Krijn Peter Hesselink – Als geen ander

Hoe onvervreemdbaar wij zijn

door Maarten Hamelink

‘Ik denk steeds vaker aan je terug, al weet ik niet aan wie.’ De regel is afkomstig uit de debuutbundel van Krijn Peter Hesselink. Een dichtregel die bovendien illustratief is voor wat de lezer zoal krijgt voorgeschoteld. In Als geen ander is de dichter voortdurend in gesprek. Vaak met zichzelf, regelmatig met God, soms met een zomaar voorbij fietsende vrouw. In alle gevallen is het de ontmoeting met de onzichtbare ander waarnaar de dichter zoekt. En meer dan eens blijkt die ander, geen ander. Dat maakt de gedichten van Hesselink tot een zoeken, een onderzoeken naar hoe ik en jij, ik en de ander elkaar beïnvloeden, in elkaar overlopen, elkaar zijn.

Dat motief krijgt op veel plaatsen de vorm van een ongeduldig schaakspel in en met woorden. Met daarin die steeds terugkerende vraag: zeg me wie ik voor me heb. In ‘Op het lege kussen naast me’ klinkt dat zo:

‘Een paspoort, mijn naam
jouw foto, met aangehecht
dit schrijven: ik was
je paspoort kwijt, liefje, en omdat
ik echt vond dat ik jou was, ik
naar het stadskantoor
voor een nieuwe’
(…)

We zijn er getuige van hoe de ik-persoon op een goede dag besluit genoeg zichzelf te zijn om een paspoort aan te vragen. Het identiteitspapier is opeens in de meest letterlijke betekenis een bewijs van onvervreemdbaarheid geworden, als een verklaring van echtheid voor de houder. Eenmaal op het stadskantoor gearriveerd gaat het verder:

(…)

‘ze verklaren dat ik jou ben
ze verklaren dat je paspoort kwijt is

dan nog snel een foto laten maken en
klaar is kees, vind je
ook niet dat ik lijk?’

Ondanks de komische uitsmijter, broeit er in dit gedicht een onbehagen, een onzekerheid die ook op andere plaatsen meer of minder doorklinkt. Religie speelt daarin een rol. Juist de hoogtepunten in dit debuut vinden daar wat mij betreft hun oorsprong. Kijk naar de volgende zinnen uit ‘Ieder zijn eigen openbaring’: ‘nee, geen mensenzoon breekt zich/het hoofd of het lichaam/over wat daar kalmpjes wemelt’. De hoop op een messias, of een deus ex machina lijkt wat betreft Hesselink vervlogen. Toch spreekt hij verderop in het gedicht alsnog het verlangen uit naar de dag dat ‘een lieveheersbeestje zich neerlegt naast een bladluis’. Hij parodieert hiermee de Bijbelse profetie dat de leeuw en het lam ooit in vrede met elkaar zullen leven.

Dit gedicht is niet alleen mooi in eenvoud en goed getimed, maar wekt ook sympathie vanwege het tegenstrijdige denken en hopen dat erin tot uitdrukking komt.

De timing springt ook elders in Als geen ander in het oog. Toevallig is dat niet. Hesselink publiceerde eerder al in een aantal poëzietijdschriften, maar kreeg vooral bekendheid door zijn optredens. In 2006 werd hij kampioen ‘slam poetry’. Zijn voorliefde voor het gesproken gedicht klinkt door in de eenvoud van zijn verzen. Bijvoorbeeld in het titelgedicht ‘Als geen ander’:

 ‘De lucht proeven
die je rond de lippen zweeft
die in je is geweest zoals
geen ander’
(…)

Veel gedichten in deze bundel zijn korte verhaaltjes die uit oneliners zijn opgebouwd en zich daardoor bij uitstek lenen voor de voordracht. Dat neemt niet weg dat de verzen ook op papier levensvatbaar zijn.

Hesselink weet zijn publiek te overtuigen. Tegelijk leunt de dichter wel erg sterk op dat ene thema dat hij beheerst, het spel tussen ik en jij. ‘Een woord nu ik gehoord ben, een vondeling nu ik mij gevonden heb, ja daarom heb ik mij verlaten.’ Het is een wankel evenwicht.
En Hesselink raakt nog weleens uit balans. De verwarring en verhaspeling van identiteiten is dan niet langer functioneel en wordt quasi-diepzinnig of ronduit irritant. ‘Ik dacht dat ik het bot was, de hond die mij begroef.’ Ach, een jonge hond moet kunnen kwispelen. Wie daarvan de charme inziet, houdt nog genoeg over om naar te luisteren en zich met Hesselink – al dan niet hardop – af te vragen hoe onvervreemdbaar wij zijn.

*****

Krijn Peter Hesselink (1976) is dichter, voordrachtskunstenaar en vertaler. In 2006 won hij het Nederlands kampioenschap Poetry Slam. Hollands Maandblad kende hem in 2008 een schrijversbeurs toe. Hij publiceerde onder meer in Krakatau, Lava, Armada en nrc.next en verzorgt elke zaterdag een radiogedicht als afsluitende ‘samenvatting’ van het radioprogramma Opium bij de VPRO.

 

 

Geplaatst in Recensies.