Een lust voor het lezersoog

Het tonen van burgermoed kan op de lange termijn soms verrassende gevolgen hebben. De toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur bijvoorbeeld.

Neem de Duitstalige, in Roemenië geboren Hertha Müller, die in 2009 toetrad tot het selecte gezelschap van Nobel-nobelen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg ze tijdens haar werk als vertaalster in een machinefabriek het dringende verzoek om voor de gevreesde geheime dienst Securitate van dictator Ceaucescu te gaan werken. Ze weigerde en verscheurde het aan haar verstrekte aanmeldingsformulier demonstratief.

Die weigering leverde haar doodsbedreigingen op van haar ‘recruter’, maar dat deerde Müller niet. Later zou ze haar beslissing als volgt verklaren: “Als ik hun voorstel had geaccepteerd, had ik niet meer met mijzelf kunnen leven.”
Müller raakte prompt haar bureauplaats kwijt en alsof dat nog niet erg genoeg was, verspreidden Ceaucescu’s trawanten in de fabriek het gerucht dat ze juist wél voor de geheime dienst actief was. Gevolg: Müller moest zittend op een trap gaan werken, terwijl ze door het gros van haar collega’s met wantrouwen bejegend werd.

Daar, op die jammere trap, besloot ze bij gebrek aan vertaalwerk verhalen te gaan schrijven. Met succes, want toen ze enige tijd later ontslagen werd, beschouwde ze zichzelf al als een echte schrijfster.

Inmiddels staat Müller bekend om haar hoogst originele, poëtische proza, waarin het leven tijdens de Ceaucescu-dictatuur doorgaans centraal staat. Op www.literatuurplein.nl selecteerde Guus Bauer een aantal fraaie zinnen uit Müller’s roman Ademschommel, waaronder:

De overreden prairiehonden waren gesuikerd door de nachtrijp.
Russisch is een verkouden taal.
De slapeloze nacht is een koffer van zwart leer.
Tegen de dood heb je geen eigen leven nodig, alleen een leven dat nog niet helemaal is afgelopen.
Tegen de plundering van het oud worden heeft nog niemand nieuw vlees uitgevonden.

Bij het schrijven van haar proza putte de schrijfster tijdens de dictatuur uit woorden die ondanks alles vrijelijk in haar hoofd konden rondzoemen. Curieus genoeg bedient ze zich voor haar poëzie juist vaak van het gedrukte woord.

Voor de onlangs in Nederland verschenen bundel De rokkenjager en diens bijdehante tante (prima vertaald door Ria van Hengel) maakte Müller bijvoorbeeld uitsluitend gebruik van letters, woorden en zinfragmenten uit allerlei kranten en bladen. Het resultaat is een lust voor het lezersoog: kleurrijke teksten vol humor en verrassende zinswendingen, die keer op keer tot herlezen dwingen.

Om de literaire eetlust op te wekken, maakte Meander een kleine selectie van Müllers gedichten.

Lees smakelijk!

Geplaatst in Interviews en getagd met .