,’ vindt de ander. Een derde vraagt of er nog koekjes zijn. Maar misschien heeft een van hen even haar kinderen gehoord en de trots en dankbaarheid in hun woorden geproefd: jij bent mijn moeder.

 

 

afbeeldingen

1) Stichting Voorlezen
2) Pixabay

 

–

     Andere berichten

Kunst van kooigevechten en poëzie

door Marc Bruynseraede   Terwijl de Verenigde Staten zich opmaakten voor de viering van hun 250ste verjaardag door het oprichten van...