Jozef Deleu (red.) – Het Liegend Konijn, jrg.12 nr.1, themanummer OORLOG

Kaïn sloeg Abel

door Joop Leibbrand

Kort na elkaar las ik twee bloemlezingen uit en over WO I: het door Geert Buelens samengestelde De 100 beste gedichten van de Eerste Wereldoorlog (Ambo 2014) en Tom Lanoye’s heruitgegeven vertalingen en bewerkingen van gedichten in Niemands Land/Overkant (Prometheus 2014). Vervolgens belde de post aan voor de bezorging van het oorlogsnummer van Het Liegend Konijn. Een dikke 400 bladzijden, moest ik die nu ook nog allemaal lezen? Ik was eigenlijk al meer dan verzadigd en bijgevolg vochten plicht en tegenzin een kleine oorlog uit. Niet voor het eerst trouwens…

Het moet voor Jozef Deleu een waagstuk geweest zijn, het samenstellen van dit themanummer naar aanleiding het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, omdat Het Liegend Konijn ook nu wilde vasthouden aan de eis dat uitsluitend nieuw werk wordt opgenomen. Bij een vrije inzending kiest een redacteur naar believen, maar als gedichten op verzoek of in opdracht geschreven worden, moet maar worden afgewacht wat het niveau is van wat wordt aangeleverd. Dat is, zeg ik maar meteen, verrassend hoog. Hoe Deleu het voor elkaar heeft gekregen weet ik niet, maar hij heeft bij veel van zijn auteurs het beste naar boven gehaald. Gewoon omdat ze hem niet teleur wilden stellen?

Oorlog bevat 383 gedichten (vaak in cyclusvorm) van 112 dichters uit Nederland en Vlaanderen. Omdat het dus allemaal recent werk is, is de bundel meteen ook een mooie momentopname van het huidige poëtische landschap. Dat ziet er aantrekkelijk uit.
Opvallend vaak is de Eerste Wereldoorlog op de een of andere manier het onderwerp van het gedicht, maar natuurlijk gaat het ook regelmatig over de oorlogen daarna. WO II, maar ook Srebenica, Fallujah, Damascus, de Twin Towers, Afghanistan en het werk van Drone-piloten komen voorbij. Soms gaat het ook over vrede. Minder vaak dan ik had verwacht wordt de oorlog metaforisch gebruikt, bijvoorbeeld voor een generatieconflict of huwelijksperikelen, of een strijd die diep in jezelf woedt. Anna Enquist is een van de weinigen die dat weet op te roepen, in gedichten die vanuit een zorgende, vrezende innerlijke onrust lijken te zijn ontstaan.

De bundel is alfabetisch op schrijversnaam samengesteld en daarom opent Arnoud van Adrichem en sluit Ad Zuiderent. Deleu heeft daarmee bepaald samenstellersgeluk, want bij de eerste lezen we actueel over een vluchteling die aanspoelt en indien hij een gelukszoeker blijkt te zijn, zal worden teruggestuurd. ‘Zegt de wet: alleen oorlog vormt grond voor verblijf.’ Die regel had het motto van het boek kunnen zijn. Het slot is ook zeer toepasselijk, want de laatste vier woorden van Zuiderents gedicht en dus van de bloemlezing luiden: ”schrijf oorlog goed af.’

Een bundel als deze laat zich verder nauwelijks bespreken. Laat ik me beperken tot het noemen van de dichters wier bijdragen me speciaal troffen, en tot een enkel citaat.
De vijf gedichten van Mischa Andriessen over WO I zijn al meteen een hoogtepunt; aan hem is een uitstekende War Poet verloren gegaan. Huub Beurskens valt op, o.a. met een regel als ‘Ik kan nog doden, dus ik leef.’ Verrassend zijn de gedichten van Frans Budé over Apollinaire, Hemingway, Blaise Cendrars, Alain Fournier en Wilfred Owen, allen gewond of gesneuveld.
Ik was extra nieuwsgierig naar Tom Lanoye, Stefan Hertmans en Geert Buelens en vooral de laatste stelt niet teleur:

‘MEMORIALEN’

Er moest iets gebeuren
maar dit

Grensoverschrijding, karaktervorming
en steeds minder latente gevoelens

Wat het allemaal losmaakte
aan volksbewegingen, leercurves
regionale ontwikkeling

Er ontstond iets dat een wereld op zich vormde
om die nadien kapot
te maken

Geert van Istendael noemt in een korte cyclus liefst vijftien beladen locaties, van Nagasaki, Verdun, Oradour en Kigali tot Passendale en stelt vast: ‘het moorden is herhalen en herhalen’.
Aansprekend cynisch is Anton Korteweg:

ALLES WORDT MINDER

Kaïn sloeg Abel. Dat schoot op.
Niemand meer over zowat.
Die miljoen mannen bij Ieper:
druppel op gloeiende plaat.

Verder enkele mooi gedichten van Lucas Hirsch, eigenzinnige, onnnavolgbare gedichten van Delphine Lecompte, ingenieuze twaalfstemmige tekstmuziek van Rosalie Hirs, er is te veel om op te noemen.
Er staan er ook diverse voor mij volstrekt nieuwe dichters in de bundel en daarbij is de grootste verrassing Sebastiene Postma, die met grote beheersing en een superieur soort vanzelfsprekendheid schrijft. Ik voorspel haar een grote toekomst.

***
Van het door Jozef Deleu samengestelde themanummer Oorlog van Het Liegend Konijn werd onder de titel Alle malen zal ik wenen – nooit eerder gepubliceerde gedichten over oorlog een speciale uitgave voor de boekhandel gemaakt: dezelfde inhoud (383 gedichten), dezelfde prijs (€ 25,-), een iets aangepaste cover en een ander isbn-nummer: 9789461312723.

Geplaatst in Recensies.