Poëzie Kort – 2020 / 4

In de vierde Poëzie Kort van dit jaar bespreken we vier bundels: Bloemlezing – ‘Geen vliegtuig trekt zijn streep’ (Janine Jongsma) Henny Vrienten – ‘De een is de ander niet’ (Eric van Loo) Kate Tempest – ‘Hold your own’ (Janine Jongsma) Jeanet van Omme – ‘Wees geen vreemde’ (Janine Jongsma)

Lees verder

Alfred Schaffer – Wie was ik. Strafregels

Johan Reijmerink bespreekt ‘Wie was ik. Strafregels’ van Alfred Schaffer: ‘Door de hele bundel klinkt de stem van een vaardig dichter die in een rijke schakering aan beelden, situaties en invalshoeken oproept om in te zien dat we allen op zoek zijn naar erkenning en bestaansrecht. Herinneringen brengen hem telkens weer terug bij waar hij vandaan kwam. Het blijft voorlopig bij impromptu’s van een vreemdeling die blijft vragen om gelijkwaardigheid in een land dat zich nog niet voldoende bewust is van het onrecht.’

Lees verder

Marjon Zomer – Niemandslanddagen

De bundel ‘Niemandslanddagen’ van Marjon Zomer is geschreven gedurende een depressie waardoor de gedichten doordrenkt zijn van zwaarmoedige gevoelens en eenzaamheid. Recensent Maurice Broere: ‘Niemandslanddagen’ is een aansprekende bundel over een onderwerp waar toch wel een zeker taboe op rust. Marjon Zomer neemt de lezer mee in een donkere periode waar het licht maar spaarzaam doordringt.’

Lees verder

Lucas Hirsch – Wu wei eet een ei

Recensent Peter Vermaat duikt in het taoïstische gedachtegoed met ‘Wu wei eet een ei’ van Lucas Hirsch: ‘In de tweede afdeling proef ik het meeste vlees en bloed. In de vele dubbele betekenissen lees ik de poëzie die Hirsch elders in de bundel hartgrondig zegt te willen vermijden, de klankherhaling in de prozazinnen doen de bezweringen opstijgen die aangrijpen wat niet meer tastbaar is, zodat de klankschaal van nog onhoorbaar laag tot niet meer hoorbaar hoog wordt aangewend om het spectrum van zichtbaar tot onzichtbaar te evoceren.’

Lees verder

T. van Deel – Een steen in de beek verveelt zich niet

Recensent Herbert Mouwen betrapt zichzelf erop dat hij niet kan stoppen met lezen in ‘Een steen in de beek verveelt zich niet’ van T. van Deel: ‘Het lijkt erop dat T. van Deel elke vorm van passiviteit die hij waarneemt, probeert te activeren. Zo kort als zijn gedichten soms zijn, aan het slot komt elk gedicht tot leven, gaat het bruisen, geeft het de lezer energie. Zijn woordkeus is altijd treffend, het toepassen van de personificatie is een belangrijk stijlmiddel.’

Lees verder