Jozef Deleu – ondoorgrond

Recensent Peter Vermaat bespreekt ‘ondoorgrond’, het poëtisch oeuvre van Jozef Deleu: ‘Vanaf zijn eerste bundel zet Deleu de taal expliciet in als verdedigingsmiddel tegen de dood. Waar zijn eerste gedichten nog legers zijn, met vlaggen en uitdossing in bonte kleuren, vormen de latere gedichten eenzame donkere wachttorens op de grens, terwijl de naderende donkere wolken steeds zichtbaarder worden.’

Lees verder

Peter Mangel Schots – Synchroonliefde

De tweede bundel van Peter Mangel Schots ‘Synchroonliefde’ richt zich niet, zoals zijn debuut uit 2016, op maatschappelijke thema’s, maar is meer persoonlijk van aard. De intimiteit staat centraal. Janine Jongsma: ‘Keek Mangel Schots bij zijn debuut naar buiten, naar de wereld om hem heen, nu kijkt hij bij zichzelf naar binnen.’ Een mooie bundel met originele afdelingen in voornamelijk warme taal.

Lees verder

Jana Arns – Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn

‘Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn’ van Jana Arns wordt besproken door Peter Vermaat: ‘Evenals de lezer stelt de dichter zich op als beschouwer, waarbij wat beschreven wordt niet als persoonlijke waarneming, maar als feit wordt gepresenteerd. Door het niet te hebben over het individu, gaat het daarmee over iedereen. Het taalspel ziet er ingenieus uit, maar heeft als nadeel dat je het na een of twee keer lezen wel doorhebt.’

Lees verder

Dominique De Groen – Sticky Drama

Ivan Sacharov vindt ‘Sticky Drama’ van Dominique De Groen hier en daar wel vermakelijk: ”De Groen schept er de hele bundel genoegen in om sprookjes te vertellen, en die hebben meestal een diepere laag van betekenis. Echter vind ik haar in biologische termen ondergedompelde beeldspraak een tikje eentonig en niet overtuigend genoeg. De echte meeslependheid beperkt zich tot enkele ‘poëtische’ momenten.”

Lees verder

Hilda de Windt Ayoubi – Geef me je taal. Dat ik je beter versta

‘Geef mij je taal. Dat ik je beter versta’ van Hilda de Windt Ayoubi is volgens Hans Franse veel meer dan een gedichtenbundel: ‘Het is een essay, maar ook een pamflet. Het is een eerbetoon aan twee linguïsten: Frank Martinus Arion en Pieter Muysken. Maar het is ook een appèl voor het spreken en bestuderen van minderheidstalen in het algemeen en in het bijzonder het Papiamentu.’

Lees verder