Bloeien in de marge

Op 28 januari a.s. wordt de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2015 bekendgemaakt . Sander de Vaan spr@k met de juryvoorzitter en hoofdredacteur van NRC Handelsblad, Peter Vandermeersch.

U bent aangesteld als juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs 2015; wat zijn zoal de dichters die u zelf graag leest?
Ik begon ooit op school met Guido Gezelle en Annie MG Schmidt. Aan de universiteit raakte ik erg onder de indruk van Herman de Coninck. Nu reken ik tot mijn favorieten Komrij, Claus, Nolens en Kopland.

Dat zijn allemaal Nederlandstalige dichters. Hebt u ook nog buitenlandse favorieten?
De War Poets als Siegfried Sassoon en Wilfred Owen natuurlijk. Maar ook W.H. Auden, Thomas Hardy, Jacques Prévert.

Enkele jaren geleden werkte u mee aan een poëtische ode, in het kader van een reclamecampagne voor Belgische kazen:
Zij zei: Smile / Ik zei: Lach // Zij zei: More / Ik zei: Nog // Zij zei: Cheese, please / Ik zei: Kaas, Graag
Schrijft u regelmatig gedichten?

Nee, dat was echt de enige keer dat ik een gedicht heb gepubliceerd (onder meer op broodzakken) en ik beloof dat ik het nooit meer zal doen.

Waarom niet? Obama heeft gedichten geschreven. Hier hebben wij een ex-chef van de AIVD, Arthur Docters van Leeuwen, die gedichten heeft gepubliceerd. In Spanje baarde een generaal van de paramilitaire Guardia Civil opzien door zijn voorliefde voor poëzie. Zou het niet mooi zijn wanneer mensen van uw kaliber zich aan de dichtkunst wagen?
Het zo mooi zijn, maar is gewoon niet voor mij weggelegd. Ik wil uitmunten in de dingen die ik doe. En weet te goed dat ik een heel middelmatige dichter zou zijn.

In een land als Rusland zie je veel mensen poëzie lezen. In Nederland leidt de dichtkunst echter een marginaal bestaan, ondanks allerlei mooie initiatieven, waaronder die van uw krant, die zo nu en dan een gedicht in haar publicaties opneemt. Denkt u dat de media hier meer zouden kunnen/moeten doen?
De media kunnen dat proberen. En zoals u zegt, bij NRC proberen we dat. Maar poëzie zal per definitie een marginaal bestaan blijven leiden en dat is op zich ook niet fout. Poëzie heeft misschien zelfs die marge nodig om te kunnen bloeien.

Wat vindt u van het niveau van de hedendaagse dichtkunst in België en Nederland?
Voor de VSB-prijs heb ik de voorbije maanden 130 bundels gelezen. Het prettige daarvan is dat je inderdaad een prachtige doorsnede krijgt van wat er gebeurt in poëzieland. Ik heb soms gezucht, en wel eens gevloekt. Maar ik heb vooral genoten. Van wie ik dan genoten heb, kan ik hier natuurlijk niet vertellen. Maar ik weet nu al dat de shortlist van 5 boeken (Vlinderslag van Piet Gerbrandy
, ik trek mijn species aan van Sasja Janssen
, Archaïsch de dieren van Hester Knibbe
, Mens Dier Ding van Alfred Schaffer, Wij totale vlam van Peter Verhelst, red.) misschien wel een der beste in jaren is.

Waaraan moet volgens u het ideale gedicht voldoen?
Gelukkig bestaat er niet iets als het ideale gedicht. En zijn er geen regels. Daarom is poëzie zo mooi en onvoorspelbaar. Maar een goed gedicht raakt. Het raakt tussen de oren, in het hart of in de buik.

Dan nog iets over het vakgebied waarin u wél uitmunt: de krant. Hoe ziet u de nieuwste ontwikkelingen in de geschreven media (internet, kleiner formaat, enz.)?
Ik ben wel optimistisch gestemd over die ontwikkelingen. Want op welke drager (krant, mobieltje, tablet,,…) journalistiek ook bij de lezer komt, er zal altijd nood zijn aan uitstekende journalistiek. En of het nu gaat over de aanslagen in Parijs, de economische toestand van Griekenland of de samenhang van het kabinet Rutte II, ik zie dat er dagelijks in veel kranten en tijdschriften aan die uitstekende journalistiek wordt gedaan. Een zorg: blijft de lezer bereid om daarvoor te betalen? Een groot stuk van onze inkomsten, en dus van onze journalistieke slagkracht, hangt van die lezer af.

Denkt u dat we over een jaar of tien nog een papieren krant kunnen kopen?
Zeker. Hoewel dat geen grote zorg is van mij. Als de lezers liever naar tablets gaan, dan vind je ons daar. Maar de combinatie (tablet of mobiel in de week en op papier in het weekend) zou wel eens de succesformule kunnen zijn.

Als u geen hoofdredacteur zou zijn, wat zou u dan het liefst doen?
Daar moet ik geen seconde over nadenken: schrijvend journalist.

Welke verzen/gedicht zou u hier willen citeren als poëtisch toetje bij dit interview voor onze lezers?

Ik schrijf je neer (Hugo Claus)

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een onophoud in een of ander Oostenrijk.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.

Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit

Geplaatst in Interviews.