Kees Engelhart – Dagen van Van Putten

Een onbuigzame held in een wereld van willekeur

door Levity Peters

Mijn jongste zoon stak zijn hoofd om de deur van mijn werkkamer om te zien wat er hier te lachen viel. Ik stak Dagen van van Putten omhoog van Kees Engelhart. 450 bladzijden, maar zelden heb ik met zoveel plezier een dichtbundel gelezen.
Die pagina’s worden bevolkt door een aantal opmerkelijke personages, zoals het paard Fernando, die naast Van Putten zelf, een rol spelen in zijn soms hilarische, bizarre lijdensweg, veroorzaakt door de medewerkers, directieleden, personeelsfuctionaressen enz. van een groot instituut. Na lezing van dit boek is de geestelijke beperking van de leidinggevenden schrijnend zichtbaar. En een bron van vermaak.
Wat gebeurt er met een onkreukbare werknemer die na dertig arbeidsjaren het wanbeleid van leidinggevenden aan de kaak stelt?

Van Putten weet dat hij niet in de val zit
En toch lijkt het er een beetje op
Net als in films
Dat van Putten het meisje is
Dat in de val is gelokt
En de vriendelijke kleine vrouw
Een vileine man die haar in zijn macht heeft
En niets dan slechts in de zin heeft

Van Putten vertelt haar
Terwijl hij zich losmaakt van zijn bijgedachten
Hoe het allemaal zo gekomen is
En hoe het allemaal zit

(blz.. 200)

Vaak moest ik denken aan de stripverhalen over Tom Poes en Heer O.B. Bommel van Maarten Toonder. Niet in de laatste plaats door de aanwezigheid van Doppertje Kid, die in tegenstelling tot de naakte Tom Poes, gewapend is met twee ‘vijf en veertigs’:

Doppertje Kid zit aan de bar van een kleine saloon
Hij denkt aan zijn nicht van wie hij zielsveel houdt
Zijn nicht die na het overlijden van tante Mien
Haar moeder
Nu ruim een jaar niet heeft gezien

Als de bartender even opkijkt van het glazen spoelen
Wijst Doppertje losjes naar zijn lege whiskyglas
Het is een late oktoberavond hij hoort de najaarsstorm
Jagen over Mainstreet
Doppertje overweegt of hij plannen maken zal of niet
Zijn geldelijke omstandigheden baren hem geen zorgen
Maanden nog zou Doppertje in Cripple Creek
Kunnen blijven
Maar hij twijfelt

Na twee klappen vlak na elkaar van de halve klapdeuren
Staat er plotseling een rijzige vrouw in de zaak
Met in haar rechterhand een
Reiskoffertje
Doppertje staat paf
Het is mevrouw Leenschat van Bodegraven

(blz. 193)


Mevrouw Leenschat van Bodegraven drinkt niet alleen van tijd tot tijd een biertje, maar rookt ook Javaanse Jongens en draait regelmatig een kruidensigaret. Tevens houdt zij van voetbal:

Nu is het eindelijk stil op de kamer boven
Waar mevrouw Leenschat van Bodegraven
Te mijmeren zit
Zo kan het niet langer doorgaan meent ze
Ze heeft zinvollere dingen te doen des avonds
Dan aldoor te kijken naar het voetbal op
De televisie

Ze steekt een bastos op
En schenkt zich een calvados in.

(blz. 188)

Dagen van van Putten is geen bundel voor hulpzoekenden bij de A.A.
Er wordt behoorlijk wat ingenomen in dit boek. Bijna iedereen drinkt. Het wordt zo veelvuldig beschreven dat mij ondanks de laconieke toon vaak een onbehaaglijk gevoel bekroop. Als miezerregen door een zomerjasje. Soms, wanneer ik weer eens had zitten schateren vanwege een hilarische passage, schrok ik van mijn eigen reactie. Dit was toch echt niet leuk: ik krijg de afbeelding van de zeer alledaagse hel waarin iemand door allerlei instanties vermalen dreigt te worden, zich met drank en moeite staande houdt, en ik zit te schateren. Misschien is vooral het feit dat je op het verkeerde been wordt gezet, de welwillende grijns die het beschrevene oproept, die maakt dat Dagen van van Putten zo’n indringende ervaring is; je leeft mee, het raakt je in je onbevangenheid, en laat je niet los.

