Atze van Wieren – Swannesang

‘Swannesang’ van Atze van Wieren is een tweetalige bloemlezing waarvan de vertaling van Klaas Bruinsma in het Fries door de dichter zo respectabel wordt gevonden dat de titel van de bundel in het Fries wordt geschreven, volgens Paul Roelofsen. ‘’Het betekent in het Nederlands zwanenzang, dat is wel duidelijk, maar slaat niet op de gedichten van Van Wieren maar op de vertalingen daarvan door de ‘Meester van Talen’ Klaas Bruinsma die kort hierop in 2018 overleed.”

Lees verder

Wout Waanders – Parkplan

De bundel ‘Parkplan’ van Wout Waanders is een weldoordacht en knap debuut: ‘Het idee om een bundel neer te zetten als een attractiepark is origineel bedacht en zeker gelukt wat mij betreft. Maar het zijn de gedichten zelf die de grootse attractie vormen en zo hoort het ook in een dichtbundel. De kracht van Waanders is dat hij de lezer ontregelt met surrealisme, absurdisme en het toepassen van de paradox in hedendaags taalgebruik.’ Een longread van Janine Jongsma.

Lees verder

Hans Tentije – Nergens anders

De bundel ‘Nergens anders’ van Hans Tentije gaat over wat er zich afspeelt op de grens tussen binnen- en buitenwereld, onder invloed van het verstrijken van de tijd. Kamiel Choi: ‘Ik heb een aantal gedichten met plezier gelezen, maar vond de pointes vaak wat overbodig en afleiden van de mooie, ingetogen beschrijvingen die de vitale kern van deze poëzie vormen. Bij het herlezen van de bundel dringt de kwaliteit van deze poëzie door.’

Lees verder

Nele Buyst – Regels

Hettie Marzak vindt de bundel ‘Regels’ van Nele Buyst een geslaagd debuut: ‘Het individu zoekt in de gedichten van Buyst een manier om zich te verenigen met de opgelegde wetten van de massa, schurkt zich erlangs, wijkt er weer van weg en vloeit weer samen met de bestaande regels in een trage dans van aantrekken en afstoten. Gaandeweg ontstaat er een symbiose waarin het individu zich dreigt te verliezen.’

Lees verder

Anne Vegter – Big data

De gedichten in de bundel ‘Big data’ van Anne Vegter haken zich niet in het vlees van Peter Vermaat: ‘De indruk die ik aan deze bundel overhoud is die van een overdaad aan kabbelende, babbelende taal, waarin zich heel af en toe een niet alledaags doorkijkje opent, maar die verstoken blijft van vergezichten en – wat voor deze lezer vooral belangrijk is – betoverende taal.’

Lees verder