LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Commentaren

Het commentaar op Albrecht Rodenbach
Het commentaar op Albrecht Rodenbach
Hans Franse heeft zich verdiept in de Vlaamse schrijver en dichter Albrecht Rodenbach (1856 -1880). Vanuit zijn liefde voor Vlaanderen streed hij voor het Vlaams als voertaal toen het Frans onbarmhartig toesloeg nadat België zich van Nederland had afgescheiden. Rodenbach werd met zijn charisma de levende legende van de Vlaamse Jeugd. Hij verzette zich met name tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs.
Het commentaar van Tom Veys
Het commentaar van Tom Veys
Onder onze eigen recensenten zitten tevens dichters wier bundel besproken wordt door een collega. Dit stuivertje wisselen is een aparte ervaring. Nu is de recensent zelf overgeleverd aan iemand die zijn of haar poëzie onder de loep neemt. Tom Veys geeft commentaar op de recensie van zijn bundel ‘Dan strekt de zee in me door', geschreven door Ivan Sacharov.
Het commentaar van Hans Franse
Het commentaar van Hans Franse
Onder onze eigen recensenten zitten tevens dichters wier bundel besproken wordt door een collega. Dit stuivertje wisselen is een aparte ervaring. Nu ben jij overgeleverd aan iemand die jouw poëzie onder de loep neemt. Hans Franse geeft commentaar op de recensie van zijn bundel ‘Zelfportret met woord’, geschreven door Maurice Broere.
Het commentaar op Giacomo Leopardi en Frederik Ruysch
Het commentaar op Giacomo Leopardi en Frederik Ruysch
Het oeuvre van Giacomo Leopardi (1798 – 1837), dichter, schrijver, filoloog en filosoof, wordt beschouwd als een hoogtepunt in de Italiaanse literatuur. Hij wordt vergeleken met Dante en Petraca. Wat was zijn achtergrond en waarom stierf hij zo jong? Hans Franse zocht het uit en stuitte op een link met de Nederlandse anatoom Frederik Ruijsch, bekend van het prepareren van mensen. Het commentaar op Giacomo Leopardi en Frederik Ruijsch.
Het commentaar op Willem ten Berge
Het commentaar op Willem ten Berge
Hans Franse heeft zich verdiept in dichter Willem ten Berge (1903 – 1969), die op jonge leeftijd in de extatische katholieke sfeer van twee tijdschriften ook twee bundels publiceerde. Hij heeft daarna weinig meer gedaan met zijn dichterschap. Interessant voor die tijd is dat er een katholieke massabeweging ontstond die Mussolini vereerde. Op demonstraties en spelen werd de fascistische groet standaard gebracht. Dichters en schrijvers voelden zich hier sterk tot aangetrokken.
Het commentaar op Willem Godschalk van Focquenbrock
Het commentaar op Willem Godschalk van Focquenbrock
Dichter Willem Godschalk van Foquenbrock (1640 – 1670) schreef vrij platvloerse gedichten en nam zichzelf niet serieus. Als medicus reisde hij af naar fort Elmina, een handelspost in Ghana. Hans Franse heeft zich verdiept in deze 17e -eeuwse dichter die verguisd werd en eenzaam was. Men noemde hem een ‘drekpoëet’. Toch liet hij een memorabel toneelstuk achter, het blijspel ‘De Min in het Lazarushuys’.
Het commentaar op J.J.L. ten Kate
Het commentaar op J.J.L. ten Kate
Hans Franse schetst een levendig beeld van dichter en taalvirtuoos J.J.L. ten Kate (1819 -1889). Hij stond bekend om zijn grote rijmvaardigheid, was zeer productief en vertaalde vele meesterwerken. Als jonge student zet hij zich – op ironische wijze – af tegen de geldende norm (het Byroniaans) in het tijdschrift BRAGA . Op zijn beurt wordt hij op zijn oude dag gefileerd door de Tachtigers. Het commentaar op J.J.L ten Kate.
H.C. ten Berge - Stokroos of hartrank
H.C. ten Berge - Stokroos of hartrank
H.C. ten Berge is naast schrijver, dichter en essayist ook vertaler. Hij stuurde ons, naar aanleiding van het tweegesprek over het vertalen van poëzie, een essay uit 2001. Hierin vertelt hij aan de hand van onderzoek en voorbeelden over zijn werkwijze. Wij vonden het nog steeds actueel en razend interessant! We kregen toestemming om dit lange, maar zéér bijzondere essay te publiceren: een kijkje in de keuken van een vertaler.
Het commentaar op het vertalen van poëzie
Het commentaar op het vertalen van poëzie
Peter Vermaat en Hans Puper hebben beiden een uitgesproken mening over het vertalen van poëzie. In het derde deel hierover verbreedt hun conversatie zich. Ze spreken over vertalen als vorm van onderzoek. Over een ‘tussentaal’ nodig hebben als je de brontaal niet beheerst. Ze buigen zich over de hamvraag: is een vertaling van poëzie altijd een herschepping? Het commentaar op het vertalen van poëzie in een tweegesprek.