LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Columns

Een omgeving is wat men er van ‘maakt’ – de vroege visuele gedichten van Roland Jooris
Een omgeving is wat men er van ‘maakt’ – de vroege visuele gedichten van Roland Jooris
Er zijn weinig Vlaamse dichters die zoveel aandacht hebben geschonken aan het visuele aspect van het-in-de-wereld-zijn als Roland Jooris. Hij heeft de automatische cameratechniek meermaals toegepast, een gedicht wordt als het ware vastgelegd door een dashcam. Nu en dan wordt de visuele herkenning samen met de daaruit voortvloeiende zingeving niet volledig ontbloot. De dichter schrikt van het beeld en onderbreekt de gebeurtenis door de woorden.
Poëzie van het volk
Poëzie van het volk
Een buitelende column die beweegt van materiaal uit een programma van de NOS ‘Onder de groene linde’ waarin Ate Doornbosch met zijn opnameapparaat volksliedjes vastlegde, tot geëngageerde en protestzangen, waarvan niemand weet waar de tekst vandaan komt die ineens een historische betekenis heeft, via familiefeestjes met liedjes in een notoir Leidse tongval, tot theatervoorstellingen van en met Dario Fo. Natuurlijk van Hans Franse.
Door een gat in de heg
Door een gat in de heg
‘Als ik een voetballertje was geweest, had een buurman als Abe Lenstra ongetwijfeld diepe indruk op me gemaakt’, schrijft Rogier de Jong. Maar helaas of niet, hij had meer met woorden. Vasalis, deze imposante, karaktervolle vrouw, wier bundeltjes bij hen in de boekenkast stonden, maakte iets in hem los en door een gat in de ligusterheg kwam zij bij hen buurten.
De eerste honderd (9)
De eerste honderd (9)
Het is nog maar 1975, dat jaar waarvan Wim van Til wilde dat het veel langer zou duren want hij vond er zoveel moois en bijzonders. Op 24 januari begon het al: acht bundels in de uitverkoop bij boekhandel Bijleveld. Van zijn studiegeld en uitzendwerkopbrengsten kocht hij later nog 65 bundels, wat het totaal op zijn plank bracht op 111. Daar zat die honderdste dus ook tussen ...
Juryrapport Rob de Vos-prijs 2025
Juryrapport Rob de Vos-prijs 2025
In het juryrapport van de Rob de Vos-prijs 2025 blikken de jury en de organisator terug op hun ervaringen met de wedstrijd van het afgelopen jaar. Het rapport laat zien hoe het er achter de schermen aan toegaat, waarom bepaalde gedichten afvielen en waarom andere juist bleven hangen. Daarnaast maken we de top 30 bekend!
Dat ben ik, die jongen
Dat ben ik, die jongen
Een anekdote over de lagere school. Is Jan Loogman de lelijke driftkop of gewoon de jongen die zich vergiste en heeft de meester het verkeerd. Het antwoord op die vraag is dat hij beide jongens is. Hij is dat kind inmiddels niet meer maar hij koestert hem, net als in het gedicht van Toon Tellegen, Dat ben ik, die jongen.
Aiiii…. Het einde van de ambachtelijke dichter?
Aiiii…. Het einde van de ambachtelijke dichter?
Marianne Hermans over onze nieuwe schrijvende vriend die in allerlei verschijningsvormen opduikt op hippe (tech)festivals en bibliotheekevenementen: de poëziebot. AI inzetten voor het schrijven van poëzie kan op vele manieren. Maar zit de waarde van het hele proces van schrijven niet in het plezier van het vinden van de woorden, het gezwoeg, het kneden van de taal, het gisten en even laten rusten?
Humor en poëzie
Humor en poëzie
In de poëzie heeft humor vaak een bijklank van aardig, oppervlakkig, niet serieus. Willem Tjebbe Oostenbrink is voor humor in gedichten, gedoseerd, waar je overheen kunt lezen. En waar je tegen aan kunt lopen of over kunt struikelen, afhankelijk van bril en humeur. Humor als het spelen met dubbelzinnigheden in poëzie, kan een verrijking zijn.
Joost
Joost
Hans Franse dankt Joost Prinsen voor zijn betekenis en bijdrage aan het plezier en de emancipatie van ons allemaal en voor alle aandacht aan de poëzie, de vriendelijke Joost, die zo van gedichten hield en zo mooi kon declameren en die zich niet meer goed kon houden bij het ontroerende gedicht van Willem Wilmink over ‘...Ben Ali Libi, de kleine schlemiel’.