Recensies

Billie Vos - alleen van u als ik van mij
Ellis van Atten vindt de bundel ‘alleen van u als ik van mij’ van Billie Vos een pareltje voor het oog vanwege de speelse typografie en uitlijning, illustraties en heldere kleuren. Over de poëzie zegt ze: ‘Ik kon meegaan in de verkenning van de eenzaamheid, de relaties met zichzelf en met anderen. Speels, zoekend, vragend, vol zelfreflectie’. Al lezend en kijkend ontdekte ze steeds meer samenhang tussen tekst en beeld.

Jolanda Kooijmans - Addertje
‘Addertje’ van Jolanda Kooijmans is volgens Hettie Marzak ‘een zwierige, brutale ode aan de fantasie, de taal en de onverwoestbare menselijke veerkracht. In een duizelingwekkende vaart sleurt Kooijmans met haar uitbundig en onstuimig taalgebruik de lezer mee door de gruwelijkste geschiedenissen. Het is als een spannende rit in een achtbaan en een spookhuis tegelijk en als je tot stilstand bent gekomen, wil je eigenlijk alleen maar nog een keer.’

Bloemlezing - De tuin ben jij
In zijn hangmat las Jeroen van Wijk afgelopen zomer de bloemlezing ‘De tuin ben jij’, samengesteld door Daan Kloosterhuis. Over deze tuinpoëzie, geschreven door grote dichters, zegt Van Wijk: ‘De tuin is een plek die voortdurend verandert, waar planten komen en gaan. Een cyclus van het leven. En wij, de mens, zijn niets anders dan dat. Een tuin.'

Annemarie Estor - Het overschot
Ali Şerik omschrijft ‘Het overschot’ van Annemarie Estor als ‘de ravage die de mens aanricht’. Over haar schrijfstijl zegt hij: ‘De regels lezen vloeiend, zonder te haperen, maar onthullen hun geheimen niet meteen. De zorgvuldig gekozen woorden voelen verfijnd aan, alsof ze langzaam zijn gemalen in de molen van de dichter. Ze smelten op de tong. Maar soms smaken ze naar bitterheid, naar de dorre bladeren van een vijgenboom.’

Monique Bol - we tellen ons in kamernummers
Anneruth Wibaut vindt het jammer dat de klaagzang van een minnares, die denkt dat haar minnaar haar tweelingziel is, het enige onderwerp is in de bundel ‘we tellen ons in kamernummers’ van Monique Bol: ‘In telkens ongeveer dezelfde woorden wordt ook telkens ongeveer dezelfde situatie beschreven. Zelden schuurt het of schrijnt het, terwijl het toch een pijnlijk onderwerp is, het eenzame verlangen naar die wederhelft, of tweelingziel.’

Bundels die een grote indruk hebben achtergelaten
Dertig kersen op de taart van ons dertigjarig bestaan. Wat zijn jouw twee favoriete bundels van de laatste dertig jaar? Het lijkt een onmogelijke opdracht om die vraag te beantwoorden, maar onze recensenten gingen de uitdaging aan. We stoffen dertig bundels af die een grote indruk hebben achtergelaten en uitnodigen tot herlezen. Vandaag bespreken Hans Puper en Peter Vermaat ieder een favoriete bundel.

55 jaar Poetry International - De tijd is puin, de tijd is hoop
In de bloemlezing ‘De tijd is puin, de tijd is hoop’, ter ere van 55 jaar Poetry International, staan 17 internationale dichters met hun werk. Nederland wordt door vier dichters vertegenwoordigd. Marc Bruynseraede licht een tip van de sluier op en zegt: ’Interessant aan deze uitgave is dat ze een staalkaart brengt van het dichterlijk denken van de jongste vijf decennia en de thematiek toont, die dit denken beheerst.’

Christina Flick - Oceandiva
Hans Puper: 'Oceandiva' had loodzwaar kunnen zijn, maar Christina Flick wist dat te vermijden door haar stijl en gedachtesprongen, die de lezer volop ruimte geven voor associaties. Het enige minpuntje is de soms te nadrukkelijke aanwezigheid van de motieven, dat had wel wat subtieler gekund. Maar al met als is dit een mooi debuut.'

Ferdy Karto - Aardvark tremendum
In ‘Aardvark tremendum’, de tweede bundel van Ferdy Karto, komen geen leestekens voor en worden versregels afgebroken op een onverwachte manier. Dit maakt de gedichten niet gemakkelijk, zegt Hettie Marzak. Maar: ‘Woorden uit andere talen, andere tijden, vol verwijzingen naar wetenschap en mythologie, woorden die niet direct in het alledaagse taalgebruik voorkomen, zij laten zien hoe Ferdy Karto bezig is de taal naar zijn hand te zetten.’
