Fred Papenhove – Zweep je beste been voor

In Fred Papenhove’s Zweep je beste been voor maakt de verwevenheid van dichter en kind de poëzie uitermate boeiend. Onbevangen eerlijkheid en ongrijpbaarheid gaan hand in hand met als extra een onopvallend maar superieur vakmanschap. Deze bundel, waarin geen zin verkeerd ligt, confronteert het verlangen om onbevangen jezelf te zijn met het leven in een wereld die van conventies aan elkaar hangt.

Lees verder

Job Degenaar – Handkussen van de tijd

Uit de ruim tweehonderd gedichten van de verzamelbundel Handkussen van de tijd rijst het beeld op van een consistent dichterschap. Niet altijd even bevlogen, maar ambachtelijk sterk, vaardig en degelijk, steeds zintuiglijk en picturaal gericht. Job Degenaar toont zich vooral een goed observator. En scherp waarnemen leidt tot scherpe beelden.

Lees verder

René Puthaar – Het wilde kind

In Het wilde kind van René Puthaar komen veel kinderen voor en hij laat ook die van hemzelf aan het woord. Toch is dit beslist geen kinderachtige bundel. Pas na goed lezen en herlezen dringt de betekenis van zijn gedichten door. Puthaar beschrijft de werking van de tijd en de scheiding van het zichtbare en onzichtbare. Het woord als troost, maar ook als veroorzaker van een scheiding tussen het benoembare en het onbenoembare. Want in de taal bestaat het onbenoembare niet. Of toch?

Lees verder

Het venijnig gebroed – Opgezet spel

‘Het venijnig gebroed’ is een dichterscollectief van vijf dertigers. Met hun gezamenlijke bundel Opgezet spel presenteren zij zich als jonge honden: gretig, enthousiast en hier en daar wat onbesuisd. De groep straalt geestdrift uit, de bundel is fijn en vermakelijk te noemen, maar vernieuwend is hun werk niet.

Lees verder

E. Wicha-Wauben – Landschap met reizigers

In Landschap met reizigers heeft de van oorsprong Poolse dichteres E. Wicha-Wauben 45 beeldgedichten verzameld die samen een imaginaire tentoonstelling vormen van zeventiende-eeuwse Hollandse meesters. De bundel stelt het zonder reproducties, dus om de vermeende autonomie van de gedichten door te prikken zal de lezer zelf op zoek moeten gaan naar de afbeeldingen. Een bezwaar is dat allerminst.

Lees verder