Gedichten

A la carte

Kraaien vreten hun buikjes
rond, aan het kadaver van een
aangereden eend gaat geen
menukaart vooraf

palingen van de lucht zijn het
vuilnisbakkenrakkers in doodskleed

dan volgen de eksters, het blauw
van hun veren doet koninklijk aan
hun manieren aan tafel echter
bewijzen het tegendeel.

Zoet

Alles ruikt naar chocola
de pepermunt is voor na achten
die mevrouw van nummer 112
steekt een stukje puur
tussen haar kunsttanden, haar
lippen donkerbruin

zelfs de donshaartjes op
haar bovenlip kleven zoetgeurend
aan elkaar als ware het een gel
die een breekbaar gezicht
bij elkaar houdt

Ze likt de lippen, de
mondhoeken krullen,
alles smaakt naar chocola.

Hoe bewaar ik je in woorden?
voor Annemieke

Zal ik je vergelijken met een zomerdag, een
sterrenhemel die me tussen mijn ogen raakt,
liggend op mijn rug in het gras

de ijzige kilte van wat gezegd is
schrijf ik van me af, weg
in schijnbaar warme, rode inkt

hoe grijp ik het nu, hoe leg ik je vast?
zodat later geen verleden tijd lijkt

woorden zijn slechts de voertuigen
van mijn gedachten herinneringen,
ze dragen je met mij mee

ze liggen dáár voor het grijpen waar ik
je wil vinden, waar je naar me lacht
zoals jij alleen naar me kan lachen.

Het houdt niet op

De vragen kwamen later
nadat je al weg was
vergeten waren al je verhalen
en zelfs je stoel zat anders

het water stroomt altijd
naar zee, zei mijn moeder
wees een berg,
schud het van je af, laat
het stromen

mijn natte voeten voelen
nog je handen, stijf
en onbeholpen
niet in staat om de kilte
weg te nemen

ik ben geen kind meer
niet meer nu
en antwoorden zijn slechts
daar te vinden
waar je nog niet zoekt.

Geplaatst in Gedichten en getagd met .