Klassieker 234: N.E.M. Pareau – De sidderrog

Herman Jan Scheltema (1906 –1981) gold als een markante hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vooral op jongere leeftijd publiceerde hij poëzie, onder het pseudoniem N.E.M. Pareau. Voor Pieter M. van Sterkenburg is ‘De sidderrog’ een bijzonder gedicht. Een klassiek sonnet, op het eerste gezicht wat archaïsch en bedaard. Maar leest u vooral door: het venijn zit hem in de staart.

Lees verder

Klassieker 233: Chr. J. van Geel – Lichtval

Zoals in zoveel gedichten van Chr. J. van Geel speelt de natuur een grote rol in het hier besproken ‘Lichtval’. Geen eenvoudig gedicht. Van Geel kan vaak kort van stof zijn, hoewel hij zijn taal hier minder heeft ingedikt. René Leverink blaast de regels nieuw leven in.

Lees verder

Klassieker 232: Benno Barnard – Ode aan Joy

‘Ode aan Joy’ van Benno Barnard is na eerste lezing een verwarrend gedicht. “Is dit een ode aan zijn vrouw? Wat bezielde Benno Barnard om haar op die manier te bezingen?” Joost Dancet legt deze ode onder de loep, wat leidt tot mooie en verrassende bevindingen.

Lees verder

Klassieker 231: Jannah Loontjens – Geplastificeerd

‘Geplastificeerd’ is bij uitstek een onpoëtisch woord. Jannah Loontjens stoort zich daar niet aan, en gebruikt het zelfs als titel voor een gedicht. Een bijzonder gedicht, volgens Inge Boulonois. Een klassieker over de moderne mens in een nieuwbouwwijk.

Lees verder

Klassieker 230: Jan Hanlo – De Mus

Het zou niet goed gaan met de mus in Nederland. In de Nederlandse letteren zingt het beestje er echter lustig op los. Vorig jaar verscheen ‘Mussenlust – de huismus in 50 gedichten en 150 tekeningen van Peter Vos’. Een ereplaats in dit boek viel natuurlijk toe aan ‘De Mus’ van Jan Hanlo. Een omstreden maar inmiddels klassiek geworden gedicht. Jeroen van den Heuvel buigt zich over twintig keer ‘tjielp’.

Lees verder