Marcel Ozymantra

Marcel Ozymantra (1970) is schrijver, dichter en schilder. Hij heeft korte verhalen, gedichten en essays in o.a. Krakatau, Deus ex Machina, Parmentier, Lava Literair, Op Ruwe Planken en Extaze gepubliceerd. Hoofdredacteur Sintel – offline tijdschrift voor literatuur, essays & muziek. Muziekredacteur Zone 5300. In zijn vrije tijd is hij ook illustrator.

 

Spaarplan voor een uitvaart

Aan de lijn met een loodsende satelliet strompelde
hij over een bijna onzichtbaar pad in het gras.
Achter de panden van Bilthoven was de heide een achtertuin
in herfstgewaad en de wind, regen, zacht tikkend,
zacht en guur als vergeten vakanties. Het kwam
allemaal terug, de tenten van toen.

Steeds weer het hakblok van zijn oom,
balkjes splijtend met de kleinste bijl uit de schuur.
Thee en soep met rogge. Het oud-Hollandse
van nooit-niet uit de maat wandelen, van zon
met een wolkje, thee met een klontje, kaakje
zonder suiker en spaar ze dan, die zegels van de Heijn.

Zijn oom stond recht, tijdens de dienst, enigszins opzij,
want steeds kwamen de tranen en dan maar een grapje.
‘Had ik maar vaker tegen haar gezegd dat ik van haar hield.
Zo gaan die dingen. Dat krijg je als je zo lang gelukkig bent.
Dan vergeet je dat.’ En zijn dochter speelde lachend Beethoven,
met dezelfde schittering als haar overleden moeder.

En spaar ze dan, die punten, die zegels, de bonnen van oma,
plak ze in het boekje, maak nog een kindje, voedt het lichtjes op
en leg het kindje ten rustte, in grijs gevat.
De dood nadert en de bankier roept: Spaar ze dan,
spaar ze, plak ze in het boekje, leg ze tussen de rest.
Lief van de winkel die zo goed voor jullie zorgde,

lief van de bank die al zijn directeuren rente teruggaf
en riep: Spaar ze dan. Spaar zoveel als het leven kan ophouden
spaar alles wat de tijd stil kan zetten, vergeet niet,
vergeet niet tegen haar te zeggen dat je van haar houdt.
Niet ver van ons vandaan, achter het loof dat oranje was,
fietsten jonge hockeyers, hun hoofden broeierig van de roes.

In het crematorium zaten om precies te zijn honderd pakken
en jurken en ondanks dat kreeg hij toch nog een klapstoel.
Weer de uitzondering in zijn leven.
Hij keek op zijn telefoon en constateerde
dat hij was aangekomen, dat de heide nat en guur was geweest,
maar net even echter dan alles wat hij hier om zich heen zag.

 

 

Rook van mijn moeder

Het huis ruikt nog naar mijn moeder.
In elke kier, op elke drempel, laat haar geur
kankerverwekkende sporen, ziektes
uitnodigend, de gezondheidsraad bespottend
en van de maden geen kwaad bewust.

Overal is ze, weeïg, aanwezig, tegen de zeventig.
Ach, wat haat ze het idee dat ze een jurkje
niet meer dragen mag, dat ze teveel aarzelt
op de snelweg en dat de hond er met haar benen
vandoor gaat waardoor ze zich vastklemt

aan een lantaarnpaal. Haar rook is overal
en maakt van mijn huis ook het thuis
waarin ik opgroeide, brengt de mensen terug
die ik ben vergeten, de vrouwen die ik nooit
kon hebben, omdat mijn moeder niet gehad

wilde worden door de mannen die haar wilden.
De rook van mijn moeder die me steeds weer verleidt,
huiselijk als een ovenwant, de geur van pannenkoeken.
Op mijn lippen gebrand, in mijn mond gestoken,
prikkelt mijn neus. Op een dag zal ze zijn vervlogen.

 

 

Spookverschijning uit Warragul

Lieve nicht, we kropen door ruimtes zonder ruimte,
kwamen vast te zitten in een kerker
van mensen die hun tongen aftrokken.
We hielden elkaar vast en giechelden luid
toen de bank een bobbel kreeg die onze kont
beroerde, terwijl een wicht in koelen bloede moordde.
Onze tocht door de stad vol vermaak
waarin wij onszelf niet lieten kennen.

Pas toen ik bezig was met het eten, geen rijst,
geen pasta of brood vanwege jouw dieet, stonden
we even dicht bij elkaar als familie hoort te zijn
in gedeelde woede en verdriet over onze vaders,
zonen van harde ouders en we raakten elkaar.
Dat was wat onze met elkaar verbond,
ook al vloog jij al snel naar Warrnambul en of God
dat weet of wetenschap, die pijn is vanaf nu gedeeld.

Geplaatst in Gedichten.