Toon Vanlaere – Schreeuw mijn aarde

Voor Peter Vermaat is ‘Schreeuw mijn aarde’ van Toon Vamlaere dé bundel van 2021: ‘’Het komt niet vaak voor dat alle gedichten van een bundel elk een noodzakelijk deel van dat geheel vormen en dat zowel de chromatiek als de thematiek ieder gedicht doorademen en dooraderen. In de zowel dodelijke als leven brengende dans van ‘wij’: de ‘ik’ en de ‘jij’, aarde en lichaam, huid en gesteente, water en bloed, maakt ieder gedicht zijn eigen kleine beweging in het grotere geheel, doorleefd en beschreven vanuit zowel het persoonlijke oog als vanaf het hoge aloverziende.’’

Lees verder

André van der Veeke – Het schuimspoor van het onbereikbare

Marc Eyck is niet onder de indruk van ‘Het schuimspoor van het onbereikbare’, de achtste bundel van André van der Veeke. ‘Ik miste bij het lezen de verdieping die beklijft. Hoewel er in de bundel zeker poëtisch geslaagde gedichten te vinden zijn, heb ik over een flink deel van de negenendertig gedichten mijn twijfels. Dat ligt eraan dat wat voor gedichten door moet gaan eerder creatieve beschrijvingen of impressies zijn dan echte poëzie.’

Lees verder

Kenneth Swaenen – Witte dwergen

In de debuutbundel ‘Witte dwergen’ van Kenneth Swaenen leren we niet de dichter kennen, maar de kunstjes die hij blijkbaar geleerd heeft, volgens Peter Vermaat. ‘Er is techniek, maar er ontbreekt keer op keer een bezield verband. Noem het persoonlijkheid, noem het betrokkenheid, noem het voor mijn part taalliefde, het treedt in deze bundel nergens aan de dag. Keer op keer laat een slotregel me schouderophalend achter en van enige muzikaliteit is nergens sprake.’

Lees verder

Jeroen Vermeiren – Uit welk hout zal ik mij snijden?

In de nieuwste bundel ‘Uit welk hout zal ik mij snijden?’ van Jeroen Vermeiren, vindt Wim Platvoet gedichten die van een waarachtige schoonheid zijn: ‘’Het zijn dan ook geen vrolijke gedichten, maar gedichten die zichzelf niet ontzien. Hier en daar klinkt een negatief zelfbeeld van de dichter door, ‘zomaar een man op kniezerige knieën’. De kracht van deze poëzie is dat we dat aanvaarden, en tegelijkertijd willen we de dichter opmonteren, onze arm om hem heen slaan.’’

Lees verder

Giorgo Baffo e.a. – Vertalersweelde

In de achttiende eeuw schreef Giorgio Baffo pornografische poëzie in Venetiaans dialect. Mereie de Jong heeft in ‘Vertalersweelde’ de eerste Nederlandse uitgave samengesteld en vertaald. Het is logisch dat De Jong niet gekozen heeft voor klassiek rijm, maar voorrang heeft verleend aan de muzikaliteit en de woordkeus in de sonnetten. Deze bundel is een smeuïg partijtje porno waar de vertaler flink haar niet preutse stempel op heeft gedrukt. Een recensie van Janine Jongsma.

Lees verder