‘Vincent, Homesick for the Land of Pictures’, een muzikale poëziereis door de kleuren van Van Gogh

Tijdens Poetry International 2014 speelde Trio Scordatura de wereldpremière van Samuel Vriezens compositie ‘Vincent, Homesick for the Land of Pictures’, naar een gedicht van festivaldichter Peter Gizzi. Peter Gizzi droeg het gedicht zelf voor. Zie de site van Poetry voor het gedicht, de vertaling en audio.
Samuel en Peter beleefden veel plezier aan dit programmaonderdeel en vertellen Meander meer over hun werkwijze en bevindingen.

Interview with Peter Gizzi

Peter Gizzi en Samuel VriezenWhat did you like best of the program ‘Vincent’ during Poetry International Festival?
It was a joy to get to hear the work of Samuel Vriezen live. I have some recordings of his work that I admire but the first pleasure was to get to hear it live. He is a brilliant composer.

How did it feel to recite your poem first and then hear the composition? Were you surprised by the version of Trio Scordatura?
After hearing Samuel’s piece I wondered if I should have read my poem. His piece followed every word and syllable and I was surprised it was in English. But I did enjoy reading it at the festival and I was glad for the opportunity. 

During the interview afterwards you told us that you worked one day at the poem, where Samuel Vriezen worked 2 years on the music piece. You both had to laugh when you discovered this. It is true; did you write the poem in one day?
I was away on a writers retreat in the dead of winter in New Hampshire 2005. I had been working on another series at the time. 

Then, I picked up a copy of van Gogh’s letters and began reading them. He is a great writer and the verbal energy took hold of me. I was moved by his life, his striving and suffering, and questing and questioning everything about art and existence. So this poem was born out of a reading experience rather than a visual one. 

I wrote a draft of it in a single go and wasn’t sure if I could pull it off but kept pushing. A voice came to me. I went to bed and woke up the next day and read it out loud, and then when I finished I began to read it backward as I kind of response to an unanswered letter and it was an astonishing experience as it worked perfectly and made the poem bigger than the sum of its parts or any given line. 

Then I spent six months making micro tonal edits.

You are working on a special project with hand printer Marc Vleugels, can you tell us more about this project?
I am extremely delighted that Marc is going to produce a chapbook of this poem with Samuel’s expert translation. Marc’s books are beautiful works in and of themselves and lovingly made. 

I am also happy that poets and audiences in The Netherlands appreciate this poem. I say this because van Gogh is so ubiquitous, he is like the sky, and has become somewhat invisible in plain sight. I wanted to rescue this dear, devotional, and suffering visionary man, from being simply a cultural industry, made into scarves and mugs and tote bags. 

Every sentence of his writing and every brushstroke on his canvas is a lived experience. I feel his is the true way and I identify. I hope the audience will experience joy and discovery while listening.

What is your favorite part of the poem, which line is precious to you, why?
There are many lines I love, in the end I favor the over all sound scape it makes. 

Interview met Samuel Vriezen

Vertel, hoe was het om jouw compositie in première te zien gaan?
Het is altijd geweldig om een nieuwe compositie voor het eerst in uitvoering te horen. Maar het is helemaal fantastisch als de dichter zelf erbij kan zijn, zeker als het er een is die normaal gesproken op een ander continent rondwaart.

Peter Gizzi heb ik vier jaar geleden ontmoet tijdens een programma in Perdu, georganiseerd door Wolfram Swets, die net een bibliofiele uitgave van Gizzi had gepubliceerd met zijn Tungsten Press. Bij die gelegenheid had ik een gesprek met Peter dat heel plezierig verliep, hij bleek een fijne, erudiete en vooral ook bijzonder warme, genereuze man. Ook was het bij die gelegenheid dat hij het gedicht, ‘Vincent, Homesick for the Land of Pictures’ voor het eerst voordroeg, op mijn verzoek. Dat bleek een schot in de roos: Peter had het gedicht nooit als een voordrachtsstuk gezien, maar het heeft juist een enorme uitvoerkracht. Inmiddels heeft hij het vaak voorgedragen, en steeds zijn mensen onder de indruk.

Nu, vier jaar later, bij Poetry International 2014 was de tweede keer pas dat ik Peter ontmoette. In die tussentijd had ik gewerkt aan een vertaling van dat gedicht en aan de zetting ervan voor het ensemble Trio Scordatura (uitgebreid dus met een basklarinet tot kwartet) in opdracht van het Fonds Podiumkunsten.
Dat stuk werd in voorjaar 2013 voltooid, maar Scordatura zag op dat moment nog geen mogelijke concerten om het in premiere te brengen.
Maar toen bleek Peter gast te zijn in het festival van 2014. Die gelegenheid konden we natuurlijk niet voorbij laten gaan: het stuk kon niet alleen gespeeld worden, maar Peter zou er nog bij zijn ook!

Wat is er volgens jou zo goed en bijzonder aan het ‘Vincent’-gedicht van Peter Gizzi?
Het is tegelijk hoogromantisch én streng geconstrueerd, het spreekt indringend over wat het is om te werken, te zien, (te schrijven!), te leven, te midden van kleur en natuurkrachten, die doorwerken in kunst en leven. Het grootste en het kleinste, het binnenste en het buitenste lijken in elkaar over te vloeien in dit gedicht. En dan vooral: hoe dat alles stroomt. Het stuwt steeds voort, van regel naar regel, maar tegelijk is elke regel een soort still, een moment van de eeuwigheid.

