Hans Groenewegen – van alle angst ontdaan

Teder, teer, erg smerig

door Wilma van den Akker

Hans Groenewegen is naast dichter ook essayist en Lucebert-deskundige. Van zijn hand is het prachtige boek Het handschrift van Lucebert, een analyse van de overeenkomsten en verschillen in diens poëzie en beeldende werk. Dat Groenewegen Van Lucebert houdt, is te merken. Dat zit hem niet alleen in het gebruik van de vrije vorm en het weglaten van hoofdletters. Het blijkt ook uit de speelsheid van zijn taal en de neiging tot experimenteren. Verder lijkt hij, net als Lucebert ‘het schone en het voze’ met elkaar te willen verenigen in zijn werk. Natuurlijk heeft Groenewegen wel zijn eigen toon en thematiek. Van alle angst ontdaan bestaat uit zes thematische gedeeltes. Die heten: Terugveringen, Jaarviering, Patrimonium, Toevallige verschijningen, Stemmen en Einden. In alle afdelingen gaan angst, pijn en troost hand in hand.

In ‘Terugveringen’ gaat het leven altijd verder, zoals teunisbloemen gewoon doorbloeien na een aanrijding bijvoorbeeld. ‘Jaarvieringen’ is het meest vormvaste gedeelte. Hier worden de maanden van het jaar beschreven in kwatrijnen over rozen. Rozen, die niet alleen teer en weelderig zijn, maar ook leugenachtig, zwart en ijzig. ‘Patrimonium’ betekent vaderlijk erfgoed. Hier wordt het sterven van een vader beschreven. En wat een vader naliet, in twee betekenissen.

III vu – 2005

[…]

alleen buiten adem. zijn krom skelet aan een restant
gekrompen spieren slordig weggehangen in het vel
in onmachtig fel verzet tegen wat hem strelen kon:
stem, vingers, hemd en vul verdomme verder zelf maar in

[…]

Deze cyclus eindigt hier:

IX

zich aan zijn zien onttrokken interieur
zijn etsen slaan op hun beurt de ogen neer

wat mij uit de vingers glijdt in zijn hand
hand altijd net kouder dan koel

zit niet stil val stil val
zo snel zo zacht zo mogelijk stil

los, laat hem eindelijk vallen
eindelijk in uw handen vallen

In ‘Toevallige verschijningen’ neemt de volgende woordenvloed mij mee:

zeedrift, vlonders

I

woorddier in oorschelp. zesmaal heeft hij nauwelijks tijd lucht te zeven. deint een
dag vergeefs. berustend ademt het een nacht uit. windgolf. geschonken bedenken.
gestreken vleugels. dient de bezinking. hij zei niets. zij zei als dat zijzee en hijzee
een stroming gemeen hebben.kon toch op geen enkele schaal een zuivere toon
vinden. zeetje, zee of meer, het zij verbitterd gezegd, overal waaieren haarscheuren
door het water. windhaan onderwijl, doof voor het kokkelen, zoekt de ziel van glas
in een zandstorm, de siliciumcode, tegen uitdroging snoeit de valse tong de wond-
roos. een handvol ingevallen vruchtbeginselen, voor de waterhoenders, schuimend
in de rietkraag. een scheermes strijkstok voor de onnozele hals. geen wanklank te
horen. op de lippen van het parelmoer een snoer van onbedorven speekselbellen.
die ‘s nachts opblazen tot ze wegdrijven en verwaaien met het melkwegschuim.
ruisen vergelijken. van wijn het ruisen in het glas met het ruisen van witte wijn in
de fluit. als dat de gelijkenis kon zijn van het onvergelijkbare ruisen van een mui
en dat van een draaikolk in een brede riviermonding. vliegt de zevende dag over de
wijde wateren radeloos tussen de zeilen door.

 

Bijzonder zijn ook de portretten van blinde muzikanten. In ‘Stemmen’ worden sprekers letterlijk geciteerd. En dat zijn niet altijd de fijnzinnigste sprekers. Neem bijvoorbeeld deze: […] ik zeg niets. houd je bek dan.//
‘Einden’, het laatste gedeelte, geeft uiteindelijk de titel van de hele bundel prijs: / tot ik van alle angst ontdaan ben maar woekert het reddende ook? reik, reik // reik naar mij, ergens zijn wij, teder, teer, erg smerig, van aarde, aanraakbaar //

Ik ben nog lang niet klaar met deze bundel. Van alle angst ontdaan staat vol gedichten die veel aandacht verdienen, omdat je bij elke lezing iets nieuws ontdekt. Er is geen ontsnappen aan de vele verschijningsvormen van het tere, het tedere en het smerige. Lezen, en herlezen deze poëzie.

Geplaatst in Recensies.