Maria do Rosário Pedreira – Scherven

Janine Jongsma liet zich meevoeren naar Portugal met de bundel ‘Scherven’ van Maria Do Rosário Pedreira, vertaald door Harrie Lemmens: ‘De gedichten hebben een verhalend karakter waarin de poëzie soms opspat als fris water door de ongekunstelde zinnen. Het speelt zich allemaal af rondom het huis, het strand en de zee, en er is een grote rol weggelegd voor de wind. De dichter trekt je mee in het gevoel van weemoed oftewel saudade in het Portugees. Een warme bundel vol passie.’

Lees verder

Maud Vanhauwaert – Het stad in mij

Recensent Marc Bruynseraede vindt ‘Het stad in mij ’, de dikke pil van Maud Vanhauwaert, lijken op een IKEA-catalogus vol dichterlijke strapatsen en originele vondsten en verzen: ‘Doorheen alle poëtische initiatieven zien we dat we hier met een dichteres te maken hebben die vele registers bespeelt en waarschijnlijk de meest inventieve is geweest van alle Antwerpse stadsdichters tot nog toe.’

Lees verder

Heldenleven – Jan Vanriet

‘Heldenleven’ is de bundel van Jan Vanriet. Met gedichten en gouaches brengt hij zijn jeugd tot leven. Recensent Hans Franse vindt het een sieraad voor zijn boekenkast: ”Deze mooi verzorgde bundel is ‘meer dan een praatje met een plaatje’, veel meer zelfs, al was het alleen maar door de kwaliteit van het beeld, maar ik had graag een geïntegreerd kunstwerk gezien waarin de poëzie met louter poëtische middelen een meer autonome rol zou hebben naast de even zelfstandige gouaches.’’

Lees verder

Willem van Toorn – De dagen

Hans Puper vindt ‘De dagen’ van Willem van Toorn een bundel die ertoe doet: ‘In de stijl en inhoud herken je de begaafde schrijver van korte verhalen: de gedichten zijn anekdotisch en hebben een sterke samenhang. (…) De laatste jaren van het leven, herinneringen die actueel blijven en de dood vormen de overheersende thematiek in de bundel, altijd in samenhang met een hartstochtelijke liefde voor het leven.’

Lees verder

Remko Koplamp – De held van Labbertong

Vorm en inhoud samen maken een gedicht. Maar wat gebeurt er als je de teugels van de vorm uiterst strak aanhaalt? Hoe ver kan een dichter formele regels aanscherpen zonder dat dit de inhoud van een gedicht geweld aan doet? Dat vroeg recensent Inge Boulonois zich af bij de lectuur van ‘De held van Labbertong en andere letterkundige verzen’. Behoorlijk ver, bewijst Remko Koplamp. Deze dichter beschikt over een enorme spitsvondigheid in taal en tovert ondanks strenge restricties geestige light verse te voorschijn.

Lees verder