Zo langzamerhand vindt van Putten is hij
Geobsedeerd door het niet eindigende gevecht
Dat hij met zijn werkgevers voert
Er moet een einde aan komen mompelt van Putten
Voor zich uit

Hoe hij het zover heeft laten komen
Dat vraagt van Putten zich af
Van Putten voelt zich zoals hij zich zelden voelt
Uiterst gespannen zonder vastomlijnd plan
Van Putten zit in stilte
Zelfs luistert van Putten geen Bach

(blz. 282)

 

 

Even later zet hij toch Bach op: Ich Ruf Zu Dir Herr Jesu Christ.
De titels van de Bachcantates die van Putten in zijn eenzame strijd afspeelt, geven diezelfde onderlaag aan; die van zijn hulpeloosheid en het eveneens buiten zijn bewustzijn gehouden gevoel van onmacht. Nooit zit hij bij de pakken neer.

In zijn leven kent van Putten niet te veel woedes meer
Verbazing verwondering en van tijd tot tijd verbijstering
Hebben de overhand genomen
Een voldongen feit waar van Putten vooral het voortschrijden
Van zijn jaren dankbaar voor is.

(blz. 303)


Stoïcijnse gelatenheid, die uiterst noodzakelijk blijkt, ook, of wellicht juist wanneer hij zich uit de werksituatie heeft bevrijd:

Wederom heeft van Putten zijn arbeid naast zich
Neergelegd naar hij hoopt nu voorgoed
Het onverwachte vertrek van IJsma heeft
Van Putten niet gebaat
De blonde germaanse man die naar haar gunsten
Lonkte heeft het roer overgenomen
Een misselijk makende figuur naar van Putten zijn
Stellige overtuiging

(blz.304)

Naast mevrouw Leenschat van Bodegraven die met regelmaat voor van Putten bidt, is het vooral Doppertje Kid die licht laat schijnen in van Puttens leven:

Doppertje Kid staat op gespt zijn riem om en vult
Zijn holsters
Dan verlaat hij zijn kamer waar hij nu al voor
Maanden geen post ontvangt en gaat de brede
Trap af naar beneden waar een pianist zijn best doet
Om met vrolijk bedoeld getingel de neerslachtigheid
Te verdrijven

(blz. 359)


Het zijn de talloze herhalingen van namen en de variaties van gebeurtenissen die, naast het risico je te irriteren, een bijna hypnotisch effect sorteren:

Gedachteloos wenkt Doppertje de barkeeper en wijst
Naar zijn lege glas
Dit is geen leven hier

(blz. 360)


Alle hoofdpersonages in de bundel, (ook de nog niet genoemde Brumming en de kleine man), luisteren Bach, roken, verdrinken hun onbehagen, en strijden op hun manier tegen het onrecht. Soms lopen hun verhalen zo in elkaar over, dat zij één en dezelfde persoon lijken te betreffen. Allemaal zijn ze van goeden wille, onbuigzaam ten opzichte van de kwaadwillenden, en vol goede hoop op de goede afloop.
Het ziende blind zijn maakt de helden. Al sinds de oudheid. Het enige waar zij zeker van lijken te zijn is, dat zelfs wanneer zij ten onder dreigen te gaan, het goed zal zijn. Zij hebben er vrede mee, want zij deden voor het goede, en tegen het onrecht, alles wat zij konden.
Er volgen nog drie kloeke delen. Ik heb er nog lang geen genoeg van.

***
Dagen van van Putten is deel 1 van band 1 van Dagen, een cyclus in wording die in totaal drie banden moet gaan tellen. Iedere band zal bestaan uit vier delen – ieder deel is een aparte bundel – die elk een periode van drie jaar omspannen. Per band wordt dus twaalf jaar beschreven. Dagen van van Putten begint in 1999 en loopt door tot in 2011. Dit eerste deel beschrijft daarvan de eerste drie jaar: dat zijn twaalf seizoenen en evenzo vele hoofdstukken, ofwel ‘boeken’.
Het voorziene einde van het totale project Dagen is 2035. Om daarvan met de twaalfde bundel het einde te halen, zal Engelhart (1957) tenminste 78 moeten worden. Hij is  vastbesloten.

Geplaatst in Recensies.