Anne Broeksma – Vesper

Anne Broeksma’s tweede bundel ‘Vesper’ wordt besproken door Peter Vermaat: ‘Broeksma hanteert in de bundel vaak de stijlfiguur waarin heden (of toekomst) en (een ver) verleden door het gedicht in één greep worden gevat. De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal. Van lyriek is daarmee vrijwel nergens sprake.’

Lees verder

Juliën Holtrigter – De sprong van de vis

Martijn Benders ontdekt het mooiste coronagedicht tot nu toe in ‘De sprong van de vis’ van Juliën Holtrigter aka Henk van Loenen: ‘Dit is een kernachtig dichter, wiens stem op papier spreekt als een boom. In enkele rake streken een sfeer neer weten zetten: van Loenen kan dat. Er zit beeldende kracht in, van de concrete soort zelfs. Opnieuw een hele goede bundel van een dichter die zich inmiddels bewezen heeft.’

Lees verder

Kila van der Starre – Poëzie buiten het boek

Afgelopen vrijdag verdedigde Kila van der Starre haar proefschrift ‘Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie’ aan de Universiteit Utrecht. Recensent Herbert Mouwen volgde dit op de voet en is van mening dat het proefschrift van Van der Starre een must is voor iedere poëzieliefhebber: ‘Zij onderzoekt vanuit het perspectief van de gebruikers wat mensen met gedichten doen, welke dragers poëzie heeft en op welke manieren het gebruik en de drager bijdragen aan de betekenis van die poëzie.’

Lees verder

Kamiel Choi – Tiktaalik

Volgens Peter Vermaat slaagt Kamiel Choi met de bundel ‘Tiktaalik’ er vooral in om uitdrukking te geven aan zijn caleidoscopische persoonlijkheid als dichter: ‘’Je ‘tikt’ de dichter, raakt hem (aan) en hij drukt zichzelf, zijn ‘ik’, uit in taal. Geef een vulkaan een duw en hij barst uit. Een dichter die zichzelf beschouwt als vulkaan van taal, maakt achteraf geen onderscheid tussen zijn erupties, die uit de aard der zaak dan altijd aan elkaar gelijkwaardig zijn.’’

Lees verder

Ellen Deckwitz – Dit gaat niet over grasmaaien

Marc Bruynseraede over ’Dit gaat niet over grasmaaien’: ‘Ellen Deckwitz poogt met haar vlot leesbare stukjes de indruk te wekken dat poëzie zo klaar is als pompwater en dat je er je weg in kan vinden, als je maar lang genoeg zoekt. Zelfs als het pompwater troebel blijkt te zijn, stelt zij (vrolijk huppelend?) zou dat niet onoverkomelijk moeten zijn. Poëzie legt niet zelden de vinger op de wonde van pijn, gemis, verlangen. Het is één wenen en tandengeknars. Maar kan ook een lichtpunt zijn in existentiële kwesties.’

Lees verder