Jane Leisink – Er is weinig aan de lente veranderd

In weinig andere bundels van dit jaar valt volgens Joop Leibbrand zoveel te beleven als in Er is weinig aan de lente veranderd van Jane Leusink. Hij is episch en lyrisch tegelijk, even uitdagend als toegankelijk, even experimenteel als beheerst, en daarbij is het opvallend hoe zelfbewust en met hoeveel overtuiging Leusink schrijft, zich nergens forceert, zich ook nergens behaagziek toont. Het belangrijkste: met taal bereidt zij haar gedichten, als taal dient zij ze op en vermijdt daarbij de makkelijke smaken, al gaat zij een enkele amuses niet uit de weg en is iets pesterigs haar niet vreemd. Het is een bundel waarmee je niet snel klaar bent, omdat je bij iedere herlezing in de meeste gedichten weliswaar nieuwe ontdekkingen doet, maar tegelijk een geheimzinnig, weerbarstig blijvend filosofisch ‘iets’ niet doorgrondt, hoe smakelijk en begripvol het in zijn coherentie ook wordt opgediend.’

Lees verder

Toon Tellegen – Stof dat als een meisje

In Stof dat als een meisje is Tellegen een knap vertolker van de stress die de mens ondergaat in het moeizame proces tot verinnerlijking van relationele problemen, en verhoudingen tot de natuur. Emily Kocken concludeert: “Dus dat doet de dichter sterk en onverveerd: de mens spat springlevend van het vel terwijl hij op de tafel slaat: ‘Ik kan niet leven.’ En Tellegen zegt, zacht, eeuwig met zichzelf in de contramine: ‘… en hij leefde langdurig en nauwgezet.’ Geen ingewikkelde toestanden of wereldschokkende esthetische ervaring, maar wel even, fijntjes, de mondhoeken omhoog.”

Lees verder