LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Barend Rijdes

25 okt 2026

door Ko van Geemert

 

foto © Wikipedia

Een poosje geleden stuitte ik in een van mijn vele ongeordende boekenstapels op drie boekjes: Literair dagboek 1941-1955, 1955-1965 en 1966-1975, geschreven door Barend Rijdes. Hoe ik eraan kom, weet ik niet meer. Van Barend Rijdes had ik nog nooit gehoord.
De uitgaven zijn samengesteld door Lenie Peetoom, die een bekend antiquariaat bestierde in Haarlem, Koningstraat 38. De winkel bestaat niet meer, Peetoom overleed in 2025.

Barend Rijdes, geboren in 1910, was leraar klassieke talen, schreef en begaf zich in literaire kringen. Zo lezen we over Rijdes’ ontmoetingen met Ed Hoornik (1910-1970), mevrouw Hora Adema (1914-1998, een van de oprichters van Opzij) en Adriaan Morriën (1912-2002), het is 1941: “Morriën heeft donker haar, lang met krullen (althans terzijde van zijn voorhoofd). Droeg een bril, maakte een scherpzinnigen en vermoeiden indruk. Van hem zal een nieuwe bundel het licht zien, ‘Landhuid’ getiteld [= Landwind, 1942], in de eveneens nieuwe Apollo-reeks van Stols. Hij zei niet veel. […] Mejuffrouw Hora Adema vond ik leelijk, terwijl ik het feit, dat Hoornik niet door zijn vrouw, maar door een vriendin vergezeld werd (en ik heb reeds eerder een verband tusschen die twee hooren leggen, maar zonder dat dat recht zou geven op argwaan) mij bevreemdde.”
We zien Rijdes in het bijzijn van tal van schrijvers tot we aan het slot van de drie dagboekdelen zijn oordeel tegenkomen over Gerard Reve op de televisie in 1975: “Wat een afgang! Een man van vijftig jaar, die zich tot zulke kinderachtigheden verlaagt, een brief van de paus zogenaamd in ‘veritaliaanst’ Hollands. En dan de blikken symbolen op zijn borst, een hakenkruis, hamer en sikkel en de wolfsklauw (wereldvredeteken?). Belachelijk en triest.”
Rijdes publiceerde poëzie (Orpheus: een cyclus, 1944, Palaia, 1969) en proza (De Burgemeester, een filosofisch getint werk dat draait om de thematiek van gezag, verantwoordelijkheid en macht, 1961, Een Rijtuig in de Sneeuw, waarin de hoofdpersoon zich bevindt in een grensgebied tussen leven en dood, 1971, zijn laatste roman).
Rijdes laat niet gek veel gedichten na, ik pik er een paar regels uit:

‘Het was een helder oogenblik
Vervuld van ’s levens scherpsten schrik:
Een vriend drukt U de rechterhand
Zijn dood staat morgen in de krant.’

Het slot van Laatste moment (uit Opwaartse Wegen, 1940), dat me een beetje aan De tuinman en de dood van P.N. van Eyck doet denken.
De laatste regels van Herstel (uit De Nieuwe Stem, 1949):

‘Vannacht zal ik hier als een vorst vertoeven
Wat mij omringt is onvervreemdbaar mijn
Want dit is al wat wij behoeven
Eenzaam en zeer gelukkig zijn.’

En het naar mijn smaak mooie gedicht Herinnering (uit Ad Interim, 1944):

‘Het is al laat eer ik de deuren sluit
Ik ga naar bed en kleed mij langzaam uit
De hond slaapt rustig in de keuken op zijn mat
Ik denk aan dingen die ik jaren lang vergat.
Ik hoor den wind die aan de bomen rukt
Geheel gelukkig zijn is mij nog niet gelukt.
Soms word ik stil, omdat ik niet meer weet
Of mijn geluk hetzelfde is als leed
Dan lig ik ’s avonds in mijn bed, en vind
Den slaap niet door het huilen van den wind.’

Barend Rijdes, die overigens ook tekende en schilderde, stierf in 1975, op 65-jarige leeftijd, in Haarlem.

Op zoek naar wat meer informatie over hem vind ik een (naar later blijkt erg leuk) boekje van Rita Verschuur, inmiddels 91 jaar, een oud-leerling van hem op het Kennemer Lyceum: Het Rijdes-gevoel, ondertitel: ‘Barend Rijdes en het huis van A. Roland Holst’, uit 2003. Rita bewaart zeer goede herinneringen aan de lessen van en gesprekken met Rijdes. Ze schrijft over het huis van Adriaan Roland Holst aan de Nesdijk in Bergen, ze woont sinds kort in Bergen. Het huis krijgt in 2002 een nieuwe bestemming: schrijvers en dichters kunnen hier voortaan een tijdje rustig werken. Hiervoor was een grondige restauratie nodig, die mogelijk gemaakt was door een legaat. Verschuur:
“Tijdens de feestelijke inwijding op 30 mei wordt mij duidelijk dat het legaat afkomstig is van Barend Rijdes en zijn vrouw Marianne Rijdes-Kruyt. Marianne stierf in 2001. Het Rijdes-gevoel slaat in alle hevigheid bij mij toe. Mijn leraar, mijn meneer Rijdes, sta ik hier nu dankzij hem? […] Ik wou dat hij er nu bij was! Samen met Roland Holst, die af en toe voorbijflitst in zijn dagboeken.”
Ze bezoekt het Letterkundig Museum waar alle dagboeken van Rijdes te vinden zijn: “het lijkt wel of alles bewaard is. O, meneer Rijdes, had u geen prullenbak? […] Uit deze oceaan heeft Lenie Peetoom haar keuze samengesteld.”
Rita Verschuur kan tot haar spijt niet vinden of Rijdes Roland Holst wel eens thuis bezocht heeft: “Hij zou er geen zweem van jaloezie hebben gevoeld. Het uitzicht op de polder, die duinenrij in de verte, het zou te veel van het groene voor hem zijn geweest. Voor Rijdes, kamergeleerde, stadsmens.”

Volgende keer vertel ik graag meer over dit Roland Holst huis.

–

     Andere berichten

Dodenmars

door Rogier de Jong - Nu in Oost-Europa een vernietigingsoorlog woedt waarin over en weer met dodelijke projectielen wordt geschoten, is...

Voor mijn moeder

door Jan Loogman     We zitten in huiskamer 2. Vijf vrouwen zitten aan de ovaalvormige tafel, de een is zonder hulp in een stoel...