Gedichten

illegaal

wanneer ik dichter bij je kom
zie ik alleen een bange blik die
naakt zijn pijlen op me richt en
niemand die je warmen kan

een schaduw valt over me heen
negeert de grenzen tussen ons
ik inhaleer de lucht van treurigheid
zoek wapens tegen weerloos zijn

een mens die nergens welkom is
vervreemdt van zijn betekenis
het laatste oordeel telt de dagen
genade hoort je zeker niet

de tenten worden nu geruimd
jouw status schuilt in lichaamstaal
ik breng je dekens voor de nacht
zodat mijn binnenkou verdwijnt

hier en nu

in de genadeloze stilte van onze kamer
spreekt alleen mijn schaduw lichaamstaal

ik ben vandaag geen heer en meester hier
mijn handen kunnen de nacht niet witwassen

als dit het rustpunt was van onze reis dan
zou ik wel mijn ogen sluiten en slapen gaan

de nieuwe atlas van de tijd ligt op mijn schoot
er is niemand die over mijn schouder kijkt en

de weg wijst naar onbegonnen bergtoppen of
naar woestijnen die geduldig op ons wachten

ik vind in onze la het restje van een droom met
de vergeefse hoop dat hij wordt waargemaakt

geen vlag meer om de plekken te markeren die
we dachten te bereiken, de stof is al vergaan

het land van leegte reikt veel verder dan de horizon
ik mis mijn gids die elke bange voetstap horen kan

pas als de rouw me warm houdt als een oude jas
dan zal voor mij jouw weggaan onomkeerbaar zijn

Bitter

ze boent de laatste restjes glans en
zachtheid weg uit het bestaan zodat
haar huid aan grauwe lijnen wint

ze doet de voordeur dicht, zoekt
het tegoed in stille kamers waar
opgekropte woede wordt gespaard

ze kan het oude leven niet vergeven
denkt dat een wanklank onweer wordt
en nacht geen licht verdragen kan

haar spiegelbeeld vertelde nooit
een leugentje om bestwil
dus krijgt ook dat de schuld

er komt veel etter uit oud zeer
haar kindsbeen schrijnt
het heelt niet meer

Geplaatst in Gedichten en getagd met .