1 SEPTEMBER

lange tanden bijten boterhammen stuk
we moeten flink zijn
proviand pakken
koeken knikkers snoepjes stickers
munitie om de dag door te komen

de mars naar school moet in tempo
verlegen voeten sneller in het vizier
van monden die goed gewapend zijn

hier ben je niets
tot het tegendeel bewezen is
dat zal je leren

aan de schoolpoort staan we samen
tot de bel gaat

ik zet een stap terug
salueer een laatste keer
ingerukt

mars

DE POPPENSPELER

dode meisjes janken niet
zo heb ik ze het liefst
bewusteloos hersendood bezopen in de goot
het lijf nog even stijf van leven na de dood

omdat ik dit ben geworden
de hellehond Cerberus
drie koppen twee gedichten één pik
ik zal niet bijten, beloofd

lief zijn voor de veerman en
je hoeft niet te betalen
schipper mag ik overvaren

hier
het vuur dat ik van de goden stal
ik brand en merk mij tussen uw benen
diep en derdegraads

uw onderbuik mijn onderwereld
welkom welkom
kleine meid

dat geen mij wilde aaien
mij bevaren
mij berijden
dat ik nooit nog om zou kijken
voor een wijf dat mij niet volgt

Uit de cyclus ‘Kruis’

II

ik heb het gedaan
het kruis opgenomen
ik wilde weten of ik het kon dragen

dus ben ik in je spullen beginnen zoeken
ik moest het weten
heb ik de eerste spijker ingeklopt of jij
waar zijn we gestopt met groeien
waar onze wortels omgehakt

Ik zoek de littekens in het hout
hoe oud zijn onze eerste wonden
hoe hebben we ons zo vastgenageld
zonder ruimte om te bewegen
waarom heb je altijd gezwegen

het kruis is mijn maat niet
we hebben het samen gemaakt
vier handen moeten het dragen
hier zijn de mijne

je stem schuurt
dat je dit niet kan polijsten
dat dit nooit meer glad

ik ben opgestaan
ik wilde voor je weg zijn
diegene zijn die achterliet
ik wil niet dat je ziet hoe ik splinter

Gedichten uit: Lotte Dodion, Kanonnenvlees, Atlas Contact 2016, ISBN 9789025447038

Geplaatst in Gedichten.