Theatrale poëzie

Myra-Lot Perrenet (1987) vindt humor belangrijk in gedichten en heeft een voorkeur voor onverwachte wendingen qua inhoud of stijl. Haar dichterscarrière startte ze als prijswinnares. Behalve met poëzie houdt zij zich ook bezig met toneel.

Myra-Lot PerrenetJe won in 2003 een prijs en hoe is het sindsdien gegaan?
Op mijn vijftiende deed ik mee aan de ‘Doe Maar Dicht Maar’-poëziewedstrijd 2003. Ik won en het gedicht werd niet alleen gepubliceerd in de verzamelbundel van dat jaar, maar ook in de bundel Bijna gezoend  van de Gouden Flits. In 2004 won ik voor mijn gedicht ‘Tijger in het gras’ de eerste prijs bij de Kunstbende Limburg in de categorie taal en vervolgens behaalde ik met hetzelfde gedicht de tweede plaats in de finale van Kunstbende 2004. Een ander gedicht ‘Ik zie wat jij niet ziet’ werd in 2008 gepubliceerd in de maart/april editie van het culturele tijdschrift Hollands Diep.

Je deed ook mee aan festivals?
De afgelopen jaren heb ik mijn poëzie op verschillende podia in Nederland voorgedragen. Ik heb opgetreden in de Vredeburg in Utrecht, de Brakke Grond in Amsterdam, het Derlon Theater in Maastricht, het Bonnefantenmuseum, de Stadsschouwburg Sittard,de Oosterpoort in Groningen, Café Festina Lente en het Kumulus theater in Maastricht. Ik draag mijn gedichten uit mijn hoofd voor.

Naast het schrijven van poëzie speel je ook toneel. Wat vind je het leukste om te doen?
Ik heb niet één favoriet. Ik houd van teksttoneel, kleinkunst en van poëzie. Ik schrijf het liefst wel theatrale gedichten. Dus de gedichten die ik schrijf, worden denk ik wel beïnvloed door mijn theatrale kijk op de wereld. Ik vind het mooi om poëzie te lezen en te schrijven die verrassend is. Theatrale gedichten met onverwachte wendingen, daar houd ik van. Ik schrijf bij voorkeur verhalende gedichten. Het is voor mij de uitdaging om in korte gedichten toch grote gevoelens te beschrijven. Om beelden te zoeken die lezer of luisteraar kunnen raken. Daarnaast vind ik humor in gedichten belangrijk.

Waarom draag je je gedichten uit het hoofd voor?
Zo heb ik directer contact met het publiek. Door dit contact met het publiek kan ik ook meer spelen met de spanningsopbouw van een gedicht. Tijdens een voordracht wissel ik droevige gedichten af met vrolijke gedichten. In de hoop dat de luisteraars alert blijven. Sinds kort doe ik ook mee aan poetryslams.

Wat vind je daar leuk aan?
Poetryslams vind ik leuk omdat er altijd zo levendig en theatraal wordt voorgedragen. Daarnaast is het ook spannend om mee te doen, omdat het een wedstrijd is.

Welke dichters of acteurs inspireren je?
Ik vind de poëzie van Tjitske Jansen mooi. Daarnaast vind ik ook het werk van Ingmar Heytze, Rutger Kopland en Judith Herzberg inspirerend. Wat ik inspirerend vind aan de poëzie van Ingmar Heytze is, dat hij goed gedichten kan schrijven met spottende humor Verder ga ik graag naar de toneelstukken van Toneelgroep Maastricht. Ik heb schrijfcursussen gevolgd bij Buitenkunst. De ene cursus ging over poëzie schrijven, de andere over het schrijven van korte verhalen. Beide cursussen werden gegeven door Tjitske Jansen.

Op welke tijd van de dag schrijf je en doe je dat op een computer?
Meestal heb ik ’s ochtends vroeg opeens een idee of een zin in mijn hoofd. Als ik het vervolgens in de avond nog weet, dan was het een sterk idee en werk ik het uit tot een gedicht. Ik schrijf zowel met de hand als op de computer. Tijdens het schrijven ben ik soms al bezig met of het gedicht geschikt is voor voordracht. Dit verschilt per gedicht.

En wat doe je verder in het dagelijks leven?
Ik heb cultuurwetenschappen gestudeerd aan de Maastricht University. De afgelopen maanden was ik stagiaire theaterproductie bij Stichting Festival 5D, Amsterdam. Vanaf september 2013 loop ik stage bij uitgeverij Virtùmedia .

Geplaatst in Interviews en getagd met .