Over slams, Fingerspitzengefühl en een mannelijke Muze

Jolies Heij (1964) heeft Duitse Taal- en Letterkunde gestudeerd en is momenteel fulltime schrijver, dichter en columnist. Ze schrijft Nederlandse en Duitse gedichten en staat vaak op het podium,zowel in Nederland als in Duitsland.

Jolies HeijWaarom ben je bezig met poëzie?
Ik kan in gedichten kwijt wat me bezighoudt, als een soort dagboek, maar dan in beelden en bewoordingen die iets uitdrukken zonder het expliciet te zeggen. Het heeft voor mij ook iets esthetisch, ik kan helemaal in vervoering raken van een mooi beeld of een rake zin. Overigens ben ik begonnen met proza, maar overgestapt op poëzie omdat je daarmee makkelijker een podium op kunt.

Je hebt in Duitsland gewoond en hebt ook ervaring op het podium in het buitenland?

Ik heb een jaar in Freiburg im Breisgau in Zuid-Duitsland gestudeerd. Daan Doesborgh, die ook veel in Duitsland heeft geslamd, raadde me eens aan om aan de slam in Düsseldorf mee te doen, dat de bekendste slam van heel Europa schijnt te zijn. Ik vond het er verschrikkelijk, stond ik daar met mijn poëtische versjes terwijl die Duitsers allemaal van die scherpe en vileine teksten hadden. Maar ik werd er wel door uitgedaagd om ook eens op een dergelijke manier te schrijven.

Zijn er verschillen?

Ja, je hebt per ronde vijf tot acht minuten. De meeste slammers doen één lange prozatekst of een episch gedicht op rijm. Alle stijlen zijn toegestaan, van poëzie tot stand-upcomedy. Vaak scoor je wel extra punten als je het een beetje cabaretesk brengt. Dat is een groot verschil met poetryslam in Nederland, waar alleen poëzie wordt voorgedragen. Het is ook best moeilijk, want je moet een Fingerspitzengefühl ontwikkelen voor de Duitse humor. Daarom schrijf ik mijn Duitse teksten, proza of epische gedichten, ook alleen maar voor dat podium. Ik heb eens de fout gemaakt om een satirische tekst over het fenomeen poetryslam, die in Duitsland een groot succes was, op de jaarfinale van de Kargadoorslam te brengen, waar hij juist afschuwelijk werd gevonden. In Duitsland is er alleen een publieksjury en dat werkt daar heel goed, omdat slam een breed publiek trekt. Winnen wordt ook niet zo belangrijk gevonden en dat spreekt mij wel aan.

Is er een gunstig klimaat in Duitsland voor de poëzi
e?
Wat betreft pure poëzie zou ik het niet weten, maar zeker wel voor slampoëten. Er zijn bekende slammers die zelfs op billboards staan.

Vertaal je ook gedichten?
Ik maak soms bewerkingen van gedichten van Duitse dichters. Zo heb ik op een slam eens een bewerking van een gedicht van Joachim Ringelnatz gedaan, wat niemand in de gaten had, want wie heeft er hier in Nederland nou van hem gehoord? Ook vertaal ik sommige van mijn eigen gedichten in het Duits en merk dan dat ze er beter van worden. Kennelijk ontwikkel je meer taalgevoel in een taal die niet je moedertaal is, waardoor je op betere vondsten komt.

Uit je gedichten spreekt een bepaalde woede, is er een aanleiding?

Ha, er is altijd een aanleiding. Het leven is stompzinnig en onrechtvaardig, zeker voor wie daar bepaalde gevoelsantennes voor heeft, zoals ik. Ik heb dat denk ik van mijn opa die ik nooit heb gekend en die in de oorlog als burgemeester van Tienhoven Joden heeft geholpen.

Heb je in je gedicht ‘Over het IJ’ een speciale oude dichter op het oog?
Ja, het gaat over een dichter met wie ik op een keer langs het IJ naar het station liep en die me toen allerlei sappige anekdotes over Slauerhoff vertelde. Over dat de dichter altijd op zaterdagavond met een groep vrienden vanuit Friesland met een boot over de Zuiderzee naar Amsterdam voer en met de eerste boot terug om vervolgens het Friese dorp op zondagochtend op stelten te zetten. Als van huis uit gereformeerd meisje spreekt dit tot mijn verbeelding

Wie of wat bedoel je met de dictator in het gedicht ‘Muzeval’? Jezelf?

Met de dictator wordt de dichter bedoeld die de muze wil vastketenen. Sinds jaar en dag wedijver ik voor de emancipatie van de mannelijke muze, wat een beetje ongebruikelijk is in letterenland, want het zijn altijd mannen die een vrouwelijke muze hebben, of dichteressen die in de huid van de muze kruipen. Ik wil laten zien dat een dichteres ook heus wel een mannelijke muze kan hebben. Die op zijn beurt ook weer grillen kan vertonen. Het is een beetje spottend bedoeld, of de muze al dan niet van zijn taakstelling wordt ontheven, bepaalt alleen de dichter die hierin een ware dictator kan zijn en zelfs niet terugdeinst voor het vermoorden van zijn geesteskind. In liefde, oorlog en poëzie is alles geoorloofd.

Zie haar website voor meer gedichten en aantekeningen.

Geplaatst in Interviews en getagd met .