Monike & Tim Walraven (sam.) – De dichter ontdekt

Geportretteerde poëzie

De bloemlezing De dichter ontdekt – portret van een poëet is het resultaat in boekvorm van een project van de Eindhovense Bibliotheek en de Stichting Poëthement om poëzie op een indringende manier voor een groter publiek zichtbaar te maken. Een vijftiental landelijk bekende Brabantse dichters (in Brabant geboren of er wonend) werd gevraagd uit hun werk een zo persoonlijk mogelijk gedicht te kiezen en fotograaf Rens van Mierlo kreeg de opdracht de dichters te portretteren. Van de zo ontstane combinaties van tekst en beeld werd een reizende expositie gemaakt, die in combinatie met workshops en voordrachten recht moest doen aan het thema ‘Poëzie is een kijkgat naar de werkelijkheid’.
Voor uitgeverij Opwenteling, uit de as herrezen, betekent de uitgave van de bundel een nieuwe start.

De bundel kreeg een opvallende inleiding mee van Victor Vroomkoning. Hij zet zich af tegen ‘de verplichte ingewikkeldheid’ die sinds jaar en dag in de literatuur vereist lijkt te zijn en pleit in navolging van de Amerikaanse dichter William Carlos Williams voor het schrijven van toegankelijke verzen over concrete, particuliere dingen, omdat daarin de essentie van poëzie ligt en zij alleen zo universele betekenis krijgt. Het is poëzie als die van Anton Korteweg en Herman de Coninck, die ‘kleinspraak’ min of meer als norm zag: een type poëtische bescheidenheid dat het understatement principieel verkoos boven de hyperbool, waarin er wel plaats is voor Grote Gevoelens, maar niet voor Grote Woorden.
Het is vooral ook Vroomkonings eigen poëzie, waarop hij vervolgens uitvoerig ingaat: hoe hij vanuit een meestal private anekdote, een bepaalde levenservaring of een zeker levensgevoel in een toegankelijk vocabulaire algemeen menselijke dingen probeert op te roepen en tijdens het schrijven dan ervaart hoe de autobiografische aanzet vervaagt en het gedicht zelf ‘verbeelding’ krijgt. Maar steeds probeert hij in zijn gedichten een kleine, overzichtelijke, intieme wereld in stand te houden en wil hij, wars van het grote en absolute, ‘intimist’ zijn.
Ieder gedicht is volgens Vroomkoning – en hij verwijst daarbij naar opvattingen van Nicolaus Cusanus – een vraag naar jezelf, een vraag naar de waarheid. Poëzie is aanvullende mensenkennis, gedichten zijn zelfportretten.

Of alle in de bundel opgenomen dichters zich in deze poëzieopvatting kunnen vinden, lijkt twijfelachtig. De tekst lijkt primair geschreven te zijn als begeleiding van Vroomkonings eigen aandeel in De dichter ontdekt.
Met poëzie als gevoel en verbeelding is niets mis. Maar poëzie is ook, en misschien wel in de eerste plaats, taal:

Er kwam sneeuw over de wereld
Op een middag zag ik zoveel tegelijk
Er had evenveel zon geschenen als ik
Waar zijn de gezichten gebleven

Bestond ik uit taal niet, ik moest me niet denken
Morgen valt de zee achterstevoren
Ik zie de zee
Zweer af de prietpraat

Hóe klinken haar hakjes in the hall of fame
Honklos voor altijd de hort op
Aan de wand hangt een gedicht

Aan mijn schavot genageld sta ik en sla kraters
Hij zegt: voor volk zonder wortels hangen begrafenissen hoog in
Het eerste geluid dat zich afscheidt

Ah

Het zijn in de volgorde van de bundel de vijftien beginregels van de bijdragen van respectievelijk Victor Vroomkoning, Jan Baeke, Vrouwkje Tuinman, Jaap Robben, Anton Korteweg, Gerry van der Linden, Frank Eerhart, Serge van Duijnhoven, Astrid Lampe, Frans Kuipers, Tymen Trolsky, Vicky Francken, Arnaud Rigter, Y. Né en K. Michel.
Ze leiden los van welke emotie dan ook op een wonderbaarlijke manier een talig eigen leven.

De dichter ontdekt is een bijzonder fraai boekje. De paginagrote foto’s van Rens van Mierlo zijn schitterend, de gedichtenkeuze is voor elke dichter opnieuw representatief. Aanbevolen!

 

Geplaatst in Recensies.