‘In het geheel genomen tevreden’
door Tom Veys
In het geheel genomen, ben ik tevreden met de recensie van Dan strekt de zee in me door door Ivan Sacharov. Soms heb je schrik, wanneer je zelf recensent bent, dat mensen je harder of misschien zachter, zullen beoordelen. Maar hier is dit niet het geval. De recensent evalueert, duidt aan, benoemt, … In die zin heeft deze bespreking me verschillende zaken duidelijk gemaakt, er werd een koers aangewezen, een vaarrichting. Dit kan me ook als dichter op weg helpen, eventueel naar een volgende bundel.
De recensent sprak intens over enkele gedichten, hij bracht zo reliëf aan in de bespreking. Hij schoeide niet alle 42 gedichten, overigens een symbolisch aantal, op dezelfde leest. Hij haalde de beste gedichten uit de bundel en gaf duiding bij de mindere gedichten. In grote lijnen volg ik Sacharov in zijn bespreking. Hij haalde een Latijnse zin aan om de bundel of de gedichten te omschrijven: ‘per aspera ad astra’, dus ‘via moeilijkheden naar de sterren’. Dit gaat op voor mijn poëzie, vermoed ik.
Sacharov wijdde in het begin van de bespreking een lange alinea aan het openingsgedicht, nota bene een prozagedicht. Andere poëzielezers wezen me er eveneens op dat dit gedicht veel leessleutels bevat om Dan strekt de zee in me door goed te begrijpen.
De volgende zin in de bespreking zette me aan het denken: ‘De titels van die vier hoofdstukken: ‘Dierentaal’, ‘Doorgewerkt’, ‘Verinneringen’ en ‘Voorbij het weten’, lijken achter elkaar gezet hetzelfde verhaal te vertellen. Alsof het om een soort bewustwordingsproces gaat.’ Dit is misschien onbedoeld zo. In feite kan je een verhaal ontdekken als je de verschillende gedichten na elkaar plaatst.
Wanneer Ivan Sacharov over mijn poëzie sprak, hanteerde hij de kenmerken ‘licht’ en ‘diepzinnig’. De afdeling ‘Doorgewerkt’ is volgens mij van groot belang om tot ‘Verinneringen’ te komen, ‘per aspera ad astra’. Ik vond het treffend dat de recensent mijn schrijfstijl vergeleek met een impressionistisch pianostuk ‘La cathédrale engloutie’ van Claude Debussy, ook in mijn gedichten steken soms impressionistische verftoetsen om een algemeen beeld te kunnen weergeven. ‘Gedicht voor zeemeeuw’ omschreef hij als ‘een tekst met kieren waarin van alles verstopt zit’. De beeldspraak in de bespreking is dus gelaagd en geslaagd. Een omschrijving van de bundel als ‘De zee als een bad van verwondering.’ vind ik overigens heel goed. Verder in de bespreking stond: ‘als we scherper lezen blijkt een klein detail een groot verschil te maken.’ Misschien is mijn poëzie ‘met het licht mee’ een beetje bijzonder in het huidige poëzielandschap, maar ik hoop dat de lezer hierin net een meerwaarde kan ontdekken.
Tot slot hoopte ik dat de vier etsen bij de titels van de afdelingen een extra betekenislaag konden creëren. De eindzin van de bespreking: ‘Lees maar: er staat niet wat ik zeg dat er staat.’ laat veel open. Daar ben ik de Sacharov dankbaar voor. Dan strekt de zee in me door is mijn debuutbundel en de 42 gedichten bieden een staalkaart van een gelaagd groeiproces.


