Vrouwkje Tuinman – Wat ik met de sleutel moet

Uit alles blijkt in Vrouwkje Tuinmans Wat ik met de sleutel moet haar oog voor detail, de kleine dingen die er in het leven toe doen. Het is een komen en gaan van mensen en gebeurtenissen.
Tuinman is met haar omzwervingen op locatie voortdurend op zoek naar begrenzingen, omheiningen, inperkingen om maar tot een vaststelling van die andere realiteit te kunnen komen, over het ‘daar’.

Lees verder

Martijn den Ouden – Melktanden

Melktanden van Martijn den Ouden kan bij Marijntje Gerling zeker op waardering rekenen. Maar, schrijft zij, de lezer behoeft wel een volwassen gebit om af en toe even te kunnen doorbijten.

Lees verder

Joop Leibbrand – Waterpas

De blauwe bus van Van der Wijst door Roel Weerheijm Joop Leibbrand (1943) was een paar jaar stadsdichter van Den Helder. Dat heeft een mooie verzameling op deze Noord-Hollandse havenstad geïnspireerde gedichten opgeleverd. Na eerdere bundels als Wacht maar (2001; onder het pseudoniem Frida Snel) en Vroeger of later (2003) kan het bij HDC Media verschenen Waterpas worden beschouwd als het voorlopige hoogtepunt in Leibbrands oeuvre. Wat is een ‘stadsdichter’? Iemand die het in elk (officieel) gedicht heeft over de stad in kwestie? Een dichter, afkomstig uit een bepaalde stad? Een dichter die zich in positieve zin onderscheidt van de […]

Lees verder

Johanna Geels – Detox

Detox, de tweede bundel van Johanna Geels, beweegt zich tussen de polen mierzoet en inktzwart. Lieve meisjes met roze slapen worden wreed aan stukken gescheurd. Het opgeven van hun onschuld, een kinderlijke sprookjeswereld, gaat gepaard met ernstige ontwenningsverschijnselen. En het zijn, zo leest Wilma van den Akker, niet alleen de meisjes met wie gruwelijke dingen gebeuren.

Lees verder

Lieke Marsman – Wat ik mijzelf graag voorhoud

‘Lieke Marsman is twintig. Als ze de rest van haar leven iedere twee à drie jaar een bundel produceert, zit er een oeuvre van tientallen bundels in. Wat een rijkdom zal dat zijn voor de Nederlandse poëzie.’ Aldus Bouke Vlierhuis aan het slot van zijn bespreking van Wat ik mijzelf graag voorhoud.

Lees verder