Tijs van Bragt – Bonterik Sterrenzager

Recensent Paul Roelofsen vindt in de bundel ‘Bonterik Sterrenzager’ van Tijs van Bragt, poëzie die zich naar boven graaft: ‘De bundel bevat naast deze ogenschijnlijk lichte lyriek, gedichten die weliswaar naar buiten zijn gericht maar waar diep graafwerk aan vooraf is gegaan, soms op het (quasi?) filosofische af. Poëzie die met grote aandacht is geschreven en die met dezelfde aandacht dient te worden gelezen. Wie dat doet wordt rijkelijk beloond.’

Lees verder

Maurice Carême – De zomer ligt zoals een vrouw

Recensent Marc Bruynseraede verheugt zich dat, door deze uitgave ‘De zomer ligt zoals een vrouw’ van Maurice Carême, de sprankelende schoonheid van deze geëerde Belgisch-Franstalige dichter en ‘Prince des Poètes’ in ruimere kringen bekend gemaakt wordt: ‘De vraag is of het niet zinvoller geweest ware het rijmen te laten vallen? Het lijkt wel zaklopen in de taal.’

Lees verder

Inge Braeckman – In de eerste uren Zomer

De bundel van Inge Braeckman ‘In de eerste uren Zomer’ vindt zijn oorsprong in het Toscaanse landschap en het onuitsprekelijke van haar muzikale ervaringen die zij opdeed vorig jaar zomer ten tijde van het Collegium Vocale Crete Senesi Festival. Recensent Johan Reijmerink heeft genoten: ‘Het is van een ongelooflijke schoonheid, beeldenrijkdom en vaardigheid, hoe Braeckman woorden vindt voor haar impressies.’

Lees verder

Mattijs Deraedt – De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan

Recensent Kamiel Choi over ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan’ van Mattijs Deraedt: ‘Een bundel die probeert in kunstzinnige en precieze taal te beschrijven wat het betekent om een man te zijn in de jaren twintig van onze eeuw. Deze bundel is een zorgvuldig geregisseerde woekering van beelden, die zeker zijn merites heeft. Soms komt het op mij iets te kunstmatig over.’

Lees verder

Luc Vanhie – Een bedelnap in het behang

Recensent Hans Franse is gefascineerd door de bundel ‘Een bedelnap in het behang’ van Luc Vanhie: ‘Er is een groot verband tussen Vanhie en Paul van Ostaijen: deze poëzie zou zonder de jong gestorven voorganger anders zijn geweest. De beeldspraken en metaforen zijn niet altijd bevattelijk, maar fascineren en intrigeren wel.’

Lees verder