Bhai

Bhai – broeder in het Hindi en het Sarnami – is het schrijverspseudoniem van James Ramlall (26 januari 1935-19 december 2018).
Ramlall studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en pedagogiek en Indiase wijsbegeerte en religie, werd onderdirecteur Cultuur en later directeur Cultuur van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Cultuur, en betoonde zich zeer actief in de culturele wereld.
Hij debuteerde in 1962 in het literair tijdschrift Soela. Hij schreef poëzie in het Hindi en het Nederlands.
De een vindt zijn poëzie pessimistisch en nostalgisch terwijl een ander het meditatieve karakter ervan benadrukt, de korte regels roepen op tot overpeinzing.
Het Nederlandstalige werk werd gebundeld in Vindu (Hindi voor: Geheim, 1982), voor deze bundel ontving Bhai de Literatuurprijs van Suriname 1980-1982. Zijn weinige poëzie van daarna verscheen in De Ware Tijd Literair. Hij heeft ook in Tirade gepubliceerd.
In 2003 ontving hij de Gaanman Gazon Matodja Award.

 

foto Michiel van Kempen

 

dhan ka dukhra
(Rijstesmart)

Slechts zij, die uit rijst geboren zijn
Slechts zij, die in rijst zijn opgegroeid
Slechts zij, die door rijst gestorven zijn
Kennen alleen de jammerklacht der halmen.
Want weet, dat iedere groei
in wezen sterven is
en iedere bloei vergaan.
Zo weet dan ook, dat iedere oogst
zeer smart’lijk is.

 

 

khali pyala
(een leeg glas)

Ik ben een glas – leeg –
dat staat te wachten
op een tafel,
in een onbewoond vertrek.
Ik heb geen verlangen,
maar ben tevreden,
als ik ooit
iemand laven mag.

 

 

Yahân se dur

Ginds, ver van hier
bloeien de amandelbomen
met hun brede bladeren.
Daar heb ik veel verloren
wat ik nimmer
hervinden zal.

Geplaatst in Gedichten.