Gedichten

De dame en de vrouw

In het slamcafé aan de gracht
beweerde een dame met zwaaiende armen
dat poëzie is voorbehouden aan kinderen;
nee, aan het maken ervan en het krijgen
aan de orgastische kramp in haar dijen.

Ik werd daar erg droevig van
en verliet het café; het regende zacht
maar niet troostend, het viel
mij zelfs aan voor het raam van een vrouw
die wenkte. Ik moest wel naar binnen gaan

en stamelde wat mij zo had bezeerd.
Zij luisterde alsof ze begreep.
Het was een Poolse. Die heeft verdriet
moet zij hebben gedacht. Ze zuchtte.
Ik hijgde. Zij sloot het gordijn.
 

Dierendag

Toen ik hinnikte als de paarden
kwamen zij nader
kwamen om mij te zien
voor de mist op het land viel.

Toen ik loeide naar de koeien
kwamen zij naar het hek
vraten het gras uit mijn handen
snikte ik als een gek.

Ervoor had ik een woord zo lief
tegen iemand gezegd
die schrok en snel doorliep
beschaamd een dier te zijn.
 

Tour de France

Vandaag is het te heet
ook voor de zon
die niet kan schuilen.

Vandaag is de hemel te hels
om hemel te zijn
en stikt het vuil in de kleren.

Vandaag is het te heet
om zweet de geur
van genade te geven.

Toch trapt een fietser zich dood.

Dan valt de nacht.
Zand erover.
 

Geplaatst in Gedichten.