'Ik hoef de programmeurs niet meer te drogeren'

‘Mijn poëzie is als een stuk zeep dat onder het douchen telkens uit je vingers glipt. Als je het weer te pakken hebt, zie je die zeep weer uit je handen floepen, het badkamerraam uit vliegen, een deuk slaan in de gloednieuwe wagen van de buurman, met als gevolg: gillend autoalarm, buurt hysterisch, chaos alom, de stad brandt af.’ Dat is Ellen Deckwitz ten voeten uit. Meandermedewerker Sanne den Adel vroeg haar hoe het haar is vergaan na het winnen van de Meander Dichtersprijs in 2009.

Lees verder

Gedichten

Inge Boulonois

TOURNEE

Wat gebeurt: een gele dag
en hij nestelt zich als bij toeval
in de korf van mijn ribbenkast,
die vogel van kristal.

Mooier dan La Gioconda en
nooit vermoeid bezit hij bebroedt hij
mijn hardrode hart, de dauw
van de melkweg nog rond zijn bek.

Met de kop continu in de wolken
ritselt hij op overgebleven blad,
port een verborgen vonk op,
zingt prompt heel mijn binnenste
licht, veel lichter dan het oog
van een dichter in de regel velen kan.

Op een gele dag
nestelt hij zich als bij toeval
in de korf van een ribbenkast.
Al eeuwen is hij op tournee –

Lees verder

'Mijn poëzie wil kunst zijn'

‘De laatste jaren heb ik me toegelegd op het schrijven van ekfrastische poëzie, gedichten die geïnspireerd zijn door schilderijen of beelden. Dat voelt voor mij natuurlijk heel vertrouwd’, vertelt Inge Boulonois. De dichteres maakte een jaar of tien geleden, min of meer noodgedwongen, de overstap van de beeldende kunst naar de poëzie. Ze won inmiddels diverse prijzen.

Lees verder

Gedichten

Angela Marinescu

Blues (Aceste bluesuri impregnate)

Deze bluesgedichten doordrongen van de geur van papier
van de gitaar van Paco de Lucia en van
jouw kracht je te verschuilen achter een clownsmasker
zijn precies wat ik me nu heb voorgenomen
niet meer, maar ook niet minder
in een gelijkmatig en toch onheilspellend ritme
van steeds geraffineerder vleselijke genoegens toen
het welriekende haar op je borst vermengd met sigarettenrook
me een moeilijk te beschrijven beneveling van de zintuigen bezorgde,
en toen ik omzichtig afdaalde over de middellijn,
ik bedoel die bruinige lijn van jouw buik
had ik kunnen stuiten op een kuil, een meer, een put
maar ik botste op een in de natuur omgevallen toren,
zo dikwijls ontmoet en zo weinig voorspelbaar
in zijn weerspannigheid, dat ik naar adem snak.
ik streel je schedel, je handen en zelfs je lange ranke voetzolen,
ik streel je huis, de kleurloze, bijna zwarte bloem voor het raam,
je doffe blik van een zieke die niet weet hoe ziek hij is,
ik streel ze zonder hartzeer, zonder verspilling, zonder afgunst
hoewel ik misschien niets van dat alles heb
maar eerder met een bezorgdheid die
het uitdagende gevoel van verlangen kan vervangen
en de hartstocht van de dingen die na een brand zijn overgebleven,
het geweld van het bezitten, want men zegt dat seks gewelddadig is
en zelfs dit uiteinde van de wereld
vanaf nu verloren voor minstens honderd jaar zo niet voorgoed,
ach, en jouw haan stapt met mijn voetzolen,
en jouw trompet speelt met mijn lippen
en jouw minnaressen vrijen met je met mijn handen.

Vertaling: Jan Willem Bos

Lees verder