J. Slauerhoff – Verzamelde gedichten

Een onmisbare uitgave voor liefhebbers

door Hans Puper

Er is een geheel nieuwe uitgave van de Verzamelde gedichten van Slauerhoff (1898 – 1936) verschenen, bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil. Alle vorige edities werden bezorgd door Kees Lekkerkerker, die daar in 1937 mee begon op verzoek van een commissie van vrienden en bewonderaars, waarin onder anderen Menno ter Braak en Adriaan Roland Holst zitting hadden. Lekkerkerker maakte er zijn levenswerk van: tot zijn dood in 2006 is hij ermee bezig geweest. Er kwamen regelmatig nieuwe edities uit, omdat er van tijd tot tijd nog onbekende gedichten opdoken. De volgorde en de indeling bleven echter hetzelfde en juist die waren aan een ingrijpende herziening toe.

Lekkerkerker heeft de verzamelde gedichten op advies van Du Perron verdeeld in kernen. Het merendeel had de naam van een dichtbundel, waaronder de opzet van een bundel waarin Slauerhoff een selectie uit de verspreid verschenen gedichten wilde opnemen: ‘Al dwalend’. De inhoud van de bundels en de volgorde van de gedichten weken sterk af van de oorspronkelijke, maar toch is zijn werkwijze begrijpelijk, want al tijdens het leven van Slauerhoff werden herdrukken ingrijpend gewijzigd en een enkele keer werden bundels samengevoegd – de oorzaak was dat Slauerhoff zwaar leunde op samenstellers als Du Perron en Marsman. Lekkerkerker was zich zeer wel bewust van de nadelen van zijn keuze. In de verantwoording van de editie die ik al in mijn bezit had (uit 1961, ook van Nijgh & Van Ditmar) schreef hij: ‘De commissie was wel gedwongen tot deze overigens niet in alle opzichten bevredigende vorm van uitgeven. Immers een meer voor de hand liggende en meer wetenschappelijke ordening der teksten, waarbij wat de poëzie betreft een herdruk zou worden gegeven van de bundels in laatste drukken, gevolgd door een afdeling door Slauerhoff gepubliceerde doch niet gebundelde gedichten en als derde afdeling de ongepubliceerde nalatenschap in chronologische rangschikking, bleek niet voor verwezenlijking vatbaar, daar de meeste gedichten uit de ongepubliceerde nalatenschap niet kon worden gedateerd.’

Dit is precies de indeling waarvoor Hein Aalders en Menno Voskuil hebben gekozen en ik ben daar blij mee, met name omdat je nu de ‘intacte’ bundels onder ogen krijgt. Dat er in de eerste afdeling nu elf doublures opgenomen zijn omdat Slauerhoff ze tweemaal bundelde vind ik geen enkel bezwaar, integendeel. Het roept interessante vragen op naar het waarom. De bezorgers kozen voor de laatste in Slauerhoffs leven verschenen drukken, omdat die het dichtst liggen bij de presentatie en structuur die hij wenste. In hun toelichting spreken Aalders en Voskuil overigens ook van de reconstructie van bundels; mogelijk gebruiken zij deze term omdat ze bij verschillende bundels een appendix van geschrapte gedichten hebben opgenomen.

De verschillen van de kernen van Lekkerkerker met de bundels in deze geheel herziene editie zijn aanzienlijk. Laten we alleen eens kijken naar de afdelingsnamen in Archipel.

 Lekkerkerker (1961)

  1. (Naamloos)
  2. Uit het leven van Tristan Corbière
  3. (Naamloos)
  4. (Naamloos)

Aalders en Voskuil

  1. (Naamloos)
  2. Uit het leven van Tristan Corbière
  3. Contes cruels

Ook de volgorde en het aantal gedichten verschilt aanzienlijk. Kijk eens naar de eerste vijf gedichten in Archipel.

Lekkerkerker (1961)

Het boegbeeld: de ziel
Nimfen
Catastrophe
Sirenen
Verschijning

Aalders en Voskuil

Het boegbeeld
Sirenen
Oceaannacht
Chineesche dans
Het tempeleiland Philae

In de tweede afdeling zijn alle verspreid verschenen gedichten chronologisch opgenomen, ook degene die door Lekkerkerker niet geschikt werden gevonden, de studentengedichten bijvoorbeeld. Er staan heel amusante, wat pesterige gedichten in deze afdeling, zoals dat over Johan Schotman, psychiater, dichter, schrijver en filosoof (1892 – 1976). Het verscheen in Forum in 1932. De gedichten zijn geschreven in de toenmalige spelling van De Vries en Te Winkel; voor hedendaagse lezers is dat mogelijk even wennen.

