Chawwa Wijnberg – Nachtvlinders door het kattenluik

Hansje gaf nooit op

door Kees Godefrooij

Een getormenteerde geest is hier aan het woord, een door de oorlog verminkt wezen met een pijn die alsmaar voortduurt. Het zijn bijwijlen hartverscheurende teksten op een enigszins onderkoelde toon uitgesproken. Het lukt niet altijd om dit persoonlijke leed boven de historische verschrikkingen uit te tillen en het in poëzie te vatten, misschien hoeft dat ook niet.

Een afdeling gedichten is gericht tot juffrouw D (Dood); dit is er een van, met in de derde strofe een subtiele rijmklank:

Juffrouw Dood

Hoe heb je onze Hansje
meegekregen
Hansje gaf nooit op
zij was een vechter
een overlever

dat ze na al dat vechten
moe was
heb ik wel begrepen
maar je hebt haar moeten
overvallen
anders kan het niet
Hansje gaf nooit op

ze was mijn mooie blonde
grote zuster, een echte ballerina
en ze leerde mij luisteren
naar muziek
l’enfant et les sortilèges
ze vertaalde alles
het kind en de boze dromen
Hansje klein en dapper zo uniek

haar kleine handen sprongen
over de piano, Debussy, Ravel
Hansje en de moeilijke akkoorden
ze moest, ze zou,
met haar kleine handen
die iets te breed gespreide noten
kunnen spelen, o stop en weer beginnen
en maar herhalen en herhalen
ik lag in bed en wist
ze gaf nooit op

juffrouw Dood
maak haar weer mooi en jong
en vrolijk, laat haar kunnen spelen
het licht in zusje
de eeuwigheid houdt ook nooit op

Veel gedichten gaan over de jeugd en een terugkerend thema is het missen van de moeder.
‘Ik wou opeens’ begint als volgt: ‘Ik wou opeens / mijn moeder bellen, maar / haar hiernamaalsnummer / staat zelfs niet op / het wereld wijde net’.

In ‘Vergeving’ wordt gedicht over de tragedie die de vader overkwam: ‘nog geen eeuw / geleden / mijn vader schreef / voor de executie / voed mijn kind / niet op met haat / hij was één / van zes miljoen’.

De dichteres was een onderduikkind. Haar vader zat in het verzet en werd in de oorlog gefusilleerd.
Nachtvlinders door het kattenluik
bestaat uit twee titelloze afdelingen en telt 36 gedichten. Bij de bundel wordt een cd meegeleverd waarop Chawwa Wijnberg 25 ‘vrolijke’ gedichten voordraagt uit haar eerdere bundels.

***
Chawwa Wijnberg (1942) is beeldend kunstenaar en dichter. Zij debuteerde in 1989 met Aan mij is niets te zien. Daarna volgden Handboek voor de joodse kat (1993), Matses en Monsters (2000), Echo van de roos (2003) en Nerf en flanken (2008). In 2003 en 2004 was zij stadsdichter van Middel­burg.

Geplaatst in Recensies.