Inge Boulonois – Lichte en bonte gedichten

Fijn met een boek

door Joop Leibbrand

Met haar Heerhugowaardse gedichten, de bundeling van de gedichten die zij van 2011 tot 2015 als stadsdichter schreef, toonde Inge Boulonois al aan als dichteres niet alleen veelzijdig te zijn, maar vooral ook veel oog te hebben voor vormgeving en lay-out. Dat zij aan de Akademie voor Beeldende Kunst te Arnhem haar opleiding tot beeldend kunstenaar volgde en later aan de Universiteit van Nijmegen de studie Kunstpsychologie voltooide, zal er niet vreemd aan zijn.

In de even inventieve als originele manier waarop zij woord en beeld verbindt, draagt wat dit betreft ook haar onlangs verschenen bundel light verse Lichte en bonte gedichten een duidelijke eigen signatuur.

Van de 72 gedichten die de bundel bevat, zijn er 27 beeldgedichten en daarvan stellen 11 het zelfs zonder één letter tekst. Dat zijn de zogenaamde pictogedichten, die alleen bestaan uit gerangschikte vormen. ‘De mussen’, ‘vrij naar Hanlo’, bestaat bijvoorbeeld louter uit regels met mussenafbeeldingen, ‘Light verse’ uit regels met gloeilampen in allerlei formaten, en ‘Paasgedicht’ uit regels met beschilderde eieren. Zo genoemd lijkt het misschien wat flauw, maar in het geheel van de bundel werkt het, vooral in combinatie met de gedichten waarin ze op een eigenzinnige wijze schilderijen voorziet van tekst. Zo laat zij met een gedachtewolk het lezende meisje op Renoirs gelijknamige schilderij denken

Aardige kunstenaar. Makkelijk bijverdiend.
Vaak is modellenwerk andere koek!

Dan sta je lang in een oververmoeiende
pose, maar nu zit ik fijn met een boek!

 

En de danseresjes op het beroemde schilderij van Degas zeggen

rotpirouettes weer
jemig het duizelt me
onze balletmeester
blijft een tiran

pestvent! ik droom soms van
amusementsmakkies
zelfs van froufrous
in een club met cancan!

Door het vervreemdende effect blijven deze beeldbewerkingen verrassen, niet in het minst omdat alle personages in ollekebollekes spreken; ‘Gesprek in het park’ van Gainsborough, Vermeers ‘Melkmeisje’ en de onvermijdelijke ‘Mona’ zijn er nog een paar geslaagde voorbeelden van.

Sinds de betreurde Drs. P de versvorm in Nederland introduceerde, is het schrijven van een perfect ollekebolleke zo ongeveer de lakmoesproef voor een serieus te nemen light verse-dichter.

In de humor – van alle poëziegenres ongetwijfeld de moeilijkste – staat of valt alles met de beheersing van het metier en dat komt vooral neer op het juiste gebruik van de verstechniek. Want alvorens ‘leuk’ te kunnen zijn, moet het plezierdicht eerst voldoen aan alle eisen die deze stelt. Pas als de vormeisen gedisciplineerd worden nageleefd, kan het inhoudelijke spel beginnen.

Ook in de ‘gewone’ gedichten van de bundel, toch altijd twee derde van het geheel, weet Inge Boulonois vorm en inhoud voorbeeldig te combineren. Dat doet zij naast de ollekebollekes (haar sterkste punt) met speelse sonnetten en snelsonnetten en enkele rondelen; maar ook als zij vrijere versvormen hanteert, onderwerpt zij rijm en maat aan strenge tucht:

TOPONYMISCH

Met sommige krijg je geen hechte band.
Wie immers woont er graag in Duistervoorde
of Helmond, Baalhoek, Vreeswijk, Dodewaard?

Zelfs Goor en Rectum zijn bestaande oorden,
ze klinken net als Ransdorp erg ontaard.
Ook Vuilpan, Moordrecht, Diefdijk, Dorregeest

zijn toch geen plaatsnamen voor huis en haard,
laat staan voor een ontspannen megafeest!
Geef mij maar Blijham, nee Nieuw-Lekkerland

of Biervliet. Maar het liefst nog Hoogeloon.
Wat is het jammer dat ik daar niet woon!

Het is vaardig en spitsvondig gedaan, zoals bijna alles in de bundel een glimlach en meer verdient. De rafelranden van de taal zoekt Boulonois niet op; echt scherp, laat staan ongepolijst, is zij nergens, in al haar teksten houdt zij het beschaafd en daardoor zijn ze misschien ook soms wel iets te vrijblijvend. Maar Lichte en bonte gedichten is een alleraardigste bundel, light verse op niveau!

Geplaatst in Recensies.