Thomas Eyskens – Er is niets te zien en dat moet je zien

Wandelen in de Mechelse voetsporen van de jonge Herman de Coninck

door Yves Joris

Herman de Coninck zou dit jaar 70 jaar geworden zijn, mocht hij niet in 1997 overleden zijn in Lissabon aan een hartaanval. De latere periode in zijn leven is bij het grote publiek gekend: de statige herenwoning in de Cogels-Osylei, de lange nachten met Piet Piryns en Benno Barnard in Antwerpse kroegen, de relatie met Kristien Hemmerechts. In het literaire wandelboek Er is niets te zien en dat moet je zien neemt auteur Thomas Eyskens je mee naar een vroegere periode in De Conincks leven. Twee en een half uur lang dwaal je in Mechelen rond en maak je kennis met het leven van de jonge dichter.

Initieel stelde ik me de vraag of er iemand zit te wachten op een boek dat een onbekend deel van het leven van een dichter belicht die meer dan zeventien jaar geleden stierf. De jonge jaren in Mechelen bieden nu eenmaal niet veel stof om er een spannend boek van te maken. Hermans ouders waren beiden onderwijzer tot zijn geboorte. In het streng katholieke onderwijs van die tijd waren moederschap en werk niet te combineren. Nadat zijn vader wegens zedenfeiten ontslagen werd als onderwijzer, openden ze een kranten- annex boekenwinkel in Mechelen.

de dagbladwinkel/boekhandelop de hoek van de Hombeeksesteenweg en de Brusselsesteenweg

In Mechelen liep de jonge Herman school, werd er verliefd en zette er zijn eerste literaire stappen. Kortom, een jeugd waarover men snel uitgepraat is.
Thomas Eyskens slaagt er echter in om deze weinig spannende materie om te toveren tot een geslaagde wandeling. Aan de hand van talloze interviews met mensen uit de directe omgeving van De Coninck en veel (voor mij tot op heden onbekend) beeldmateriaal stippelt hij een wandeling uit langs 21 plekken die een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld.
De wandeling start aan het station van Mechelen en voert je langsheen het ouderlijk huis, de krantenwinkel, de colleges waar Herman schoolliep, de plek waar hij zijn eerste vrouw leerde kennen.  In de korte hoofdstukken wisselen biografische feiten, anekdotes, fotomateriaal en poëzie elkaar af. Net deze anekdotes maken het boek de moeite waard: ze tonen de kiem van de latere Herman. Zo beschrijft Eyskens in het hoofdstuk Belastingontvanger – Korenmarkt dat de jonge Herman met zijn collegemakkers er een gewoonte van maakte om ‘bellentrek’ te doen bij het belastingskantoor: een kleine anarchistische protestactie tegen de controleurs die zijn vaders boekhouding, een kleine zelfstandige, steevast binnenstebuiten keerden. In datzelfde hoofdstuk beschrijft de auteur ook de gevangenschap van Hermans vader in Merksplas: de brave huisvader had pedofiele neigingen.
De Coninck zelf beschreef het als volgt:

Pas jaren later, ik ben twintig, mag ik weten
ik moest begrijpen dat ’t hem moeilijk viel,
nouja, dat hij niet homoseksueel was,
of toch maar een klein beetje: pedofiel.
En dat hij daarom toen gevangen had gezeten.
Ik ben vier. Ik mag bij hem op de canapé.
Ik moet doen of ik slaap. Hij doet mee.
Ineens ben ik honderdduizend haartjes.
Huiveringwekkend is het, mezelf te zijn.
Als het voorbij is voel ik nog lang hoe recht
ze hebben gestaan, één voor één, hoevele.
Pas nu denk ik: hij kietelde mij,
uren, niet om te doen lachen,
maar omdat hij niet durfde te strelen…

Of hoe Eyskens er perfect in slaagt om een lach en traan te laten samenvloeien.
Een ander ijkpunt in de Conincks leven is het Mechelse kunstenaarscafé Herten Aas. Hier bracht hij niet alleen vele avonden en nachten door filosoferend over literatuur, maar hij leerde er ook An Somers, zijn eerste vrouw, kennen. In 1969 gingen ze samen op reis naar de Camargue en een verliefde Herman schreef hierover:

En ’s nachts gingen we naakt zwemmen, we zwommen
onze namen op het water, ik zwom An in twee
grote letters, jij zwom uitgebreid aan de naam
Herman, en met de gouden maan eroverheen
leek het wel of we onze namen definitief
genoteerd hadden op een van de gewijde bladzijden
van het Boek.
Nadien kuste ik de waterdruppels
van je gezicht, voorzichtig één voor één
zoals een pointillist toetsjes aanbrengt
op zijn doek ‘naakte vrouw bij maanlicht’,
en in geen enkele vergelijking pasten je
borsten zo mooi als in mijn handen.
En in bed, ik kwam al van ver aan-
gerend declamerend ‘Hier Ruk Ik Aan
Met Een Erectie Als Een Pompiersladder
Om Jouw Brand Te Blussen’ en we lachten
en wat maakten we een leven
dat we negen maanden later
Tomas zouden noemen…

Tomas werd op 16 juni 1970 geboren. Kort daarvoor was Herman ontslagen als leraar Nederlands aan de kunsthumaniora van het Sint Lukasinstituut in Brussel. Teveel negatieve evaluaties. Voormalige directeur Paul Lerno schreef aan de raad van beheer van het instituut dat de heer De Coninck ongetwijfeld een goed dichter, een talentvol poëet is, maar de school heeft op de eerste plaats een goede leraar nodig. Op aanraden van zijn vriend Piet Piryns solliciteerde Herman de Coninck bij Humo. De rest is (gekende) geschiedenis.

Met Er is niets te zien en dat moet je zien heeft Thomas Eyskens niet het zoveelste boek geschreven over een van Vlaanderens bekendste dichters.  Zijn enthousiasme en heldere aanpak in combinatie met veel (onbekend) fotowerk bieden niet alleen een inkijk in een minder bekende periode uit het leven van Herman de Coninck, door de stadswandeling maak je er bovendien een geslaagd poëtische uitstapje van. Dit boek doet je alvast uitkijken naar de uitgebreide biografie waaraan Eyskens werkt.

Geplaatst in Recensies.