'Ik mis de broodjes gezond van Nederland'

De IJslandse schrijfster Gerður Kristný was vorig jaar te gast in onze rubriek Wereldpoëzie. Dit jaar werd ze uitgenodigd voor Poetry International in Rotterdam. Sander de Vaan sprak met haar over haar poëtische ervaringen onder zeeniveau.

Gerður, je was dit jaar te gast op Poetry International. Is dat goed bevallen?
Jazeker. Ik vond het fantastisch en was verbaasd hoe ambitieus men daar te werk gaat. Er waren niet alleen optredens in de avonduren, maar ook workshops en interviews overdag. Ik ben blij dat ik voor het festival was uitgenodigd want het heeft me veel inspiratie opgeleverd.

Wat vond je van het poëtische niveau van dit jaar?
Er traden enkele briljante dichters op, zoals William Cliff, Miriam Van hee en Remco Campert. Verder was ik ook onder de indruk van Richard Gray uit Australië. Niet alleen het werk van deze dichters was interessant, zij zelf waren dat ook. Ik werd bijvoorbeeld erg geroerd door wat Gray over zijn nogal bijzondere jeugd vertelde in een interview met de Nederlandse dichter Tsead Bruinja. En William Cliff maakte mij zo’n beetje met alles wat hij zei aan het lachen.

Stond het publiek open voor jouw ‘Noordse’ gedichten?

Die indruk heb ik wel ja. En als gevolg van mijn deelname aan het festival gaat de Indiase dichter Mangalesh Dabral, die ik in Rotterdam ontmoette, nu mijn gedichten van het Engels naar het Hindi vertalen. Stel je voor: IJslandse gedichten in het Hindi… Ik ben benieuwd wat daar uit komt en of er in het Hindi net zoveel woorden voor sneeuw zijn als in het IJslands.

Hoeveel zijn dat er in het IJslands?
Minstens negen: snjór, snær, mjöll, ís, freri, fönn, lausamjöll, slydda en nýsnævi. Sommige van deze woorden beschrijven de textuur van de sneeuw – bijvoorbeeld hoe nat zij is. Freri is het droogste type sneeuw en slydda is zonder meer het natste. Ligt er slydda op straat, dan kun je maar beter rubberen laarzen aantrekken.

Wat vond je van Nederland en de Nederlanders?
Ik vond het land prachtig en ik mis nu de broodjes gezond die je er overal kunt kopen. Naast Rotterdam heb ik ook Delft, Amsterdam en Groningen bezocht. In die laatste stad heb ik op de universiteit over mijn werk gepraat. Er heerste een betrekkelijk kalme sfeer in Nederland, behalve toen het Nederlands elftal tijdens het EK-voetbal van Italië won…

Dus je hebt ook in onze oranje harten kunnen kijken… Lijken wij eigenlijk op IJslanders?
Ja, best wel. Mijn schoonzus is met een Nederlander getrouwd. Hij komt heel normaal op mij over en ik hoop dat dat ook andersom zo is. Hij woont al een jaar of twintig op IJsland. IJslanders gaan graag voor een lang weekend naar Amsterdam en dat heeft natuurlijk ook met de vriendelijkheid van de Nederlanders te maken. Ik merkte dat de mensen in steden als Rotterdam en Groningen elkaar van top tot teen bekijken. Ze lijken heel nieuwsgierig naar de mensen die ze onderweg tegenkomen. Of misschien kijken ze alleen maar goed om te zien of het een bekende is, die ze eventueel moeten groeten. Op IJsland doen wij ook zo. We kijken niet door elkaar heen, zoals in de grote steden vaak het geval is.

De Russische dichter Boris Ryzji schreef enkele jaren geleden tijdens Poetry International een roerend gedicht voor zijn zoon. Voel jij ook een drang om aspecten van je bezoek aan Holland in gedichten te verwerken?
Reizen en ontmoetingen met mensen leveren vaak goede ideeën op. Met mijn verblijf in Nederland is dat nog niet gebeurd, maar dat gaat zeker nog komen. Ik zal geduld moeten oefenen, iets waar ik overigens bitter slecht in ben…

Vlak voor je komst naar Nederland was er een zware aardbeving op IJsland. Hoe heb je die ervaren?

Het was inderdaad een flinke beving, 6 of 7 op de Schaal van Richter. Het gebeurde ’s middags. Mijn flat begon te bewegen en ik rende met mijn toen vijf maanden oude baby naar de deur van de slaapkamer, waar ik onder de deurpost bleef wachten tot het beven stopte. Men zegt namelijk dat je bij een beving onder een deurpost moet gaan staan. Deze beving duurde vrij lang, omdat het er in feite twee waren, achter elkaar. Ik was minutenlang doodsbang. Daarna heb ik de radio aangezet en hoorde ik dat we de buitenlandse inwoners van IJsland moesten gaan uitleggen wat er gebeurd was. Niet iedereen maakt immers regelmatig een aardbeving mee. En dus rende ik naar de tuin van de buurman, waar twee Polen aan het werk waren. Ik vertelde hen dat het een zware beving was geweest, dat we voorlopig maar beter niet konden gaan bellen, enzovoorts. Opeens besefte ik dat de mannen stonden te wachten totdat ik klaar was met mijn verhaal en dat ik eigenlijk alleen maar mijzelf gerust probeerde te stellen. Er was helemaal niks aan de hand met hen en ze wilden gewoon doorgaan met hun werk. De Polen hebben zoveel moeilijke tijden gekend dat ze hun dag niet laten verpesten door een aardbeving.

Interessant, dat de nationale radio meteen aan het ‘lot’ van de buitenlanders dacht. Is dat iets typisch voor IJsland?

Ik wou dat dat waar was. Er zijn veel buitenlanders op IJsland komen wonen en we kunnen ze maar beter goed behandelen.

Opeens bevindt IJsland zich midden in een enorme financiële crisis. Hoe ervaar je deze nieuwe situatie?
De buitenlandse media schilderen de situatie op IJsland veel negatiever af dan zij in feite is. Natuurlijk, we maken een hele moeilijke periode door, maar de reactie van de Britse regering, van wie wij meenden dat ze onze vrienden waren, heeft ons zeer teleurgesteld. Toen ze nog dachten dat we geld hadden, waren ze steevast ontzettend vriendelijk, maar dat is nu blijkbaar verleden tijd. Ik hoop dat de beurskoersen voor goede poëzie zullen blijven stijgen. Vergeet niet dat kunst in crisistijden vaak opbloeit, dus over vijftig jaar kunnen we hier nog eens op terugkomen!

Wat kunnen we de komende tijd nog van je verwachten op literair gebied?
Ik leg momenteel de laatste hand aan een griezelverhaal voor kinderen van negen tot veertien jaar. Het heet ‘De tuin’ en het is de bedoeling dat het zowel spannend als eng wordt. In de herfst ga ik naar Stockholm en daarna voor een tijdje naar Kopenhagen, waar ik aan een nieuwe gedichtenbundel ga werken. Ik wil er wat research doen en allerlei ideeën opschrijven. Een verhaal uit de Noordse mythologie zal een belangrijke rol spelen. Een verhaal over liefde, geweld én een paard.

Geplaatst in Interviews.