Ik houd er niet zo van jezelf aan te prijzen

Anneke Wasscher (Aalsmeer, 1946) begon in 2008 met het schrijven van verhalen en poëzie. Met proza werd ze tweemaal genomineerd voor de Piet Paaltjensprijs. In 2012 won ze de tweede prijs bij Literair Zeist met een verhaal. In 2013 won ze met poëzie de eerste prijs bij Stichting Ongehoord en bij de Hillegomse gedichtenwedstrijd. In 2014 volgde de Citerprijs met een gedicht bij een kunstwerk. Haar werk is gepubliceerd in ongeveer veertig verzamelbundels; in 2014 o.a. in Blauwdruk en Reizigersgeheimen, allebei van uitgeverij Kontrast. Ook publiceerde ze in literaire tijdschriften, o.a. in Schoon Schip.

Anneke WasscherJe begon pas met schrijven in 2008.
In de puberteit en als kind heb ik veel geschreven. Op de middelbare meisjesschool ontwikkelde ik veel liefde voor de taal. Ik deed alle moderne talen en moest daar veel voor lezen. De liefde voor poëzie werd me met de paplepel ingegoten. Ik declameerde al heel jong het gedicht ‘het schrijverke’ van Guido Gezelle. Ik was heel actief in het schooltoneel en wilde naar de toneelschool, maar dat mocht ik niet en ik wilde niet studeren. Toen moest ik van mijn ouders een jaaropleiding secretaresse doen. Daarna werkte ik een aantal jaren. Ik trouwde toen ik tweeëntwintig was en kreeg snel kinderen. Daardoor heb ik heel lang niet aan schrijven gedacht.

Je werkte in de zorg.
Ik heb tien jaar lang werken en leren gecombineerd – richting maatschappelijk werk – en was voornamelijk met het aspect resocialisatie bezig. Sociale contacten vind ik erg belangrijk. Ik werkte 23 jaar in de verslavingszorg. Mijn sociale betrokkenheid zie je soms terug in mijn literaire werk.

Haal je ook inspiratie uit krantenartikelen?
Ja, ook. Bij het TV-journaal kijk ik overigens vaak weg. Vooral bij oorlogsbeelden. Die hou ik het liefst op afstand. Daar voel ik me wel beschaamd over. Maar zoals laatst de Shoa-herdenking, dat raakt me diep. Ik schreef eens een gedicht over het tentenkamp in Ter Apel voor illegalen. Ik bracht daar dekens heen. Tegelijkertijd denk je: wat hebben ze er eigenlijk aan? Je doet het ook voor je eigen gemoedsrust en ik hoopte dan maar dat in ieder geval één persoon het hierdoor warm had gehad ’s nachts. Je schiet eigenlijk altijd tekort. Dat vind ik ook gelden voor de poëzie. Het is een poging. Een poging om iets te zeggen.

Ben je nu veel met schrijven bezig?
Ik doe elke dag wel wat. Vorig jaar deed ik een workshop poëzie in Gent bij Roel Richelieu Van Londersele. Hij kwam echt met statements over poëzie en daar had ik wat aan. Mijn gedicht ‘de buitenstaander’ vond hij vooral goed omdat het urgentie heeft. Ook een andere dichter Bert Deben pikte dit gedicht er meteen uit bij mij.

Wie zijn je voorbeelden?
De bekende Nederlandse schrijvers zoals Leo Vroman, Gerrit Kouwenaar, Vasalis en Rutger Kopland. Maar ik ben ook weg van hedendaagse Vlaamse dichters. Bijvoorbeeld van Marin Carrette, Bert Deben, Willem M. Roggeveen en Hervé Deleu. Hun taal zingt. Ik lees trouwens poëzie zoals ik luister naar muziek. Van een CD vind ik soms maar een paar nummers echt goed. Dat heb ik ook met een gedichtenbundel. De gedichten die me aanspreken, onthoud ik.

Je doet mee met een dichterscollectief.
Ik doe sinds kort mee met WP99, een dichterscollectief. Momenteel hebben we een gastdocent: Ronald Ohlsen, die een bijzondere insteek kiest. Hij liet ons sonnetten schrijven, terwijl eigenlijk niemand meer met vaste vorm werkte. Ook gaf hij de opdracht een gedicht te schrijven waarbij je het werk van een andere dichter als inspiratiebron gebruikt. Ik koos Gerrit Kouwenaar en de gedichten die hij schreef over het verlies van zijn vrouw. Vervolgens schreef ik het gedicht ‘hier en nu’. Ik kan erg genieten van zo’n opdracht. Ik ben heel leergierig en wil steeds bijleren ook over gedichten en literatuur.

Bezoek je podia en evenementen?
In ieder geval probeer ik altijd in augustus naar een slamfestival in Leeuwarden te gaan. Slammen vind ik zo knap. Dat ze zo voordragen zonder papier. De kunst om presentatie en taal perfect voor het voetlicht te brengen. Ik bewonder slamdichters heel erg. Ook omdat ik het zelf niet kan. Ik heb een keer een gedicht van mezelf uit mijn hoofd geleerd, maar toen ik het moest voordragen was ik een zin vergeten. Toen dacht ik, dat doe ik nooit meer.

Hoe verhoudt zich het schrijven van verhalen tot het schrijven van gedichten?
Gedichten worden steeds belangrijker voor me. Eerst schreef ik nog acht verhalen per jaar, nu nog maar twee en ruim dertig gedichten. Ik vind het een uitdaging om poëzie te schrijven. Het is mooi dat lezers meer hun eigen interpretatie eraan kunnen geven dan aan een verhaal. Lezers kunnen een heel verhaal van een gedicht maken.

Afscheid nemen speelt ook een rol. In het gedicht ‘Teken van rouw’ lijkt het wel over afscheid nemen van je partner te gaan.
Mijn man leeft nog en ik ben helemaal niet bezig met zijn afscheid. In mijn omgeving maak ik natuurlijk wel mee dat mensen doodgaan en uiteraard heb ik zelf in mijn leven afscheid moeten nemen van mensen op verschillende manieren. Misschien heb ik een grijze ziel. Ik heb altijd een voorliefde voor gedichten die iets te maken hebben met weemoed. Wat een antiek woord! Zo schreef ik een gedicht over een demente man. Ik ben geen sacherijnig mens, maar mensen met problemen houden me bezig.

Schrijf je wel eens erotische gedichten?
Met de gedichtendag was het thema “met zingen is de liefde begonnen”. Ik had een erotisch gedicht maar durfde het niet voor te lezen. Ik denk dat mensen dan denken, die moet ook nog zo nodig op haar leeftijd, laat ze het maar over andere onderwerpen doen.

Hoe lang ben je met een gedicht bezig?
Als ik een gedicht geschreven heb, dan kijk ik er elke dag wel even naar. Na twee weken moet ik zoiets hebben van het is klaar. Anders heb je een gedrocht en kan het weg. Soms houd je er nog één zin van vast.
 
Wordt het niet eens tijd voor een eigen bundel?
In 2013 bij Dichters in de Prinsentuin (Groningen) was ik één van de weinigen zonder eigen bundel. Maar ik vind het moeilijk om een uitgever te benaderen. Ik houd er niet zo van jezelf aan te prijzen of jezelf in de verkoop te doen. Toch moet het er maar eens van komen. Ik heb nu een stapel van veertig gedichten liggen die ik goed vind. En ik wil dit jaar actie ondernemen om naar een bundel toe te werken.

Geplaatst in Interviews en getagd met .