René Hooyberghs – Het buikje van de kikker

Volgens Marc Bruynseraede is in ‘Het buikje van de kikker’ van René Hooyberghs een dichter met een grote culturele bagage en liefde voor de kunst aan het woord: ‘De weergalm van het artistieke vind je overvloedig terug in deze bundel. En het mededogen voor het kleine, het onooglijke, dat ons met de neus op de poëtische essentie van de dingen drukt.’

Lees verder

Hester Knibbe – Inzake dit huis

De poëzie van Hester Knibbe in ‘Inzake dit huis’ toont zich spanningsvol in haar enjambementen en verrassende beeldwisselingen volgens Johan Reijmerink: “De scherpzinnige waarnemer Knibbe is in deze bundel in staat geweest het oog het wonder te laten vervullen voor de ziel ‘dat te openen wat geen ziel is, de gelukzalige wereld van de dingen en hun god, de zon’.

Lees verder

Wim Vandeleene – Duikvlucht

‘Duikvlucht’ van Wim Vandeleene is een knap volwassen debuut. Recensent Paul Roelofsen: ‘Vandeleene schrijft helder en beeldend. Meestal blijven zijn verzen ook van het begin tot aan het eind op de juiste spanning. De ernstige ondertoon die naarmate de bundel vordert steeds voelbaarder wordt, is een bezorgdheid over waar het met de aarde naar toe moet. Vandeleene laat zich niet overweldigen door deze ongerustheid, hij houdt afstand, maar juist dat maakt deze bundel zo sterk.’

Lees verder

Kees van Kooten – 575 Haikoots

Recensent Herbert Mouwen dook in ‘575 Haikoots’, een bundel van Kees van Kooten: ‘Deze verzamelbundel is bedoeld voor een breed lezerspubliek en voorziet in een behoefte, zeker in deze tijden van zoveel mogelijk thuisblijven. Niet alleen de poëzieliefhebbers, maar ook lezers die de subtiele humor van deze schrijver en televisiepersoonlijkheid waarderen, kunnen ervan genieten. De haikoots zullen je als lezer vele malen een glimlach bezorgen.’

Lees verder

Peter van Lier – Af(breken) op(ruimen) in(pakken)

In de zesde bundel van Peter van Lier – ‘(Af)breken (op)ruimen (in)pakken’, staan afscheid en de dood centraal. Recensent Hettie Marzak ziet vakmanschap: ‘Bij Van Lier klopt altijd alles: als een rederijker zorgt hij ervoor dat zijn gedichten in hun ogenschijnlijke wirwar van witregels en spaties toch steeds vormvast zijn. De enjambementen werken als verkeersdrempels die het langzamer bewegen afdwingen.’

Lees verder