LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

13 nov 2010

Naast iedere wieg

Naast iedere wieg een fee.
Moeder wringt. Vader knarst.
De fee zegt: ‘Nou ja, we zien wel.
Ik wil mijn voorspelling
later graag preciezer formuleren.’

Aan de lianen die het licht ons toewerpt,
zwaaien wezentjes van wezenlijk
onbegrepen aard: wild, vrolijk, angstaanjagend ook.

En geen zonsondergang om tegemoet te rijden,
geen dagboek om in te lezen.
De uren volgen zich genummerd op.

Sterrenstof! Een kamer vol van sterrenstof!
Wij hebben geleerd ons op ons gemak te voelen,
thuis te zijn, dat wil zeggen: nergens heen te kunnen.

Betreffende begin

Elk begin is een vernietiging.
Elk perspectief op verre bergen, dalen,
doodt ze, legt ze vast in weliswaar bevallige
maar toch onhandige posities.

Nergens, dat is mooi, nergens dringt zich op
het onvermijdelijke alternatief.

Slechts is, maar snel vergeten,
weg de envelop nog ongeopend, het pakpapier intact,
het kind voordat het leert wat voor hem klaarligt,

de blik, de trieste blik, het onuitspreekbare
geluk dat afspat van begin
als vlokken marmer van een beeld,
meesterwerk of niet. 

Het boze

Onderaan de trap, bovenaan de trap ook,
het boze kaatst door het huis,
trappen-, woon-, zeg gerust de hele wereld.

Kaatst en galmt en wint aan kracht.
Jij boos? Ik boos.
Het licht, dat zoals buiten is maar anders,
trekt zich in zich terug, wil gedempt zijn
en is gedempt. Tijd: idem.

Wat is er dan? Er is veel. Er is wat niet gebeurt
en er is wat niet had mogen gebeuren,
er is herstelbaars dat volkomen ten onrechte
niet hersteld wordt. Er is onherstelbaars.

Jij! Jijbak! Over de versleten treden
heen en weer de bolbliksems
van genegenheid en ergernis. De wereld
voegt zich nauwelijks naar mij en ik ben boos.

Stad, bos

De stad is een bos. Hoog in de kruinen
uilen. Zie hun gele, vierkante ogen.

Maar ik bén geen muis. Ik schiet
het struikgewas in, steegje, ril willekeurig.

Uit de gebutste heupfles de laatste slokken,
brandend met een hopeloos vuur. In mij

dooft alles. ‘Op huis aan,’ herhaal ik,
‘op huis.’ Het ruist

in de boomtoppen, ritselt rond mijn voeten,
allerlei onopmerkelijks vindt plaats,

en de avond, de nacht is koud,
koud maar zwart.

     Andere berichten

Het Maaiveld

Het Maaiveld

Morgen, 5 juli, opent een tentoonstelling 'Het landschap verbeeld en gedicht' onder de titel Het Maaiveld. Tot en met 30 augustus is deze...

Elbert Gonggrijp

Elbert Gonggrijp: 'Ik beschouw mijzelf als een natuurdichter die ook een uitstap naar de liefde en zijn eigen filosofieën niet schuwt....

Boris Wanders / Judith Lechner

In mei 2025 verbleef Boris Wanders met fotograaf Judith Lechner in Landes. Een groen gebied aan de Golf van Biskaje, dat ze niet kenden....