'Ik wil graag Dichter des Vaderlands worden'

Op 28 januari wordt in een live-televisieprogramma van de NPS de nieuwe Dichter des Vaderlands bekendgemaakt. Tot die datum kan het publiek via deze website stemmen op een van de vijf genomineerde kandidaten: Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Ramsey Nasr, Hagar Peeters en Tsead Bruinja. Meander sprak met de laatste dichter over diens wens om in de voetsporen van Gerrit Komrij en Driek van Wissen te treden.

Foto: Hilde Brandsma

Tsead, je staat op de shortlist voor de verkiezing van de nieuwe Dichter des Vaderlands en voert actief campagne. Waarom wil je zo graag Driek van Wissen opvolgen?
Ik wil graag de opvolger worden van Gerrit Komrij, Simon Vinkenoog en Driek van Wissen om op mijn geheel eigen manier het Dichter des Vaderlandsschap in te vullen. Die invulling zal voor een groot deel bestaan uit het promoten van de poëzie, onder andere door middel van een uitgebreide tour met andere dichters langs scholen en theaters. Daarnaast wil ik een dagelijkse rubriek op het weblog De Contrabas en in een krant vullen met elke dag een ander gedicht van een pas verschenen bundel, vooral omdat er nu zo veel bundels totaal geen aandacht krijgen.

Wat maakt jou in jouw ogen tot de ideale kandidaat?
Een Dichter des Vaderlands moet een ambassadeur van de poëzie zijn en een brede smaak hebben. Vanaf de publicatie van mijn eerste eigenbeheerbundeltje werk ik met andere dichters samen en vraag hen bij presentaties op te treden, zodat een ander publiek van hun werk kennis kan nemen. Daarnaast heb ik het laagdrempelige festival Dichters in de Prinsentuin opgericht, waar nog elk jaar veertig amateurs en veertig professionele dichters voordragen uit eigen werk en met elkaar in gesprek gaan.
Om de Friese literatuur te promoten heb ik samen met Hein Jaap Hilarides de bloemlezing Droom in blauwe regenjas gemaakt en een aantal van de dichters daaruit daarna mee op een korte tournee genomen, zodat we meer lezers zouden bereiken. De ludieke stunts van de bloemlezingen Kutgedichten en Klotengedichten, die ik samenstelde met Daniël Dee, waren boeken die veel serieuze gedichten bevatten. Via die ludieke titels probeerden we een groter publiek te vinden voor de Nederlandstalige poëzie van na 1945. Daarnaast heb ik over zeer uiteenlopende bundels van collega’s geschreven. Kijk daarvoor op http://www.tseadbruinja.nl/tbrecensies.htm
Het schrijven van gedichten in opdracht heb ik veelvuldig gedaan, zowel wat betreft beeldende kunst als commerciële onderwerpen, én bij de actualiteit voor het programma Dit is de Dag op Radio 1 (bijvoorbeeld op 5 december jongstleden).
Als dichter heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen toen ik gevraagd werd om in jury’s, besturen en redacties plaats te nemen. Dat doe je niet voor het geld of de macht, maar om een steentje bij te dragen aan de literatuur en het literaire klimaat.
En verder wil ik natuurlijk graag Dichter des Vaderlands worden omdat ik niet onaardige gedichten schrijf, zoals een aantal critici zullen beamen en anderen weer zullen ontkennen. Kijk daarvoor op http://www.tseadbruinja.nl/nederlands/boekrecensies.htm.

Voor de stemmers die je werk niet zo goed kennen: kun je hier een gedicht als ‘visitekaartje’ aandragen?

 weekend

varkens zijn intelligent en sociaal
daarom liggen in de nieuwe familiestal biggen bij elkaar
tot aan het slachthuis

als het varken te licht is in het slachthuis
wordt de boer gekort

dat gebeurt ook als het varken
te zwaar is

ik heb u in mijn handpalm gegrift
varken

ik heb u in mijn handpalm gegrift
knecht

belt met zijn vriendin

ik wacht even tot het ophoudt met regenen
dan kom ik naar je toe

ja schat

tot zo

 


Je zei zo-even dat je een steentje bijdraagt aan de literatuur en het huidige literaire klimaat. Wat vind je van het niveau van onze vaderlandse dichtkunst, anno 2009?
Die is hoog, en dan doel ik ook op de Friese dichtkunst, die sinds het begin van deze eeuw een ware renaissance doormaakt, wat het afgelopen jaar ook tot uitdrukking kwam in de bloemlezing Het goud op de weg en De spiegel van de Friese poëzie. De Nederlandse poëzie is overigens bijna niet meer te behappen. Op mijn bureau liggen bijvoorbeeld de nieuwe bundels van Piet Gerbrandy, Nachoem Wijnberg en Rozalie Hirs te wachten. Verder kan ik iedereen Gospels en psalmen van Erik Jan Harmens aanraden. Die bundel is een mokerslag.

Toch worden er weinig bundels verkocht in het Nederlandse taalgebied. Hoe kunnen wij de poëzie ‘nader’ tot de mensen brengen? Of, om met Ron Rijghard te spreken: hoe krijgen wij ‘instappoëzie’ van een laagdrempelig, maar hoogstaand niveau?
Volgens mij bestaat de instappoëzie al. Lezers die met poëzie willen beginnen, zou ik aanraden om het werk van Tjitske Jansen, Anneke Claus en Tjitse Hofman te lezen. Dat is goede poëzie die heel toegankelijk is. Het probleem ligt volgens mij eerder bij het onderwijs. We moeten beginnen bij de lerarenopleidingen en aan hen duidelijk maken waarom poëzie zo belangrijk, ontroerend en leuk is.

Meander is geen reclamezuil, dus kun je misschien ook iets aardigs zeggen over de andere kandidaten voor de Dichter des Vaderlands-verkiezing?
Absoluut! Het is een eer om met de andere genomineerden in één rijtje te staan. Ik heb hen alle vier verscheidene malen zien optreden en daarvan genoten. Daarnaast heb ik van alle vier, op een paar boeken van Joke van Leeuwen na, het complete oeuvre in de kast staan. Ik raad iedereen aan om het laatste brievenboek Met de meeste hoogachting van Erik Menkveld te gaan lezen, waarin hij zich richt tot kunstenaars uit het verleden. Menkveld kan op een schitterende manier bewonderen.

Geplaatst in Interviews.