BENARD ADVIES

Gij heeren der critiek, schrijft nimmer over Schotman,
’t Is naar voor hem, voor u, voor allebei,
En als ge ’t doet, dan liever op een lei,
Zoodat het uitgewischt of nog kapot kan.

Maar in de kranten komt er altijd mot van;
Ik deed het toch, zoodat ik nu nog lij’
Onder ’t gevolg: er gaat geen dag voorbij
Zonder een brief, een lange brief, van Schotman.

Zijn werk is zwaar, zijn briefwerk nog veel zwaarder;
‘k Woon ver van ’t dorp, de oude brievengaarder
Torst iedren dag een onheilzwangre tasch,

Omdat ik ’t waagde eens den spot te drijven.
– Maar kwam ooit een er toe zijn lof te schrijven,
Hulppostbesteller werd heel ’t menschenras.

De derde afdeling betreft de nagelaten, nooit gepubliceerde poëzie. Deze is niet chronologisch maar thematisch opgezet (‘Vrouwen’, ‘Reizigers’, ‘Buitengaats’, ‘Personae’, Ballingen’, ‘Hollanders’, ‘Bewerkingen’ en ‘In aanbouw’), omdat niet meer is na te gaan wanneer ze precies zijn geschreven, zoals ook Lekkerkerker opmerkte. In deze nalatenschap bevond zich ook een aantal onvoltooide gedichten. Een deel daarvan verscheen reeds in bibliofiele uitgave. Uit de overige hebben Aalders en Voskuil er elf geselecteerd die volgens hen iets toevoegen zij aan het reeds bekende werk. Waarom zij niet alle onvoltooide gedichten hebben opgenomen is mij niet duidelijk. Ik vind het jammer.
In de onvoltooide gedichten liet de dichter regelmatig plaatsen open om een of meer woorden later toe te voegen. De bezorgers hebben die aangegeven met een asterisk. Het volgende, titelloze gedicht hoort niet bij zijn beste werk, maar ik had het meteen lief:

Ik schrijf niet voor de menschen die ik ken;
Zij lezen niet om het stug behaald genot.
(Zelfs mijn afwerend werk kan tot
Geluk  *  omhoogvoeren.)

Zij willen niet dan speuren hoe ik ben,
Of ik geluk heb of vloek op mijn lot,
En mij al aan ’t gewone leven wen
Of nog steeds op hen neerzie als een God.

Neen, als ik schrijf dan is ’t voor de onbekenden,
Die in stilte zitten met het boek
En in mijn ramp vergeten hùn ellende.

Soms zeggen: Ja, zoo is het! Met een vloek –
Van vreugd gespeenden en aan leed gewenden,
Díe zijn het die ’k met norsche woorden zoek.

De afkeer van het puur autobiografische lezen, met veronachtzaming van alles wat een gedicht nog meer te bieden kan hebben (‘Zij lezen niet om het stug behaald genot’): het is me uit het hart gegrepen.

De bezorgers voegden een beknopte drukgeschiedenis van de bundels en verspreide gedichten toe. Dat heeft een meerwaarde, maar het is geen wetenschappelijke uitgave. Volgens hen is dat niet lonend: ‘De meeste van zijn handschriften en typoscripten zijn niet gedateerd. Veel van zijn werk is overgeleverd in transcripties van derden. Het minutieuze werk dat Lekkerkerker gedurende de zestig jaar waarin hij de Verzamelde gedichten uitgaf verrichtte, heeft een redelijk betrouwbaar corpus van Slauerhoffs poëzie opgeleverd. (…) Bij elke nieuwe druk (…) bracht hij tekstcorrecties aan.’ Maar een redelijk betrouwbaar beeld van een van de belangrijkste dichters uit de twintigste eeuw is niet genoeg. Voor verdergaand literair onderzoek naar het werk van Slauerhoff is een zeer precieze, systematische en volledige beschrijving nodig van de tekstgeschiedenis, ook en zelfs juist van die niet-gedateerde handschriften, typoscripten, transcripties van derden en varianten. Er is al genoeg verloren gegaan.
Maar dat alles doet niets af aan de waarde van deze Verzamelde gedichten als leeseditie. Voor liefhebbers van Slauerhoff is dit boek onmisbaar.

Ja, zoo is het!
____

Slauerhoff (2018). Verzamelde gedichten. Bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil. 5e druk, geheel herziene editie. Nijgh & Van Ditmar, 1040 blz. € 34,99. ISBN 9789038804002

Geplaatst in Recensies.