Je werkte aan de vertaling en de compositie. Kun je vertellen hoe dit proces verliep?
Het zetten van een gedicht op muziek is een totaal ander soort opgave dan het schrijven van een gedicht, of het vertalen van een gedicht.

Ik denk dat het grootste probleem bij het schrijven van een gedicht vaak is om te bepalen dat het af is, dat het een gedicht is dat in je oeuvre een plek mag krijgen, dat het de wereld in mag. Dichten is daarmee een ‘existentiële’ opgave. Als Peter het gedicht in principe in één dag geschreven heeft, gaat het alleen over die schrijfarbeid zelf, maar dat is maar een klein deel van het dichterschap, denk ik.

Je moet wat je gemaakt hebt dan ook een plaats geven. (En hoe lang, hoeveel ontwikkeling heeft Peters dichterschap nodig gehad voor hij een gedicht als dit in een dag kon maken?)

Vertalen is een andere opgave – veel technischer – en op muziek zetten weer een andere. Bij het vertalen was ik heel erg op detailniveau met de tekst bezig. Het gaat er dan om om de flow van de tekst te reproduceren in een taal die net een andere ritmische balans heeft. En zo precies en getrouw mogelijk te zijn aan het origineel, als het even kan. Hoewel, Peter zelf gaf me als opdracht mee om er een beter gedicht van de maken in het Nederlands dan het in het Engels was! Voor hem is dat wat een vertaler doet. (Als ik ook maar een beetje in die opgave geslaagd ben, is dat mede dankzij de grondige redactie en suggesties van Hester, mijn levensgezel.)

Over wezenlijke vormproblemen hoef je je als vertaler weinig zorgen te maken. Het is een gedicht van twee keer zeven strofen van elk regels: die beslissing ligt al vast. Dus richt je je op ritme, op klankbalans, op het juiste register, en natuurlijk op de technische oplossing in het Nederlands voor de palindroomvorm: het gedicht keert halverwege om, de tweede helft zijn alle regels van de eerste helft maar dan in omgekeerde volgorde. In het Engels is dat bijna volkomen streng – alleen de interpunctie blijft niet helemaal gelijk. In het Nederlands heb ik dat zoveel mogelijk proberen te handhaven, maar soms lukt dat nét niet om syntactische redenen.

Als componist zat ik weer met totaal andere problemen. Sommige hebben te maken met het specialisme van het ensemble waar ik voor schreef: microtonaliteit en alternatieve stemmingssystemen. Ik wilde voor het stuk een eigen stemmingssysteem ontwerpen, dat bovendien logisch past bij de vorm van het lied – dus bij die strofische vorm en die palindroom in het gedicht.

Als ik als vertaler erg met de details van de tekst bezig was, was ik dat als componist nauwelijks. Het klinkt misschien gek, maar als componist wil ik me vrijwel niet bezighouden met de betekenis van de woorden. Ik bedoel, ik ga niet proberen om een woord als ‘klimplant’ zo klimplant-achtig mogelijk op muziek te zetten of zo. Ik zoek eerder naar een sfeer, een soort omgeving van harmonieën en lijnen en tijd waarin de tekst tot klinken mag komen. Een die bovendien interessant is, uitdagend én uitnodigend, voor de musici.

Veel meer had ik als componist een vormprobleem. Als vertaler hoef je niet je hoofd te breken over ‘twee keer zeven strofen’, dat is gewoon een gegeven. Als componist daarentegen moet je dat ‘twee keer zeven’ als het ware opnieuw uitvinden. Er moet een muzikale logica komen die zo’n structuur net zo sterk weet te dragen, net zo noodzakelijk maakt, als het gedicht zelf dat doet. Eén van de vragen waar ik me flink het hoofd over heb gebroken was in hoeverre de verschillende strofen met elkaar moesten contrasteren, danwel juist een continuum moesten vormen. Wordt het één doorlopende stroom? Of worden het bij wijze van spreken twee keer zeven aparte ‘scènes’, zodat je quasi een liedcyclus krijgt? Ik wilde iets daartussenin vinden. En dat dus óók in overeenstemming brengen met de microtonale harmonische structuur. Uiteindelijk kwam ik op een soort variatieprincipe, waarbij de opzet van elke strofe steeds hetzelfde is, maar met per strofe een andere melodie centraal gesteld, en een ander soort harmonie. Zo krijg je een balans tussen continuïteit en variatie.

Over welk woord/welke zin uit je vertaling ben je het meest tevreden, waarom?
Het gaat niet over een woord of een zin: zeker bij dit gedicht moeten ze allemaal even goed zijn, omdat er niets uit mag springen. Het gedicht herhaalt 77 keer hetzelfde gebaar: een dichtregel, die voortgaat naar de volgende dichtregel. En daarna keert het al die gebaren om.
Alles gaat om die continuïteit. Zwoegen en denken en teruggaan en schilderen. Om er toch wat regels uit te lichten: voor mij waren deze regels halverwege de vierde (en de elfde) strofe vooral belangrijk:

Het duister draagt een glans nog niet door helderheid gestraft
maar misschien een diepte die helderheid overschittert en waar is.
Het donker staat dicht bij twijfel en daarom dicht bij de zon
tenminste wat de oude boeken wetenschap noemden of eerbiedigden.
Het donker is geen kwaad want er zit indigo en kobalt in
en laten we het indigo nooit vergeten en de warmte ervan
de warmte van de geest weerspiegeld in een donkere tijd
in de tijd van schilderingen en gebroken licht.
 
Geplaatst in Interviews.