Mark Boog – Liefde in tijden van brand

Recensent Herbert Mouwen vindt ‘Liefde in tijden van brand’ van Mark Boog zeer toegankelijk en de moeite waard: ”De buitenwereld kan zo destructief zijn, zo alles vernietigend in brand staan, zo’n vuurzee zijn, dat je geen keus hebt dan om je af te schermen. Je moet. Wanneer je je dat realiseert, dan is er altijd nog het vuur in jezelf dat jou (en je geliefde) ontplooiingskansen geeft: de vurige liefde, het brandende verlangen, ‘het zinderende lijf’, de smeulende aanwezigheid van de geliefde die bij tijd en wijle explodeert in verhitte hunkering.”

Lees verder

Philippe Cailliau – Omtrek van water

Marc Bruynseraede heeft genoten van de bundel ‘Omtrek van water’ van Philippe Cailliau: ‘Als je zoiets fluïde en archetypisch als water tracht te vatten, betekent dit voor Cailliau’s poëzie zoiets als finaal thuiskomen. Zijn taal toont dat overvloedig aan. Maar meer dan zee, dan water, is er de verkenning van de taal en van het innerlijk. Het rijke taalgebruik straalt speelse lenigheid uit. De toon is ook rustiger geworden dan in de voorgaande bundels.’

Lees verder

Erik Bindervoet – De droom van eb inkt diervoer

Peter Vermaat laat zich meevoeren door de poëzie in ‘De droom van eb inkt diervoer’ van Erik Bindervoet: ‘Misschien is dit ook wel de sterkste kwaliteit van Bindervoet ’s poëzie, namelijk dat je door de taal in een stroomversnelling van klank en associaties getrokken wordt, die zijn eigen structuur en logica aan je oplegt zonder dat je de behoefte voelt om op het gebied van betekenis het stuurwiel in handen te blijven houden.’

Lees verder

Paul Soete – Vergrootglasogen

Recensent Ivan Sacharov heeft met zijn eigen ‘vergrootglasogen’ de bundel gelezen van Paul Soete. Hij had graag meer gedichten geciteerd uit ‘Vergrootglasogen’: ‘Er vallen mooie dingen op en af en toe ook minder mooie. Misschien moet ik alles – met andere ogen – nog een keer lezen.’

Lees verder

Liesbeth Aerts – Woonoperaties

Peter Vermaat blijft lauw onder ‘Woonoperaties’ van Liesbeth Aerts: ‘De taal is op kamertemperatuur, niet heet van woede of scherp koud van haat. Nergens word ik door de kracht van taal overweldigd, nooit is het muziek van klank die overstemt. Een aantal keren lees ik aardige beeldspraak, hier en daar een opvallende observatie. Heeft de dichter geprobeerd om, door het verwijderen van het al te persoonlijke, het overblijvende herkenbaar te laten zijn voor iedereen?’

Lees verder