Till Lindemann – In stille nachten

De wreedheid van een onverbeterlijke romanticus

door Levity Peters

Wanneer je In stille nachten de poëzie van Till Lindemann leest, blijkt de romantiek niet ver weg. Niet de romantiek van het met je geliefde zwieren over het strand onder de mooiste zonsondergang ooit, het diner bij kaarslicht met goede wijn in kristallen glazen, het bedrijven van de liefde daarna op een matras bedekt met rode rozenblaadjes, maar Romantiek als de negentiende-eeuwse stijlperiode waarin de nadruk kwam te liggen op het gevoel. Een oer-Duitse aangelegenheid, die niet alleen tot in de nazitijd doorwerkte, maar ook in de muziek van Rammstein, de band waarvan Lindemann de zanger/tekstschrijver is.
Ons Nederlanders is dat een beetje vreemd: het theatrale, de bombast, de sentimentaliteit. Nederlanders hebben de protestantse mentaliteit van het gericht zijn op nut en soberheid, het ‘Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg’, waarmee gevoelsaffecten naar de zoveelste plaats worden geschoven. Misschien wel mede daardoor vinden velen die muziek van Rammstein zo aantrekkelijk; het is zo lekker over de top allemaal, dat we ongestoord kunnen genieten van onze behoefte eraan.

‘Knaapje zag een roosje staan’ van Goethe, is niet ver weg wanneer je leest:

(…)
wanneer de jonge hartjes gloeien
zie ik mijzelf al niet meer bloeien
wanneer ik onschuld pakken kan
dan neem ik er een stukje van

ik zeg het doet geen pijn wees goed
en in de sneeuw een druppel bloed
met huid bespannen spijker stak
diep in haar en haar knopje brak

(uit: ‘Verse sneeuw’)

De hang naar het voorbije, de melancholie om wat ooit mooi, hoopvol, teder en kwetsbaar was:

Angst

De zonnebloem is uitgedroogd
ze sterft rechtop staand voor het raam
ze huilt haar laatste geel te neer
met droefenis zie ik dat aan

ik ril van angst en draai me om

want oud verdroogd geheel vergeten
zal ik hetzelfde ondergaan
zo snel voorbij is alle luister
die gister nog in bloei mocht staan

Dat is de sentimentele kant. Nu vind ik sentimentaliteit altijd wat verdacht, agressie is dan nooit ver. Neem:

Liefdeslied

Je ogen
ik wil ze stoppen in mijn wangen
en erop zuigen eraan likken
ik wil ze aan mijn kloten hangen
onder de voorhuid van mijn pik en
ik rol ze op mijn borst nat rond
ik wil een serenade zingen
een zegen beide in mijn kont
ik wil ze in mijn oksels dwingen
en op mijn ogen laten prijken
tot ik van leven wordt ontlast
de ogen in de ogen kijken
ik houd ze met mijn lippen vast

Natuurlijk moet je het ‘overdrachtelijk’ nemen, maar toch lijkt het mij getuigen van een roes waarin het gevoel dat de geliefde opwekt belangrijker is dan de geliefde zelf. Ik moest aan D.A.F. de Sade denken. Ik heb ook hem schaterend gelezen, niet in staat om hem serieus te nemen. Wat zijn hoofdpersonen niet allemaal uithalen om aan hun gerief te komen! Marteling, moord… En het lukt maar niet om bevrediging te vinden… Zielig gewoon!
Het meest grove, brute gedicht van Lindemann:

Slikken kreng

Niet janken meisje vreet mijn stront
en drink de spuitkak uit mijn kont
ik ben een smeerpijp lik mijn gat
mijn aars zal op je smoeltje rijden
ja jank maar maak de aarde nat
daar tussen jouw twee natte dijen

‘Niet janken meisje’ en vier regels verder: ‘ja jank maar’. Ook hier weer lijkt die vernietigende roes werkzaam die het rationele zo goed als buiten werking stelt. Zo goed als, want hij blijkt het genot van haar opwinding niet vergeten te zijn, het eventuele, verhoopte gevolg van haar onderworpenheid.

