De kladblaadjes voorbij

Marleen van der Velden (1987) timmert aan de weg. Hoewel ze nog jong is, heeft ze al regelmatig in de spotlights gestaan. Zo won ze in 2008 de CJP Kortverhalenwedstrijd en stond ze het jaar erna op Onbederf’lijk Vers in Nijmegen. Anna de Bruyckere had een gesprek met haar over proza en poëzie, de buurvrouw, en smaakoordelen.

Lees verder

Gedichten

Marleen van der Velden

Het begin van het einde

Ik laat mijn handen vogels zijn.
Nu de jaren niet meer in september beginnen,
scheur ik het masker van jeugdigheid af en
kleur binnen de lijntjes de advertenties in.
‘Ervaring gewenst. U bent sociaal en stressbestendig.’
Ik ben vooral lamlendig.

Ik laat mijn hand een rendier zijn.
Het papier heeft een afdruk op mijn gezicht achtergelaten,
gelukkig is er geen verschil te zien. In het licht
zie je strepen, zoals op een slecht geverfde muur.
In mij is nu al een ruïne zichtbaar. Bouwvakkers
heb ik nooit begrepen, ik breek de dingen
liever af en bereken nooit de som van mijn gebreken.

Ik laat mijn handen vuisten zijn.

Lees verder

Frouke Arns leest twee van haar gedichten

Het gedicht ‘vis zwemt, vogel vliegt, mens loopt’, een van de gedichten uit de aflevering van Dichters waarmee ze de Dichtersprijs heeft gewonnen, en het gedicht ‘groeistuip‘, opgenomen in de bundel ‘Nog een lente’.

Lees verder