Koleka Putuma – Collectief geheugenverlies

Johan Reijmerink bespreekt in deze longread de spraakmakende bundel ‘Collectief geheugenverlies’ van Koleka Putuma die hij een natuurtalent noemt: ‘Omdat Putuma haar politiek-maatschappelijk engagement in haar persoonlijke ontwikkeling weet te verankeren levert het doorleefde en betrokken poëzie op die wereldomspannend is en om gerechtigheid vraagt. Ze beweegt zich uiterst vrij in haar omgang met versvormen, zinslengtes en strofeomvang.’

Lees verder

Frank Báez – Gisteren droomde ik dat ik een dj was

Bescheidenheid en de twijfel aan zijn eigen dichterschap lopen als een rode draad door de bundel ‘Gisteren droomde ik dat ik een DJ was’ van Frank Báez. Hettie Marzak over zijn gedichten: ‘Ze worden vooral gekenmerkt door eenvoud van taal: deze dichter houdt niet van plechtstatigheid. Geen literaire kunstjes, geen quasi-intellectuele frasen, geen retoriek. Doe maar gewoon, zegt Báez. Dit alles in gewone taal, alsof hij rechtstreeks tegen je praat in een gesprek aan de bar.’

Lees verder

Simon Oosting – DC … en dichterbij / DC … en tichterby

Hans Puper over ‘DC … en dichterbij / DC … en tichterby’, de tweetalige bundel van de Friese dichter Simon Oosting: ”Zijn poëzie is schijnbaar eenvoudig; zo eenvoudig dat je moet oppassen niet over dingen heen te lezen. Vaak lijken zijn gedichten nuchter, observerend, maar dat is schijn. Juist daardoor raken de gedichten je; meestal tenminste. ‘Het hart is bonzend en niet hier’, schreef Bloem en dat lezen we bij Oosting tussen de regels.”

Lees verder

Frank van Pamelen – Bravogeroep en enthousiast gefluit

Recensent Inge Boulonois: ‘’Dichter-cabaretier Frank van Pamelen staat 25 jaar in het theater. Zijn nieuwe bundel bevat een overzicht van zijn poëtische oeuvre. Voelbaar dichtplezier en puntige vindingrijkheid spatten van de pagina’s af. Dit verzamelwerk bevat een bewonderenswaardige variatie in onderwerpen en versvormen. ‘Bravogeroep en enthousiast gefluit’ is een boek dat verre van gauw ‘op’ raakt.’’

Lees verder

Peter Prins – de Stad de Dystopie

‘de Stad de Dystopie’ van Peter Prins is eerder fotografisch dan tekstueel. Ivan Sacharov aan het woord: ‘’Alleen de titel al: met zo’n woord als ‘Dystopie’. Een omgekeerde utopie eigenlijk: geen onverwezenlijkbaar droombeeld, maar een (verwezenlijkte) nachtmerrie of hel. Hier ook nog met een hoofdletter geschreven, alsof het om de naam gaat van een specifieke plaats. Maar dat verandert niets aan het feit dat ik er toch een beetje moeite mee heb om ruim 40 gedichten lang eenzelfde soort indrukken voorgeschoteld te krijgen.’’

Lees verder