Columns

Het lichaam van de poëzie
De Poëzieweek 2025, die duurde van 30 januari tot en met 5 februari, had als thema ‘Lijfelijkheid’ en als motto ‘In dit plooibare huis dat huid heet’. Het thema is ontleend aan een gedicht van Charlotte Van den Broeck. In hoeverre is poëzie lijfelijk? Moet je het schrijven en lezen als fysiek bestempelen of is de thematiek of inhoud ervan lijfelijk?
Terug naar roerige tijden
Omdat we dertig jaar bestaan, trakteert Janine Jongsma ons vandaag op een column. Ze neemt ons mee naar de tijd waarin zij beginnend dichter was. Toen werd de allereerste Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gehouden en bestond Literair Weblog De Contrabas nog. Ze vertelt over de enorme ophef die ontstond bij de afvallers van de Turing, over de populariteit van De Contrabas en natuurlijk over haar eigen ervaringen.
Een nieuwe kans voor onze ziel
Buiten de taal zijn er andere uitdrukkingswijzen voor onze gevoelens, gedachten, waarnemingen. Muziek, dans, gebaren, beweging, poëzie werken niettemin alleen op het gevoel als de luisteraar, de kijker zich ervoor open stelt: 'Als de ziele luistert / spreekt het al een taal dat leeft.' Maar we kunnen ons openstellen, ook nu. Onze toekomst biedt zich telkens aan.
Lévi Weemoedt, orgelman van het trieste straatpierement
‘Treurnis, het woord alleen al, smaakt in de mond als een drankje op voorschrift van de dokter, tussen bitter en smakeloos. Maar er zijn dichters waar het treurige vermengd wordt met aanstekelijke humor.’ Pieter Sierdsma over de poëzie van Lévi Weemoedt.’ Aan het tragikomische wiel van de werkelijkheid wordt nog een tandje bijgezet, zonder dat daarbij overigens veel fantasie nodig is.’
Gedichten voor onze levensavond
Volgens Ko van Geemert was de poëziebloemlezing: ‘maar geen bestemming / gedichten over de oude dag.’ de eerste dichtbundel die werd uitgegeven op therapeutische basis. ‘Oud worden’, zo lezen we in het Voorwoord, ‘lijkt synoniem voor ‘lijden, verdriet, verlies en nutteloosheid’. Daar wil men wat tegenover stellen.’ Dat deed Van Geemert zelf ook met zijn interviews, verzameld in de bundel ‘Dor hout.’
Wim Kan en Harry Mulisch
Hans Franse kreeg een boekje van Harry Mulisch, 'Manifesten', uit de erfenis van Wim Kan. Het gaat niet over poëzie, wel over schrijven en de schrijver. De opmerkingen over kritiek betrok hij op zichzelf, het raakte hem als recensent. Als hij leest hoe Wim Kan bepaalde opmerkingen aanstreepte, zelfs een keer emotioneel, is dit boekje ook voor Meander de moeite waard.
Wat wil de dichtkunst?
Wat je wandelend met het hondje al niet kunt ontdekken. Rogier de Jong vindt de hem onbekende Vlaamse dichteres, Patricia Lasoen. Wie was zij? ‘Ík geloof sterk in de noodzaak aan communicatie, aan het belang en de herwaardering van de dingen rondom ons, aan de mogelijkheid om de ideeën uit te drukken via de beschrijving, de ontleding van de objekten’.
Meander Live 9
De Iraans - Nederlandse Sholeh Rezazadeh is de negende dichter die te gast is op Meander Live, als steeds in het Luxor Theater in Zutphen. Op zondagmiddag 2 februari, in de Poëzieweek, leest zij haar poëziedebuut ‘Neem ruim zei de zee’ in zijn geheel voor.
‘Ik ging naar De Pijp om familie te zien’
‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ werd ‘Ik ging naar De Pijp om familie te zien’. Deze pastiche van Jan Loogman krijgt u niet te lezen, hij blijft liever in de stijl van Nijhoff en schrijft ‘Op deze plaats heeft een gedicht gestaan / ’t beviel mij niet.’ Hij en zijn familie kwamen wel heel dicht bij 'De Moeder De Vrouw.'