Het is een oud idee dat je om iets nieuws, iets beters te maken, het oude vernietigen moet. Ik proef in de hele bundel van Lindemann de behoefte aan onschuld, terug in de tijd dat er, nog ongevraagd bijna, in zijn behoeften werd voorzien. De wens opnieuw te beginnen:

Liefde

In stille nachten huilt een man
omdat hij zich herinneren kan

De melancholie om het verlies van schoonheid, van trouw, van onschuld overheerst (laat Lindemann dit niet lezen!):

Ja

Een vluchtig woordje is dat ja
ik heb aan haar mijn trouw gezworen
toen zijn we naar het strand gegaan
en in het zand het woord verloren

Hoe wapen je je tegen je gevoeligheid, behalve met grofheid, met geweld?
Op een bepaalde manier lijkt Lindemann een klein jongetje dat niet begrijpt waarom hem zoveel ongeluk overkomt. Waarom het niet mogelijk lijkt om gewoon, onbevangen gelukkig te zijn. Waarom relaties zo vaak slagvelden zijn. Dat alles een plaats geven, het weg kunnen zetten lijkt een noodzaak voor hem. Zijn gevoeligheid verbergen. En met hoeveel plezier doet hij dat, het onthullend en verbergend tezelfdertijd:

Restjes eten

Dus ik mag al je restjes eten
ik geef je wat je bent vergeten
met vreugde zal ik mij onthouden
mijn lichaam is geheel het jouwe
je martelt dieren en mij ook
je stookt het vuur op met een pook
en woont mijn enge lijfje uit
je bent mijn beul als ook mijn bruid
in zit je ergernissen uit
je zegt je mag geen meisjes slaan
toch gaan de uren triest voorbij
als jij niet boos meer bent op mij
verlangen ligt al in de la
en jij draagt mij gevoelens na
ik houd van wat jij niet vertrouwt
wie weet hoe lang de liefde houdt

voor jou is niets zijn als een zegen
en als ik dan gestorven ben
dan zal ik voor je verder leven.

Als in vrijwel alle gedichten blijkt rijm het bindmiddel te zijn, zonder hetwelk nogal wat gedichten als ongerijmd uiteen zouden vallen. Neem mij niet te serieus, lijkt Lindemann te zeggen, kijk niet te veel onder de oppervlakte; maar soms, niet rijmend laat hij zijn andere kant zien:

11 uur 30

Ik voel dus
helaas ben ik ook

Resten mij nog een paar zaken: de vertaling van de gedichten door Ilja Leonard Pfeijffer, die zo goed is dat je vergeet dat het vertalingen zijn, en de illustraties van Matthias Matthies, die hilarisch zijn.
Voorbeeld: Een als silhouet getekende naakte man en vrouw staan met getuite lippen op het punt elkaar te kussen. Ze buigen zich naar elkaar toe, hun geopende, opgeheven handen raken elkaar, zijn nog geknikte penis komt al omhoog, nog een stap, en ze raken elkaar. Zij is zwanger, en in haar buik zie je, ter hoogte van het rijzende geslacht van de vader, de ongeborene klaar zitten met een geopende schaar. De tekeningen staan op zichzelf, maar sluiten fantastisch aan bij de gedichten. Ze zijn zo sterk dat deze memorabele bundel zonder hen niet half zo leuk zou zijn geweest.

***
Till Lindemann werd in 1963 in Leipzig geboren. Na baantjes als timmerman, betonvlechter en mecanicien werd hij de zanger en tekstdichter van de band Rammstein. In 2005 publiceerde hij een boek met gedichten en foto’s onder de titel Messer.
Ilja Leonard Pfeijffer publiceerde gedichten, toneel en romans, waaronder De man van vele manieren, Het grote baggerboek en La Superba.

Geplaatst in Recensies.